Erkend · volgens IPM

Kruipende insecten bestrijden in Groot-Amsterdam en Flevoland

Kakkerlakken, mieren, zilvervisjes en meer. Discreet opgelost.

Kruipende insecten komen vaak binnen via kieren en leidingen. Sommige zijn vooral vervelend, andere een echt hygienerisico. Wij bepalen de soort en pakken de bron aan.

WerkwijzeIPM aanpak
TechniciGecertificeerd
RapportageHACCP-proof
RegioAmsterdam en Flevoland

Hoe herkent u kruipende insecten?

Kruipende insecten laten vaak sporen achter voordat u het dier zelf ziet. Let daarom op kleine signalen in ruimtes waar het warm is en waar voedsel of vocht aanwezig is.

Kakkerlakken ziet u meestal in het donker. Overdag zitten ze verstopt achter apparatuur, in naden en achter plinten. Kleine zwarte stipjes op een muur of in een kast zijn vaak uitwerpselen. Een zoete, muffe geur in een keuken kan wijzen op een grotere populatie.

Zilvervisjes vindt u vooral in vochtige ruimtes. Denk aan een badkamer, een kelder of een berging. Ze eten lijm, papier en textiel. Aangevreten boeken of loslatend behang zijn een duidelijk signaal.

Mieren volgen vaste looproutes. Ziet u een rij mieren over een aanrecht of langs een plint, dan zit de bron meestal dichtbij. Vaak in een spouw, onder een vloer of buiten vlak langs de gevel.

Bedwantsen herkent u aan kleine bloedvlekjes op beddengoed en aan donkere stipjes langs de naden van een matras. In een hotel of zorginstelling is snel handelen belangrijk. Deze dieren liften mee met bagage, textiel en meubels.

Let op. Ziet u overdag kakkerlakken lopen, dan is de populatie meestal al groter dan u denkt. De schuilplaatsen zitten dan vol. Laat de situatie in dat geval snel beoordelen.

Wat kunt u zelf doen, en wat beter niet

Een aantal dingen kunt u prima zelf controleren. Kijk waar voedselresten liggen. Controleer of afvalbakken goed sluiten. Kijk of ergens vocht of een lekkage is. Ruim karton en oude dozen op, want kakkerlakken schuilen daar graag in.

Maak ook een scherpe foto van het insect. Daarmee kunnen wij vooraf vaak al bepalen om welke soort het gaat en welke aanpak past.

Wat u beter niet doet, is meteen zelf spuiten met een insectenspray uit de winkel. Bij kakkerlakken kan dat het probleem groter maken. De dieren verspreiden zich dan naar andere ruimtes en soms naar aangrenzende woningen of bedrijfsunits. Daarna duurt de bestrijding langer.

Zet ook geen lokdoosjes neer bij een vermoeden van bedwantsen. Bedwantsen reageren niet op lokaas. Het verplaatsen van een matras of een bank verspreidt ze juist verder door het pand.

Waarom De Afdeling Dierplagen?

Snel ter plaatse

Wij komen snel langs en pakken de bron aan, vaak al binnen een paar dagen.

Erkend en deskundig

Wij werken volgens de IPM-methode. Eerst kijken, dan gericht bestrijden, dan weren.

Particulier en zakelijk

Voor woningen en voor bedrijven. Discreet, netjes en zonder onnodig breekwerk.

Welke kruipende insecten?

Denk aan kakkerlakken, mieren, zilvervisjes en bedwantsen. Elk dier vraagt een eigen aanpak. Daarom kijken wij eerst goed voordat we bestrijden.

Waar heeft u last van?

Kies het dier voor meer informatie.

Voor bedrijven

Kakkerlakken en zilvervisjes horen niet thuis in een keuken of opslag. Ze kruipen door kieren en komen vaak mee met leveringen. Een kakkerlak groeit snel uit tot een plaag.

HACCP zijn de regels voor voedselveiligheid. Wij werken volgens die regels en leggen alles vast in een logboek. Zo laat u bij een controle zien dat u het netjes regelt.

Voor horeca, hotels en voedselbedrijven werken wij met vaste contracten en monitoring. Een vaste technicus controleert de risicoplekken en grijpt op tijd in.

Ook VvE besturen, vastgoedbeheerders en kantoren nemen contact met ons op. Kruipende insecten trekken zich niets aan van een muur tussen twee units. Bij meergezinspanden en kantoorgebouwen controleren wij daarom ook gemeenschappelijke ruimtes en leidingschachten.

Onze aanpak volgens IPM

Bij kruipende insecten helpt een spuitbus meestal maar kort. De dieren die u ziet zijn een klein deel van de groep. De rest zit in naden, achter apparatuur of in het nest. Daarom werken wij in vaste stappen. Eerst begrijpen, dan pas behandelen.

1. Inspectie

Wij stellen de soort vast en zoeken de bron. Waar zit het nest of de schuilplaats? Waar komen voedsel, vocht en warmte samen? Bij twijfel plaatsen wij lijmvallen om te zien waar de dieren lopen.

