
Ziet u ’s avonds kleine motjes door de keuken vliegen? Dan heeft u waarschijnlijk last van voedselmotten. In de zomer neemt de overlast snel toe. Warm weer versnelt de groei van de motten. Voor een bedrijf met voedsel is dat een groter probleem dan het lijkt.
Wat zijn voedselmotten?
Voedselmotten heten ook wel voorraadmotten of meelmotten. De motjes hebben een spanwijdte van 2 tot 3 centimeter. Ze vliegen vooral ’s avonds en ’s nachts. De vrouwtjes leggen hun eitjes in of vlak bij voedsel. Denk aan meel, granen, pasta, rijst, noten, gedroogd fruit, kruiden en dierenvoer.
Uit de eitjes komen kleine larven. Die larven zijn crèmekleurig en ongeveer 7 millimeter lang. De larven eten van uw voedsel. Ze spinnen ook fijne webben in de hoeken van kasten en op verpakkingen. Aan die spinsels herkent u een uitbraak vaak het eerst.
Waarom warm weer voor meer overlast zorgt
Motten houden van warmte. Bij hogere temperaturen gaat hun levenscyclus veel sneller. In de zomer duurt de weg van eitje naar volwassen mot soms maar een maand. Zo groeit een kleine besmetting snel uit tot een plaag. De grootste piek in meldingen valt daardoor vaak in en net na de zomer.
U neemt de motten meestal ongemerkt zelf mee naar binnen. Er kunnen al eitjes in een verpakking zitten die u in de winkel koopt. Thuis of in de zaak komen die eitjes daarna uit. Dat maakt het lastig om de bron in uw eentje te vinden.
Extra risico voor bedrijven
Voor een keuken thuis is een mottenplaag vooral vervelend. Voor een bedrijf met voedsel is het ook een risico voor de kwaliteit. Motten, larven en spinsels in de voorraad betekenen dat producten niet meer verkocht mogen worden. Dat kost geld en het kan uw naam schaden.
Werkt u met voedsel? Dan heeft u te maken met HACCP. HACCP zijn de regels voor voedselveiligheid. Bij een controle kijkt de inspecteur ook naar plaagdieren en naar uw aanpak daarvan. Een zichtbare mottenplaag is dan een probleem. Denk aan bakkerijen, supermarkten, horeca, cateraars, dierenspeciaalzaken en opslag van droge waren.
Zelf doen of een professional inschakelen?
Een enkele mot vangt u zelf makkelijk weg. Maar bij een echte plaag is dat niet genoeg. De eitjes en larven zitten vaak verstopt op plekken die u niet ziet. Denk aan naden van kasten, kieren achter plinten en de rand van verpakkingen. Als u die bron mist, komt de plaag steeds terug.
Wij pakken het daarom bij de bron aan. Eerst zoeken we uit waar de motten vandaan komen. Daarna bepalen we een plan op maat. We werken volgens IPM. IPM betekent dat we eerst kijken naar oorzaak en preventie, en pas als het nodig is een bestrijdingsmiddel gebruiken. Zo lost u het probleem echt op en houdt u het weg.
Zo houdt u voedselmotten buiten
U kunt zelf veel doen om overlast te voorkomen. Houd uw voorraad beperkt en gebruik oude producten eerst op. Maak kasten en planken regelmatig schoon. Ruim gemorst meel, suiker en kruimels meteen op. Bewaar droge waren in goed afsluitbare potten. Controleer nieuwe producten kort voordat u ze opbergt.
Ziet u toch spinsels of larven? Wacht dan niet te lang. Hoe eerder u ingrijpt, hoe kleiner de plaag en hoe lager de kosten.
Bronnen: KAD Kenniscentrum Dierplagen (voorraadmotten), Rentokil Nederland Kenniscentrum en Milieu Centraal. Foto: Syrio, via Wikimedia Commons, licentie CC BY-SA 4.0.