Faunabeheer in Groot Amsterdam en Flevoland
Beheer van in het wild levende dieren die overlast of schade geven. Dat vraagt kennis van de natuur en van de regels. Wij doen dit zorgvuldig en diervriendelijk waar het kan.
Faunabeheer gaat over wilde dieren die schade of overlast geven. Het vraagt kennis van de natuur en van de wet. Wij beoordelen de situatie en maken een plan dat past en dat mag.
Welk dier geeft de overlast? Zo herkent u het
Hoort u 's nachts gestommel op zolder? Ziet u gaten in een talud of uitwerpselen op het gazon? De eerste vraag is dan welk dier het is. Bij wilde dieren bepaalt de soort namelijk wat wettelijk is toegestaan. Een verkeerde inschatting kost tijd en kan u een boete opleveren.
Geluid tussen zonsondergang en zonsopgang wijst vaak op een steenmarter. U hoort slepen, krabben en soms rennen. Kijk daarna naar aangetaste isolatie, haren langs een invliegopening en een vaste mestplek met haren en pitten. Duiven en kauwen nestelen ook in dakranden. Die maken vooral overdag geluid.
Ronde graafgangen in een talud met keutels bij de opening wijzen op konijnen. Losse molshopen in een lijn horen bij mollen. Groene uitwerpselen en kaalgevreten gras langs het water horen bij ganzen. Kijk ook of de begroeiing langs de oever dekking geeft.
Meeuwen en duiven nestelen op platte daken, achter dakopstanden en bij luchtbehandelingskasten. U ziet nestmateriaal, uitwerpselen en soms een verstopte hemelwaterafvoer. In het broedseizoen worden meeuwen fel bij de nestplek. Dat geeft klachten van medewerkers en bezoekers.
Twijfelt u tussen twee soorten? Maak dan een foto van het spoor en van de plek. Vaak is de combinatie van geluid, tijdstip en spoor al genoeg om de soort vast te stellen. Blijft het onduidelijk, dan plaatsen wij bij de inspectie een cameraval.
Zo stellen wij vast welk dier het is
Veel overlast wordt aan het verkeerde dier toegeschreven. Geluid op zolder wordt een steenmarter genoemd terwijl het een rat is. Gaten in een gazon worden aan konijnen toegeschreven terwijl een vos of een kraai naar engerlingen zoekt. Een verkeerde aanname leidt tot een verkeerde maatregel. Daarom nemen wij de tijd voor deze stap.
Keutels, pootafdrukken, haren op een scherpe rand, vraatsporen en een looppad in de isolatie. Elk dier laat iets anders achter. Een steenmarter laat bijvoorbeeld keutels met fruitpitten en een sterke geur achter.
Een steenmarter is vooral actief tussen zonsondergang en middernacht en maakt bonkende, rollende geluiden. Ratten knagen en schuifelen de hele nacht. Vogels hoort u vooral vroeg in de ochtend.
Bij twijfel hangen wij een wildcamera op bij de vermoedelijke toegang. Na enkele nachten weten wij zeker welk dier er loopt, hoe vaak en via welke route. Dat bewijs gebruiken wij ook in de onderbouwing richting de provincie.

Voor een gemeente, een sportpark of een bedrijventerrein leggen wij deze bevindingen vast op een plattegrond. Zo ziet u waar de activiteit zit en waar een maatregel het meeste oplevert. Dat voorkomt dat u een heel terrein laat afrasteren terwijl het probleem op een enkele hoek zit.
Wanneer mag u zelf ingrijpen en wanneer niet
Bijna alle in het wild levende zoogdieren en vogels in Nederland zijn beschermd. Die regels stonden eerst in de Wet natuurbescherming. Sinds 1 januari 2024 zijn ze onderdeel van de Omgevingswet. De provincie bepaalt wat is toegestaan en geeft zo nodig een vrijstelling of een ontheffing af.
Daarnaast geldt een zorgplicht. Dat betekent dat u een dier geen onnodige schade of stress mag toebrengen. Ook wanneer iets is toegestaan, kiest u de minst ingrijpende manier.
Dit mag u in de meeste gevallen zelf doen:
- Voedselresten, afval en vogelvoer weghalen.
- Openingen in gevel, dakrand en kruipruimte dichtzetten wanneer er geen dier binnen zit.