2. Bestrijding

Wij kiezen de methode die bij de soort en de plek past. Waar het kan werken wij zonder middelen, met warmte, stoom, wegzuigen en schoonmaak. Een middel met toelating zetten wij alleen in als dat nodig is.

3. Preventie

Wij laten zien waar de dieren binnenkomen en waar ze van leven. U krijgt een lijst met wat u zelf kunt aanpassen. Bij bedrijven leggen wij dit vast in het logboek.

Na de behandeling komen wij terug om te controleren. Bij kakkerlakken en bedwantsen is dat standaard, omdat eieren de eerste behandeling kunnen overleven. Wij noteren wat wij hebben gezien en wat er nog moet gebeuren. Zo weet u waar u aan toe bent.

Deze werkwijze past binnen IPM. IPM staat voor Integrated Pest Management. Daarbij kijken wij eerst naar de oorzaak, preventie en methodes zonder middelen. Bestrijdingsmiddelen worden alleen gebruikt wanneer dat nodig en toegestaan is. Wij zijn hiervoor gecertificeerd volgens IPM Knaagdierbeheersing en werken bij insecten volgens dezelfde regels.

Welk insect kruipt er rond?

Elke soort vraagt om een eigen aanpak. Kakkerlakken zoeken warmte en vocht op. U vindt ze achter de koelkast of in de horecakeuken. Zilvervisjes zitten in badkamers en achter plinten. Mieren komen in het voorjaar en de zomer binnen via kieren. Bedwantsen zitten juist in slaapkamers en hotels. Lees meer op onze pagina over bedwantsenbestrijding.

Ziet u ’s nachts snelle bruine insecten in de keuken? Neem dan direct contact op. Dat wijst op kakkerlakken en die verdwijnen niet vanzelf. Lees meer op onze pagina over kakkerlakkenbestrijding.

Kruipende insecten voorkomen: praktische tips

Met deze stappen maakt u uw pand minder aantrekkelijk voor kakkerlakken, zilvervisjes, mieren en andere kruipende insecten.

Zo weert u kruipende insecten
  • Maak dagelijks schoon, ook achter kasten en apparaten.
  • Bewaar voedsel in gesloten bakken en ruim kruimels meteen op.
  • Herstel lekkages snel. Vocht trekt zilvervisjes en kakkerlakken aan.
  • Dicht kieren en naden in muren en vloeren.
  • Controleer tweedehands spullen en dozen voordat u ze naar binnen brengt.

Ziet u toch insecten terugkomen? Dan zit er vaak een bron die u zelf niet ziet. Onze technici vinden die tijdens de inspectie.

Kakkerlakkenbestrijding bij u in de buurt

Wij bestrijden kakkerlakken in heel Groot-Amsterdam en Flevoland. Bekijk de aanpak voor uw plaats.

Let op. Wij gebruiken alleen bestrijdingsmiddelen met een Ctgb toelating. Ctgb staat voor College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Dit college keurt elk middel eerst goed op veiligheid. Na de behandeling is de ruimte snel weer veilig voor kinderen en huisdieren. Onze technicus vertelt u de precieze droogtijd.

Waarom de juiste soort vaststellen het verschil maakt

Kruipende insecten lijken op elkaar. De aanpak verschilt per soort juist sterk. Een verkeerde inschatting kost tijd en geld, en de overlast blijft.

Een paar voorbeelden uit ons werk. Zilvervisjes en papiervisjes lijken sprekend op elkaar. Zilvervisjes houden van vocht en zitten meestal in badkamers en keukens. Papiervisjes redden zich juist in droge ruimtes en verspreiden zich door een heel pand. Bij papiervisjes is alleen de badkamer aanpakken dus niet genoeg.

Bij mieren maakt het uit om welke soort het gaat. Een gewone wegmier heeft meestal een nest buiten. Een faraomier heeft meerdere koninginnen en meerdere nesten binnen. Bij faraomieren kan een verkeerd middel de kolonie laten opsplitsen. Het probleem wordt dan groter in plaats van kleiner.

Bedwantsen worden vaak verward met vlooien of met een huidreactie op iets anders. Dat verschil is belangrijk. Bij bedwantsen ligt de bron in bedden, matrassen en meubels. Bij vlooien ligt de bron meestal bij een dier of in een ruimte die een tijd leeg heeft gestaan.

Daarom begint iedere behandeling bij ons met vaststellen wat er precies aanwezig is. Wij nemen waar nodig een exemplaar mee ter controle. Wij vragen u ook waar en op welk moment u de dieren ziet. Pas daarna bepalen wij welke maatregelen zinvol zijn. Dat scheelt u vaak een onnodige behandeling.

Wat u kunt doen voordat wij komen
  • Vang een insect in een potje of maak een scherpe foto van dichtbij. Dat scheelt vaak een extra bezoek.
  • Noteer op welke plek en op welk tijdstip u de dieren ziet.
  • Ga niet zelf spuiten met een middel uit de winkel. Dieren verspreiden zich daardoor vaak over meer ruimtes en de behandeling wordt lastiger.
  • Slaap bij een vermoeden van bedwantsen niet in een andere kamer. U neemt de dieren dan mee naar die kamer.

