
De Volkskrant maakte op 20 augustus 2026 de balans op van het zomerse plaagdiernieuws. De conclusie was gemengd. Een deel van de koppen was vooral vulling voor een rustige nieuwsmaand. Een ander deel bleek wel degelijk ergens over te gaan. In dit artikel zetten we op een rij wat er deze zomer in Nederland echt speelde, wat vooral kop was, en met welke vijf vragen u zelf kunt beoordelen of een bericht ook over uw pand gaat.
Waar deze zomerbalans over gaat
In een column in de Volkskrant beschreef Jean-Pierre Geelen op 20 augustus 2026 hoe voorspelbaar het zomerse ongediertenieuws is. Hij wees op een kop van De Telegraaf van begin juli over een tsunami van zomers ongedierte, met vliegende mieren, muggen en wespen. En op een bericht van diezelfde krant halverwege augustus dat de muggenradar oranje tot rood kleurde. Dat laatste bleek volgens hem mee te vallen.
Tegelijk stipte de column aan dat er ook echte ontwikkelingen zijn. De NVWA waarschuwde deze zomer voor de meeliftende Japanse kever. En in het buitenland ziet men door droogte en hitte wel degelijk verschuivingen bij muggen, teken en vlooien.
Dat is precies het lastige aan plaagdiernieuws. Er zit vaak iets echts in, maar het wordt bijna altijd groter gemaakt dan het is. Voor u als ondernemer of bewoner is de vraag praktisch. Moet ik hier iets mee?
Wat er in Nederland deze zomer echt speelde
Een aantal berichten van deze zomer had een officiële bron en een controleerbaar feit. Dat maakt ze bruikbaar.
Het westnijlvirus is dit jaar teruggekeerd bij mensen. Het RIVM stelde in augustus een infectie vast bij een bloeddonor uit de provincie Utrecht, de eerste in Nederland opgelopen besmetting sinds 2020. Op 26 augustus meldde het RIVM dat in dezelfde provincie iemand aan westnijlkoorts is overleden. Het RIVM houdt daarbij vast aan dezelfde boodschap. De kans om er in Nederland ziek van te worden blijft erg klein. Wij schreven daar vandaag een apart artikel over.
Er kwam een dode Japanse kever mee met een transport uit Italië. Dat meldde de NVWA op 18 augustus. De Japanse kever heeft in de EU een quarantainestatus. Er is geen gevestigde populatie in Nederland en de vallen leverden geen extra kevers op. Voor bedrijven met import en transport is de les wel concreet, zoals we beschreven in ons artikel over meeliftende soorten.
De NVWA sloot in 2025 met spoed 75 winkels en horecazaken vanwege plaagdieren, tegen 57 in 2024. Dat is een hard cijfer van de toezichthouder zelf. Twintig van die sluitingen waren in Amsterdam. Dat leest u terug in ons artikel over spoedsluitingen.
Het was een uitzonderlijk droog jaar, en dat had effect. Minder stilstaand water betekende op veel plekken minder muggen. Tegelijk zorgde de droogte voor meer spinnen in het zicht. Droogte werkt dus twee kanten op.
Wat vooral kop was
Andere berichten hadden vooral een pakkende kop. Een tsunami van ongedierte is geen meetbare grootheid. Een muggenradar die oranje kleurt, is een verwachting op basis van weer en meldingen, geen telling van muggen op uw terras.
Ook woorden als plaag en oprukken worden ruim gebruikt. Een plaag betekent in ons vak dat een populatie zo groot is dat er schade of gezondheidsrisico ontstaat. In het nieuws betekent het vaak dat een paar mensen iets hebben gezien.
Dat is geen verwijt aan de journalistiek. Augustus is een rustige nieuwsmaand en beestjes zijn herkenbaar. Maar het maakt de koppen ongeschikt als basis voor een beslissing over uw pand.
Waarom plaagdiernieuws juist in de zomer piekt
Er zijn drie redenen waarom u in juli en augustus meer over ongedierte leest.
De eerste is biologisch. Warmte versnelt de ontwikkeling van insecten. Een vlieg of mug die bij vijftien graden weken nodig heeft, is bij vijfentwintig graden veel sneller volwassen. Wespenvolken zijn in augustus op hun grootst. U ziet dus werkelijk meer.
De tweede is gedrag. U zit buiten, eet buiten en laat deuren openstaan. U komt de dieren simpelweg vaker tegen.
De derde is media. Er is minder ander nieuws. Een enkele waarneming haalt dan sneller de krant dan in november.
Die drie versterken elkaar. Meer dieren, meer contact, meer aandacht. Dat voelt als een explosie, ook als de aantallen normaal zijn.
Vijf vragen bij elk bericht over ongedierte
Deze vijf vragen helpen u om een bericht in tien minuten op waarde te schatten.
1. Wie is de oorspronkelijke bron? Een cijfer van het RIVM, de NVWA, een waterschap, een GGD of een gemeente is controleerbaar. Een cijfer van een bedrijf dat de dienst zelf verkoopt, is dat niet automatisch. Dat maakt het niet onwaar, maar het vraagt om een tweede bron.