- Roosters, netten of pinnen laten plaatsen om dieren te weren.
- Begroeiing snoeien die als loopbrug naar het dak werkt.
Dit mag u niet zonder toestemming:
- Een beschermd dier vangen, verplaatsen of doden.
- Een bezet nest verstoren of weghalen.
- Een hol of verblijfplaats vernielen die in gebruik is.
Let op.
Is het dier weg en is de opening dicht, dan is het probleem meestal opgelost. Komt de overlast telkens terug, dan zit de oorzaak vaak in het gebouw of in de inrichting van het terrein. Een inspectie laat dan zien wat er precies moet gebeuren.
Waarom kiezen voor De Afdeling Dierplagen
Veel dieren zijn beschermd. Wij weten wat mag en werken met de juiste vergunningen waar dat nodig is.
Wij kiezen waar mogelijk voor wering en preventie. Bestrijden doen wij pas als het echt moet.
Voor bedrijven, gemeenten en beheerders van gebouwen en terreinen. Met een plan op maat.
Wat valt onder faunabeheer
Denk aan het weren van vogels op een gebouw. Of het beheren van knaagdieren rond een terrein. Ook het voorkomen van schade door wilde dieren hoort erbij. Wij maken altijd eerst een goede beoordeling.
Onze werkwijze
Bij wilde dieren is de eerste vraag niet hoe wij ze weghalen. De eerste vraag is welk dier het is en wat er wettelijk mag. Pas daarna kijken wij naar de aanpak die het minst ingrijpt en het langst werkt. In de praktijk is dat bijna altijd wering.
Wij bekijken sporen, schade en toegangen. Bij twijfel hangen wij een wildcamera op. Daarna weten wij zeker om welk dier het gaat en of het beschermd is.
Wij maken een plan met de volgorde van maatregelen. Eerst zorgen dat het dier kan vertrekken, dan de toegang dichten. Waar toestemming nodig is, leveren wij de onderbouwing.
Wij leggen vast wat wij hebben gezien, wat er is gedaan en waarom. Handig voor bedrijven, VvE's, gemeenten en beheerders die moeten kunnen aantonen dat zij zorgvuldig zijn geweest.

Na de uitvoering komen wij terug om te controleren. Bij een steenmarter of een vogel betekent dat: is het dier echt weg en blijft de opening dicht? Bij konijnen en mollen betekent dat: is de activiteit afgenomen en houdt het raster of de wering stand? Wij noteren dit in het rapport, zodat u een compleet dossier heeft.
Let op.
Voor gemeenten en terreinbeheerders
Beheert u een park, begraafplaats, sportterrein of bedrijventerrein? Dan wilt u overlast voorkomen zonder de natuur te schaden. Wij helpen daarbij met een vast plan. Denk aan monitoring van konijnen, mollen of vogels. En aan advies over beplanting en afval, zodat dieren minder op uw terrein afkomen.
U krijgt van ons een helder verslag per bezoek. Zo laat u aan bewoners, bestuur of huurders zien wat er gebeurt en waarom. Een vast contract met vaste controles is mogelijk.
Voor recreatiebedrijven, VvE's en vastgoedbeheer
Op een camping, vakantiepark of jachthaven zijn overlastgevende dieren meer dan alleen hinder. Ganzen op een ligweide, konijnen die een oever ondergraven of duiven boven een terras raken direct uw gasten en uw beoordelingen.
Bij VvE's en vastgoedbeheer zien wij vaak andere situaties. Denk aan duiven onder zonnepanelen, meeuwen op een plat dak of een steenmarter in een gedeelde spouwmuur. Het lastige daarbij is dat de overlast één bewoner treft, terwijl de oorzaak in het gemeenschappelijke deel van het gebouw zit.
Wij beginnen daarom altijd met een inspectie van het hele object, niet alleen van de plek waar de klacht vandaan komt. Zo wordt duidelijk welk dier het is, hoeveel dieren er zijn, waar zij nestelen en wat hen aantrekt.
Daarna bepalen wij welke maatregel is toegestaan en het meest oplevert. In veel gevallen is dat wering. Denk aan het afsluiten van een dakrand, gaas onder zonnepanelen of het aanpassen van de plek waar afval staat. Wering werkt langer dan verjagen, want de plek wordt dan blijvend onaantrekkelijk.
Let op.
Voor beheerders met meerdere locaties werken wij het liefst met een vast controlemoment. Wij komen dan periodiek langs, leggen per locatie vast wat wij zien en melden nieuwe activiteit vroeg. Dat is meestal goedkoper dan losse spoedbezoeken, en u kunt de rapportage gebruiken richting bewoners, uw bestuur of een verzekeraar.
Overlast van wilde dieren voorkomen: praktische tips
Wilde dieren zoeken eten, water en een schuilplaats. Met een paar aanpassingen maakt u een terrein minder aantrekkelijk.
- Voer geen wilde dieren. Dat maakt ze aanhankelijk en vergroot de overlast.
- Sluit afval en vuilnis goed af. Dat trekt vossen, meeuwen en ratten aan.
- Maai gras en snoei struiken regelmatig. Hoge begroeiing biedt dekking aan dieren.
- Controleer daken en kruipruimtes op toegang. Steenmarters en vleermuizen zoeken droge, warme plekken.
- Meld schade of overlast op tijd. Vroeg ingrijpen voorkomt grotere problemen.
Voorbeeld: faunabeheer bij een bedrijventerrein
Een beheerder van een bedrijventerrein zag steeds meer schade aan het gras en klaagde over konijnenholen langs de paden. Wij deden eerst een inspectie en telden de holen. Daarna plaatsten wij afrasteringen bij de kwetsbare stroken en gaven advies over de beplanting. Na 3 maanden was de schade duidelijk minder. Sindsdien komen wij 2 keer per jaar terug voor controle.
Wat kunt u zelf doen, en wat mag juist niet
Bij wilde dieren geldt een belangrijk verschil met gewoon ongedierte. Veel soorten zijn wettelijk beschermd. U mag ze niet zomaar vangen, verjagen of doden. Dat geldt onder andere voor steenmarters, mollen, konijnen, vleermuizen en de meeste vogels.
Wat u wel kunt doen, is de plek minder aantrekkelijk maken. Ruim voer voor huisdieren en vogels op. Sluit afval goed af. Snoei takken die tot op het dak reiken. Houd een terrein kort gemaaid, want lang gras en struiken geven dekking.
Deze dingen kunt u beter niet doen.
- Sluit een hol, gat of spouwopening niet af zolang u niet weet of er een dier binnen zit. Een opgesloten dier veroorzaakt schade en kan doodgaan op een moeilijk bereikbare plek.
- Vang of verplaats geen beschermd dier zonder ontheffing. Dat is strafbaar, ook met goede bedoelingen.
- Gebruik geen gif tegen wilde zoogdieren of vogels. Dat is niet toegestaan en het raakt ook andere dieren, zoals uilen, roofvogels en huisdieren.
- Wacht niet te lang bij schade aan isolatie, kabels of daken. Hoe langer een dier ergens zit, hoe hoger de kosten van herstel.
Let op.
Konijnenoverlast op bedrijventerreinen en sportvelden
Konijnen graven holen in grasvelden, taluds en onder loodsen. Dat is meer dan schade aan het terrein. Op sportvelden ontstaat een risico op verstuikingen door de holen. Op bedrijventerreinen ondermijnen konijnen soms de grond onder funderingen of verharding.
Konijnen zijn wettelijk beschermd via de natuurwetgeving. Wij kijken eerst of bestrijding is toegestaan of dat wering de beste oplossing is. Denk aan gaas onder de grond of het terrein minder aantrekkelijk maken. Bent u een gemeente, sportclub of terreinbeheerder? Wij denken graag mee over een structurele oplossing.
Voor agrarische bedrijven, recreatieterreinen en VvE besturen
Op een boerenerf, een vakantiepark of het terrein van een VvE speelt overlast van wilde dieren anders dan bij een woning. Er is meer ruimte, meer groen en meer voedsel. Dieren blijven daardoor terugkomen als alleen het dier wordt weggehaald.
Bij agrarische bedrijven gaat het vaak om schade aan voer, gewas of opslag. Duiven in een loods vervuilen voer en werkoppervlakken. Steenmarters beschadigen bekabeling van machines en voertuigen. Konijnen ondergraven paden en taluds. Wij kijken bij een inspectie naar de hele situatie. Waar is voedsel te vinden? Waar zitten schuilplaatsen? En waar komen de dieren binnen?