2. Gaat het over meldingen of over dieren? Dit is het vaakst verwarde punt. Meer meldingen kunnen betekenen dat er meer dieren zijn. Ze kunnen ook betekenen dat een gemeente een meldapp heeft gelanceerd of dat er net een nieuwsbericht is verschenen. Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam liet dat eerder zien bij rattenmeldingen in Amsterdam.
3. Over welk gebied gaat het echt? Een probleem in één straat in een andere provincie zegt niets over uw bedrijventerrein in Almere. Vraag u af of de omstandigheden die worden genoemd, ook bij u aanwezig zijn.
4. Hoe oud is het feit? Een bericht van vandaag kan gaan over een rapport van vorig jaar. Zoek de datum van de gebeurtenis, niet alleen de datum van het artikel.
5. Wat wordt er precies beweerd? Let op het verschil tussen kan, komt voor en neemt toe. Een soort die in Nederland is aangetroffen, is iets anders dan een soort die zich hier heeft gevestigd. Dat verschil verdwijnt vaak in de kop.
Waarom een landelijk cijfer weinig zegt over uw pand
Plaagdieren zijn heel lokaal. Twee panden in dezelfde straat kunnen totaal verschillende problemen hebben.
Dat komt doordat vier dingen bepalen of een dier zich bij u vestigt. Voedsel, water, schuilplaats en toegang. Ontbreekt er één, dan blijft het bij een passant.
Een landelijke stijging van tien procent zegt daar niets over. Een verstopte dakgoot, een kier van zes millimeter onder een deur of een afvalcontainer die te vol is, zegt alles.
Wat wel bepaalt of u overlast krijgt
Kijk in plaats van naar het nieuws naar deze vier punten op uw eigen locatie.
- Voedsel. Afval, etensresten, morsing, voorraad in kapotte verpakking, vogelvoer, kruimels achter apparatuur.
- Water. Stilstaand water buiten, lekkages, condens, natte kruipruimtes, verstopte afvoeren.
- Schuilplaats. Rommel tegen de gevel, begroeiing tot aan de muur, opslag op de grond, spouw en verlaagde plafonds.
- Toegang. Kieren onder deuren, leidingdoorvoeren, ventilatieroosters zonder gaas, kapotte stootvoegroosters, deuren die openstaan.
Deze vier veranderen bij u niet door een nieuwsbericht. Ze veranderen door een verbouwing, een nieuwe buurman, een andere afvalinzameling of een seizoenswissel.
Wat dit betekent voor bedrijven
Voor bedrijven zit hier een concreet risico. Beleid dat op nieuws is gebaseerd, is beleid dat op en neer schommelt. In augustus wordt er extra ingekocht en in november wordt het weer vergeten.
In een voedingsbedrijf, een horecazaak of een winkel wordt bij een audit niet gevraagd of u het nieuws volgt. Er wordt gevraagd of u weet wat er speelt op uw locatie en of u dat kunt aantonen. Dat betekent in de praktijk vier dingen.
- Een vaste inspectieronde met een verslag, ook als er niets aan de hand is.
- Monitoring met vangplaten of detectiepunten, zodat u een trend ziet in plaats van een incident.
- Een logboek waarin staat wat er is gezien, wat er is gedaan en wat er nog open staat.
- Afspraken over wering en hygiëne die niet afhangen van het seizoen.
Voor VvE’s en vastgoedbeheerders geldt hetzelfde met een extra punt. Bewoners lezen dezelfde koppen. Een korte, feitelijke uitleg aan bewoners voorkomt paniekmeldingen en losse acties per woning die het probleem alleen verplaatsen.
In de zorg, bij recreatiebedrijven en op agrarische bedrijven speelt daarnaast dat gasten, bewoners of medewerkers vaak zelf iets melden. Zorg dat duidelijk is waar zij dat doen en wie erop reageert.
Wat dit betekent voor bewoners
Voor bewoners is de belangrijkste boodschap dat u meestal niets hoeft te doen na een nieuwsbericht.
Een wesp op uw appeltaart in augustus is normaal. Een spin in de hoek van de schuur is normaal en zelfs nuttig. Een enkele mug binnen is normaal.
Wat wel aandacht vraagt, zijn signalen die zich herhalen. Uitwerpselen, knaagsporen, geluid in de nacht, een geur die terugkomt, of een dier dat u overdag op dezelfde plek ziet. Dat zijn waarnemingen bij u, en die wegen zwaarder dan welke landelijke kop dan ook. Meer daarover leest u op onze pagina voor particulieren.
Wat u zelf kunt controleren
Deze ronde kost een kwartier en zegt meer over uw situatie dan een maand aan nieuwsberichten.
- Loop de buitenkant van uw pand rond en kijk laag, op de hoogte van de stoep.
- Controleer de onderkant van deuren op licht dat doorschijnt.
- Kijk bij leidingdoorvoeren en ventilatieroosters of er gaas zit.
- Open de afvalruimte en kijk of alles gesloten is en of de vloer schoon is.
- Kijk achter en onder apparatuur in de keuken of werkruimte.
- Controleer stilstaand water in bakken, goten en putten.
- Noteer wat u ziet, met datum en plek. Dat is het begin van uw eigen reeks.
Van nieuws naar een eigen meetpunt
Het verschil tussen ongerustheid en overzicht is meten. Wie op vaste punten controleert en dat noteert, ziet binnen een paar maanden wat normaal is voor zijn locatie.
Dat is ook de kern van IPM. IPM staat voor Integrated Pest Management. Daarbij komen eerst inspectie, preventie en niet chemische maatregelen, en pas daarna een bestrijdingsmiddel als het echt nodig is. Wij leggen dat uit in ons artikel over IPM, en onze eigen aanpak staat op de pagina werkwijze.
Zo’n eigen reeks maakt u ook minder afhankelijk van verkoopverhalen. Wie zelf weet dat er in juli twee vangsten waren en in augustus veertien, hoeft niemand op zijn woord te geloven.
Wanneer professionele hulp verstandig is
Niet elk beestje vraagt om een bestrijder. Deze situaties wel.
- U ziet herhaaldelijk knaagsporen, uitwerpselen of dode dieren.
- U ziet een rat of muis overdag, of hoort geluid in wanden of plafonds.
- U bent voedselverwerkend bedrijf en vindt sporen in een productie of opslagruimte.
- U heeft een klacht van een gast, huurder of toezichthouder.
- U weet niet waar de dieren binnenkomen en zelf dichten helpt niet.
- U wilt een wespennest laten beoordelen dat op een risicovolle plek zit.
Wij komen dan kijken, stellen vast wat er speelt en leggen vast wat er nodig is. Soms is dat een behandeling. Vaak is het vooral wering en aanpassing van omstandigheden. Wij werken bewust zonder knaagdiergif, omdat gif doorwerkt in roofvogels en huisdieren en omdat het de oorzaak niet wegneemt.
Veelgestelde vragen
Is er dit jaar meer ongedierte dan normaal?
Dat verschilt per soort en per plek. Door de droogte waren er op veel plaatsen juist minder muggen. Wespen en knaagdieren volgen hun eigen patroon. Een landelijk antwoord bestaat niet.
Wat is het verschil tussen overlast en een plaag?
Overlast is hinder. Een plaag betekent dat een populatie zo groot is dat er schade, hygiëneproblemen of gezondheidsrisico ontstaat. Die woorden worden in het nieuws vaak door elkaar gebruikt.
Betekenen meer meldingen bij de gemeente dat er meer ratten zijn?
Niet automatisch. Meldingen zeggen ook iets over hoe makkelijk melden is en over hoeveel aandacht een onderwerp krijgt. Vergelijk daarom liefst dezelfde wijk over meerdere jaren.
Moet ik iets doen als er in mijn stad een nieuwsbericht over ratten verschijnt?
Alleen als de omstandigheden uit het bericht ook bij u spelen. Loop uw eigen terrein na op voedsel, water, schuilplaats en toegang. Dat is nuttiger dan preventief bestrijden.
Hoe herken ik een betrouwbaar bestrijdingsbedrijf?
Vraag naar certificering, een inspectierapport en een plan van aanpak waarin ook preventie staat. Wij schreven daar eerder over in ons artikel over malafide bestrijders. Onze eigen papieren staan op de pagina certificaten en lidmaatschappen.
Waarom zie ik in augustus zoveel wespen?
Een wespenvolk is in augustus op zijn grootst en de werksters zoeken dan zoet in plaats van eiwit. Daardoor komen ze bij uw glas en uw taart. Dat is een seizoenspatroon en geen plaag.
Bronnen
De Volkskrant, De nieuwsdroogte wordt effectief bestreden met plaagbeestjes, column van Jean-Pierre Geelen, 20 augustus 2026. RIVM, Persoon overleden aan een in Nederland opgelopen westnijlvirusinfectie, 26 augustus 2026. RIVM, Westnijlvirus vastgesteld bij een bloeddonor, 17 augustus 2026. NVWA, bericht over de aangetroffen Japanse kever, 18 augustus 2026. NVWA, nieuwsbericht over spoedsluitingen in 2025, 3 januari 2026.
Foto: pjt56, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
Lees ook
- Ongedierte in het webshopmagazijn: zo houdt u uw fulfilment schoon
- Zelf ongedierte bestrijden of een vakman inschakelen? Zo bepaalt u het verschil
- DNA-onderzoek laat zien dat de tijgermug hier kan overwinteren: waarom nacontrole bepaalt of een bestrijding is geslaagd
- Limburg trekt miljoen euro uit tegen de wasbeer: wat betekent dat voor gebouwen en terreinen?
- Kleermotten actief deze zomer: waarom nu ingrijpen gaten in kleding voorkomt