Op recreatieterreinen telt ook de beleving van gasten mee. Ganzen op een ligweide, meeuwen bij de horeca of duiven boven een terras leiden snel tot klachten. Wij werken daar bij voorkeur preventief en buiten de drukste uren, zodat gasten er weinig van merken.
Voor VvE besturen en vastgoedbeheerders leggen wij de bevindingen vast in een rapportage. Daarin staat wat is aangetroffen, wat wij hebben gedaan en welke bouwkundige punten nog aandacht vragen. Het bestuur kan daarmee onderbouwd besluiten over herstel en over een vaste controleronde.
Hoe lang duurt een faunabeheertraject?
Een enkele steenmarter of een klein duivenprobleem is vaak binnen enkele weken opgelost. Bij een groot terrein met veel schuilplaatsen duurt het langer. Wij werken dan in stappen. Eerst wering en het wegnemen van voedsel en schuilplaatsen. Daarna controle over meerdere maanden. Wij zeggen vooraf eerlijk wanneer een probleem niet helemaal weg te nemen is, bijvoorbeeld wanneer de dieren uit een aangrenzend natuurgebied komen.
Let op.
Renovatie, na-isolatie en dakwerk: eerst kijken of er beschermde dieren zitten
Staat er groot onderhoud gepland? Denk aan spouwmuurisolatie, een nieuw dak, gevelrenovatie of het vervangen van dakpannen. Dan is het verstandig om vooraf te laten kijken of er beschermde dieren in het gebouw verblijven.
Vleermuizen gebruiken spouwmuren en ruimtes achter gevelbetimmering als verblijfplaats. Gierzwaluwen en huismussen broeden onder dakpannen en achter boeiboorden. Deze dieren zijn wettelijk beschermd. Hun verblijfplaats is dat ook. Die bescherming geldt ook op momenten dat de dieren er zelf niet zijn.
Voor VvE besturen en vastgoedbeheerders is dit een heel praktisch punt. Werk dat start zonder controle kan worden stilgelegd. Een project loopt daardoor soms maanden vertraging op. Vooraf laten kijken kost veel minder tijd en geld dan achteraf herstellen.
Wij letten tijdens onze inspectie op aanwijzingen voor beschermde soorten. Denk aan uitwerpselen onder een stootvoeg, dieren die bij schemer in en uit vliegen, of broedactiviteit onder de dakrand. Zien wij zulke aanwijzingen, dan melden wij dat en leggen wij uit welke stap logisch is.
Een formeel soortenonderzoek is specialistisch werk van een ecologisch adviesbureau. Dat zeggen wij liever eerlijk dan dat wij werk uitvoeren dat daar thuishoort. Blijkt dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn, dan kunnen wij de wering en de afdichting wel voor u verzorgen.
- Broedvogels zitten grofweg van maart tot en met juli op het nest. Werk aan daken en gevels plant u dus liever buiten die periode.
- Vleermuizen zijn extra kwetsbaar in de kraamperiode in juni en juli en tijdens de winterrust van december tot en met februari.
- Eind augustus tot en met oktober is voor veel gebouwen de rustigste periode om gevels en daken aan te pakken.
- Plan de controle ruim voor de aanbesteding. Dan kunt u eventuele maatregelen meteen in het bestek opnemen.
Wilt u weten wat er bij uw pand speelt voordat het onderhoud begint? Vraag een offerte aan of bel 085 333 4123.
Beheer, schadebestrijding en jacht: wat is het verschil?
Deze drie woorden worden vaak door elkaar gebruikt. In de wet betekenen ze iets anders. Het verschil bepaalt wat er mag, wie het mag doen en welke toestemming nodig is.
Jacht gaat over een korte lijst van soorten in een vastgestelde periode van het jaar. Alleen een jachthouder met een geldige jachtakte mag daarop jagen, en alleen op een veld waarvoor hij het jachtrecht heeft. De lijst met soorten en de openingstijden kunnen veranderen. Jacht is dus niet de route waarmee u overlast bij een bedrijf oplost.
Schadebestrijding gaat over het voorkomen van schade die nu speelt of dreigt. Denk aan vraat aan een gewas, schade aan een sportveld, ondergraving van een dijk of een talud, of risico voor de vliegveiligheid. Voor een klein aantal soorten geldt een landelijke of provinciale vrijstelling. Voor alle andere soorten is een besluit van de provincie nodig.
Beheer gaat over het op peil houden van een populatie over een langere periode. Dat gebeurt op basis van een faunabeheerplan. Dat plan wordt gemaakt door de faunabeheereenheid in de provincie en moet door de provincie worden goedgekeurd. Beheer is dus planmatig werk en geen losse actie.
Daarnaast bestaat er nog een vierde route die vaak wordt vergeten: wering en preventie. Daarvoor is meestal geen toestemming nodig, zolang u geen beschermde dieren verstoort of insluit. Het afsluiten van een kruipruimte, het plaatsen van een raster, het aanpassen van afvalopslag of het beheren van begroeiing valt hieronder. Wij beginnen bij deze route, omdat die het langst werkt en de minste papieren vraagt.
Wie vraagt welke toestemming aan?
Bij faunabeheer is de provincie het bevoegd gezag. De provincie beoordeelt de aanvraag en neemt het besluit. Sinds de invoering van de Omgevingswet heet die toestemming een omgevingsvergunning voor een activiteit die beschermde dieren of planten raakt.
In de praktijk zijn er meestal drie partijen betrokken.
- De grondeigenaar of de gebruiker van het terrein. Die geeft schriftelijk toestemming om op het terrein te werken. Zonder die toestemming mag niemand daar handelen.
- De aanvrager van de vergunning. Dat is vaak de eigenaar, de beheerder of de faunabeheereenheid. Bij bouw en renovatie is het meestal de opdrachtgever van het project.
- De uitvoerder. Dat zijn wij, of een gecertificeerde partij waarmee wij samenwerken. Wij werken binnen de voorwaarden die in het besluit staan en leggen vast wat is gedaan.
Wij zijn dus niet degene die de vergunning verleent. Wat wij wel doen is de situatie beoordelen, vastleggen wat er speelt en onderbouwen welke maatregel nodig is. Die onderbouwing is precies wat een provincie nodig heeft om een aanvraag te kunnen beoordelen. Ook kijken wij eerst of het probleem zonder vergunning is op te lossen, bijvoorbeeld met wering.
Bij een bouwproject werkt het net iets anders. Daar begint het met ecologisch onderzoek. Blijkt daaruit dat er beschermde dieren zitten, dan volgt een aanvraag met een plan voor vervangende verblijfplaatsen. Wij nemen daarbij het plaagdiergedeelte voor onze rekening en werken samen met een ecologisch bureau voor het beschermde deel.
Hoe lang duurt zo'n traject?
Dit is de vraag die het vaakst te laat wordt gesteld. Een vergunningtraject rond beschermde dieren duurt in de praktijk maanden, niet dagen. Daar zijn drie redenen voor.
De eerste is het onderzoek. Voor sommige soorten mag alleen in bepaalde maanden worden onderzocht, en met meerdere ronden. Vleermuizen worden bijvoorbeeld in het voorjaar en de zomer geteld. Mist u dat seizoen, dan schuift het project een jaar op.
De tweede reden is de behandeling van de aanvraag zelf. De provincie heeft een wettelijke termijn en kan om aanvullende gegevens vragen. Ook kan er een periode zijn waarin bezwaar mogelijk is.
De derde reden zijn de voorwaarden. Vaak moeten vervangende verblijfplaatsen al klaar zijn voordat het werk begint, en moeten die een periode wennen. Dat kost extra doorlooptijd.
Gaat het niet om een beschermde soort en is wering voldoende, dan ligt het anders. Dan kunnen wij vaak binnen enkele werkdagen inspecteren en een voorstel doen. De uitvoering hangt daarna vooral af van het bouwkundig werk dat nodig is.
Wat gebeurt er met een gevangen dier?
Deze vraag krijgen wij vaak. Het eerlijke antwoord is dat wij een wild dier zelden vangen. Voor de meeste soorten is vangen zonder ontheffing verboden. En zelfs als het mag, lost het vaak niets op. Een leeg territorium wordt binnen enkele weken door een nieuw dier ingenomen. Daarom zetten wij in op wering. Het dier vertrekt zelf, en daarna kan het niet meer terug.
Ook verplaatsen is geen vrije keuze. Een gevangen wild dier ergens anders loslaten is in Nederland niet zomaar toegestaan. Het dier kent de nieuwe omgeving niet, heeft daar geen schuilplaats en komt vaak in het territorium van een soortgenoot terecht. Voor de meeste soorten is uitzetten daarom verboden zonder toestemming van de provincie.
Beschermd. Vangen en doden is niet aan de orde. Wij zorgen dat het dier het pand verlaat, buiten de periode met jongen, en dichten daarna de toegangen. Meer hierover leest u onder het kopje over renovatie en dakwerk.
Ingrijpen kan alleen binnen de regels van de provincie. Wij beginnen met rasters, wering en aanpassing van het terrein. Vangen of bestrijden gebeurt alleen wanneer dit is toegestaan en in het plan staat.
Een bezet nest laten wij met rust. Buiten het broedseizoen weren wij met netten, gaas en pinnen. Vangen van vogels is niet aan de orde.
Wordt er binnen een toegestaan traject wel een dier gevangen, dan gebeurt dat met een vangkooi die dagelijks wordt gecontroleerd. Wat er daarna met het dier gebeurt, staat vooraf in het plan en in de toestemming. Wij leggen per dier vast wanneer en waar het is gevangen. Dat rapport is onderdeel van uw dossier.
Het seizoen bepaalt wat wanneer kan
Bij faunabeheer is timing vaak belangrijker dan de techniek. Veel dieren zijn een deel van het jaar extra beschermd, omdat zij dan jongen hebben. Werk dat in maart niet mag, kan in september soms wel. Wie dat vooraf weet, voorkomt stilgelegd werk en onnodige kosten.
Dit is de periode met jongen. Vogels broeden, de steenmarter heeft jongen op zolder of in de spouw en konijnen planten zich voort. Wering afsluiten kan dan betekenen dat jonge dieren binnen achterblijven. Wij controleren daarom eerst of er jongen aanwezig zijn.
Zodra de jongen zelfstandig zijn, is er meestal meer mogelijk. Dit is het rustigste moment om openingen te sluiten, gaas aan te brengen en dakranden te herstellen. Veel weringstrajecten plannen wij daarom bewust in deze maanden.
In de winter zoeken dieren beschutting. U merkt overlast dan eerder op zolder, in de spouw of in een schuur. Het is ook de periode waarin het buitenwerk aan daken en gevels het beste te combineren is met controle op nieuwe openingen.
Heeft u een verbouwing, een dakrenovatie of na-isolatie gepland, laat het gebouw dan ruim voor de start beoordelen. Een onderzoek kost weinig tijd wanneer het vroeg gebeurt. Blijkt tijdens het werk dat er beschermde dieren zitten, dan ligt het werk stil en duurt een aanvraag bij de provincie al snel weken tot maanden.
Wat richt een steenmarter aan bij gebouw en voertuig?
Bij een steenmarter denken veel mensen alleen aan geluid op zolder. De schade zit meestal ergens anders. Wij zien in de praktijk drie soorten schade, en die vragen om verschillende maatregelen.
In het gebouw trekt de marter isolatie los om een ligplaats te maken. Dakbeschot, dampremmende folie en glaswol raken beschadigd. Daardoor daalt de isolatiewaarde en kan vocht in de constructie komen. Urine en uitwerpselen geven daarnaast geur die lang blijft hangen.
Op het terrein kan schade ontstaan aan voertuigen. Een marter kruipt in een warme motorruimte en bijt in slangen, kabels en geluidsisolatie. Dat speelt vooral bij bedrijfswagens die 's nachts buiten staan op een vaste plek. Staat er bij u vaker dan eens schade aan hetzelfde voertuig, laat het terrein dan beoordelen.
Als derde is er het risico van een vervolgprobleem. Achtergebleven nestmateriaal, voedselresten en uitwerpselen trekken vliegen, mijten en soms knaagdieren aan. Alleen het dier weren is dan niet genoeg. De ruimte moet ook worden opgeruimd en gereinigd.
Wij brengen daarom eerst in beeld waar het dier binnenkomt, welke route het gebruikt en wat er is beschadigd. Daarna bepalen wij samen met u wat u laat herstellen en wat er moet worden afgesloten. Herstel zonder wering leidt vrijwel altijd tot nieuwe schade.
Veilig werken op daken, zolders en terreinen
Faunabeheer speelt zich vaak af op plekken die niet eenvoudig bereikbaar zijn. Denk aan een dakrand van drie hoog, een lage zolder, een kruipruimte of een terrein met machines en verkeer. Veilig werken is daar geen formaliteit.
Wij beoordelen voor aanvang hoe een plek veilig te bereiken is. Soms is een ladder voldoende. In andere gevallen zetten wij een hoogwerker of een steiger in, of werken wij met valbeveiliging. Kan een plek niet veilig worden bereikt, dan zeggen wij dat en zoeken wij met u naar een andere oplossing.
In besloten ruimtes zoals zolders, spouwen en kruipruimtes letten wij ook op de lucht en op stof. Uitwerpselen en nestmateriaal kunnen stofdeeltjes geven die u beter niet inademt. Onze bestrijders werken daar met beschermingsmiddelen en beperken de verspreiding naar de rest van het gebouw.
Op een bedrijfsterrein stemmen wij het werk af op uw bedrijfsvoering. Wij spreken af waar wij mogen staan, wanneer een route vrij moet blijven en hoe wij een werkplek afzetten voor uw medewerkers en bezoekers. Bij zorginstellingen en recreatieterreinen kijken wij extra naar het contact met bewoners en gasten.
Wij houden ook rekening met dieren die niet het doel zijn. Vangmiddelen worden zo geplaatst dat huisdieren, kinderen en beschermde soorten er niet bij kunnen. Wij controleren geplaatste middelen volgens afspraak, zodat een dier er niet onnodig lang in zit.
Vossen, reeën en dassen: wie mag wat doen?
Een vos in uw kippenren, een ree in uw jonge aanplant of een das die onder een pad graaft. Dit zijn drie verschillende situaties met drie verschillende regels. Wat u mag doen, hangt af van de diersoort, de plek en de reden.
Een vos laat vaak keutels met haren en botresten achter en graaft of gebruikt een hol. Een ree schilt de bast van jonge bomen en knabbelt aan twijgen. Een das laat vaste paden, grote zandhopen bij een burcht en kleine latrinekuiltjes achter. De das is streng beschermd. Verstoor een burcht daarom nooit zelf.
Sluit kippenhokken af met gaas dat ook onder de grond doorloopt. Bewaar voer en afval niet buiten. Voer een vos nooit.
Bescherm jonge bomen met een rasterring of boomkoker. Een ree springt hoog, dus een lage afrastering is vaak niet genoeg.
Bij graafschade rond een burcht doet u zelf niets. Maak foto's en neem contact op voor advies.
Voor ingrijpen is meestal toestemming nodig, bijvoorbeeld van de provincie. De regels verschillen per soort en per gebied. Wij zoeken dit voor u uit voordat er iets gebeurt. Vaak is een goede afscherming de snelste en veiligste oplossing.
Muskusrat, beverrat en wasbeer: invasieve exoten melden
Sommige dieren horen niet van nature in Nederland. Ze kunnen schade aan oevers, dijken en natuur veroorzaken. Voorbeelden zijn de muskusrat, de beverrat en de wasbeer.
Muskusratten en beverratten graven in oevers en dijken. In Nederland worden ze meestal bestreden door waterschappen, niet door particulieren. Zijn er gangen, graafsporen of een dier aan het water zichtbaar? Maak een foto, noteer de plek en meld het bij het waterschap of de gemeente. Zet zelf geen vallen en voer de dieren niet.
Voor sommige exoten gelden Europese regels. Zo mag u bepaalde soorten niet zomaar houden, kweken of loslaten. Een wasbeer die u op uw terrein ziet, is dus iets om te melden en niet om zelf te vangen.
Een faunadossier opbouwen: wat provincie en gemeente van u verwachten
Gaat het om structurele overlast, dan vragen provincie of gemeente meestal om een goede onderbouwing. Zij willen weten welk dier het is, hoeveel schade er is en wat u al hebt gedaan om schade te voorkomen.
Een dossier bevat bij voorkeur foto's met datum, een beschrijving van de schade, waarnemingen van wildcamera's en een overzicht van de maatregelen die u al nam. Denk aan afrastering, aangepast beheer en het weghalen van voedselbronnen. Een verzoek om ingrijpen is sterker als blijkt dat preventie al is geprobeerd.
Foto's, tijden en plekken. Zo ziet u of het gaat om een enkel dier of een patroon.
Afrastering, afdichting, beheer van groen en opslag. Noteer wat u deed en wanneer.
Wij zetten de bevindingen in een rapport dat u kunt aanleveren bij de juiste instantie.
Voor gemeenten, terreinbeheerders en recreatiebedrijven maakt dit het verschil tussen een lang traject met veel vragen en een traject dat duidelijk verloopt. Wij helpen met het verzamelen van de gegevens. De beslissing over toestemming blijft bij de bevoegde instantie.
Vleermuizen en uw verbouwing: eerst kijken, dan pas beginnen
Hoort u in de avond tikkende of piepende geluiden uit de spouwmuur of onder de dakrand? Ziet u kleine zwarte keutels onder een gevelopening, die verkruimelen als u ze fijnknijpt? Dan kan het om vleermuizen gaan. Vleermuizen en hun verblijfplaatsen zijn in Nederland beschermd.
Dat is vooral belangrijk als u gaat isoleren, het dak vervangt of de gevel renoveert. Werk dat een verblijfplaats verstoort of dichtmaakt kan verboden zijn. Het gaat dan niet alleen om de dieren, maar ook om uw planning en uw project.
Wij letten op keutels, vlekken onder een invliegopening en geluiden in de schemering. Een muis laat andere sporen achter dan een vleermuis.
Sluit geen openingen af en gebruik geen middelen. Een dier dat niet meer naar buiten kan, komt vaak om in de wand.
Een ecoloog bepaalt of er een verblijfplaats is en welke periode geschikt is voor werk. Het bevoegd gezag beoordeelt of toestemming nodig is.
Wat doen wij en wat doen wij niet?
Wij zijn plaagdierbeheerders, geen ecologen. Wij herkennen sporen, leggen de bevindingen vast en vertellen u eerlijk wat wij zien. Bij een vermoeden van vleermuizen adviseren wij u om voor het vervolg een ecoloog in te schakelen. Wij verjagen of vangen geen beschermde dieren.
Wij kunnen wel andere oorzaken uitsluiten. Zit er toch een marter, een muis of een vogel? Dan kunnen wij dat vaststellen en daarvoor een passende aanpak voorstellen. Zo voorkomt u dat een verkeerde bestrijding de verkeerde diersoort raakt.
Twijfelt u wat u in uw spouw of dakrand hoort? Dan helpt een inspectie om de soort vast te stellen en het juiste vervolg te kiezen. U kunt een offerte aanvragen of bellen met 085 212 8877.
Veelgestelde vragen
Hebben jullie vergunningen nodig?
Is faunabeheer hetzelfde als ongediertebestrijding?
Welke dieren vallen onder faunabeheer?
Wat kost faunabeheer?
Werken jullie ook voor gemeenten?
Wat doe ik bij een steenmarter op zolder of in de spouwmuur?
Wat kunnen jullie doen tegen konijnenoverlast?
Wat kunnen jullie doen tegen mollenoverlast?
Hoe stellen jullie vast welk dier de overlast veroorzaakt?
Wij laten de spouwmuur isoleren. Waar moeten wij op letten?
Mogen wij een vogelnest weghalen dat overlast geeft?
Wat is het verschil tussen jacht, schadebestrijding en beheer?
Vragen jullie de vergunning voor ons aan?
Hoe snel kunnen jullie starten?
Vangen jullie het dier en zetten jullie het ergens anders uit?
Gebruiken jullie een wildcamera?
Het geluid op zolder is weg sinds ik de opening heb dichtgemaakt. Ben ik klaar?
Een marter beschadigt steeds de kabels van onze bedrijfswagen. Wat kunnen jullie doen?
Wij plannen groot onderhoud aan het dak. Wanneer moeten wij jullie inschakelen?
Kunnen jullie ook werken op plekken die moeilijk bereikbaar zijn?
Mag ik zelf een vos of ree weren van mijn terrein?
Wat doe ik als ik een muskusrat of beverrat zie?
Gerelateerde diensten
Heeft u ook last van ander ongedierte in of om uw pand? Bekijk onze andere diensten.
Benieuwd wat het bij u kost? Bekijk onze tarieven en wat er altijd bij zit.
Heeft u overlast of schade door wilde dieren rond uw gebouw of terrein? Laat de situatie eerst beoordelen. Dan weet u wat is toegestaan en welke maatregel op die plek echt werkt.
Offerte aanvragenBel 085 333 4123