Hoe lang duurt een behandeling van kruipende insecten?

Dat verschilt sterk per soort. Wij zeggen vooraf wat u kunt verwachten, ook wanneer dat betekent dat er meerdere bezoeken nodig zijn.

Bij mieren ziet u meestal binnen een tot twee weken duidelijk minder activiteit. De werksters moeten het middel eerst door de kolonie verspreiden. In die periode nog wat mieren zien is normaal.

Bij kakkerlakken werken wij met vaste controlemomenten. De eieren zitten beschermd in een eipakket. Daardoor komen er na de eerste behandeling nog jonge dieren bij. Reken op enkele bezoeken over een periode van vier tot acht weken. De omvang en het gebouw bepalen hoeveel bezoeken nodig zijn.

Bij bedwantsen zijn meerdere bezoeken de regel en niet de uitzondering. De dieren verstoppen zich in naden, achter plinten en in stopcontacten. Wij controleren na de behandeling opnieuw en behandelen zo nodig gericht bij.

Bij zilvervisjes en papiervisjes gaat het vooral om vocht, voedselresten en papieropslag. Verandert daar niets, dan komt de overlast terug. Zo een traject loopt daarom vaak over enkele maanden, met controle tussendoor.

In een gebouw met meerdere woningen of bedrijfsruimtes duurt het langer. Insecten lopen langs leidingen en schachten naar de buren. Alleen uw eigen ruimte behandelen lost dan weinig op. Wij bespreken in dat geval met de VvE of de beheerder welke ruimtes mee moeten in de aanpak.

Let op. Een behandeling die te vroeg wordt afgesloten geeft bijna altijd terugkeer. Wij sluiten een traject pas af wanneer bij controle geen activiteit meer wordt vastgesteld. Dat leggen wij voor bedrijven vast in de rapportage, zodat u het bij een audit kunt laten zien.

Mieren binnen? Het nest zit meestal buiten

Loopt er een rij mieren over uw aanrecht of langs een plint? Dan zoekt de kolonie voedsel binnen. Het nest zelf zit vaak buiten of in de constructie. Denk aan de spouwmuur, de ruimte onder een dorpel, de zandlaag onder terrastegels of een stronk vlak bij de gevel.

Wij volgen daarom eerst de looproute. Mieren houden vaste paden aan. Die route wijst naar de plek waar ze naar binnen komen. Pas als wij dat weten, weten wij ook welke maatregel zin heeft.

Zit het nest in de spouw, dan is de aanpak anders dan bij een nest in de tuin. In een spouwmuur kunt u niet graven en niet zien. Wij werken dan op de looproute en op de toegang. Daarna dichten wij kieren rond kozijnen, dorpels, leidingen en kabeldoorvoeren.

Let op. Een spuitbus uit de bouwmarkt doodt alleen de mieren die u ziet. Bij sommige soorten reageert de kolonie op die verstoring door zich op te splitsen. U krijgt dan meerdere kleine nesten in plaats van een. Spuit dus niet op de looproute voordat de soort en de nestplek bekend zijn.

Werken wij met een lokaas, dan nemen de werksters dat mee naar het nest. Zo wordt ook het deel van de kolonie bereikt dat u nooit ziet. Houd er rekening mee dat u de eerste dagen juist meer mieren kunt zien. Dat betekent dat het lokaas wordt gevonden. Veeg de looproute in die periode niet schoon met een allesreiniger.

In bedrijven kijken wij extra naar suiker en eiwit. Denk aan een koffiecorner, een frisdrankinstallatie met een lekkende koppeling, kruimels onder een broodsnijmachine of een afvalcontainer vlak tegen de gevel. Zolang die bron er is, blijven mieren terugkomen. Daarom staat het wegnemen van de bron bij ons altijd in het advies.

Zilvervisjes en papiervisjes: begin bij het vocht

Zilvervisjes zijn zilvergrijze insecten zonder vleugels. Ze zijn actief in het donker. U ziet ze vooral in de badkamer, het toilet, een bijkeuken of een kruipruimte. Ze leven van suikers en zetmeel. Behangplaksel, papier, lijm in kartonnen dozen en etensresten zijn genoeg.

De oorzaak is bijna altijd vocht. Een zilvervisje heeft een vochtige en warme plek nodig. Blijft het vocht, dan blijft de populatie. Alleen bestrijden zonder iets aan het vocht te doen geeft daarom zelden een blijvend resultaat. Wij meten en beoordelen eerst waar dat vocht vandaan komt. Denk aan een lekkende sifon, slechte ventilatie, een koude buitenmuur of een vochtige kruipruimte.

Het papiervisje lijkt op het zilvervisje, maar is grijzer en behaarder. Een belangrijk verschil: het papiervisje overleeft ook in droge ruimtes. Daardoor komt het voor in kantoren, archieven, bibliotheken en musea. Papiervisjes vreten aan papier, foto negatieven, boekbanden, behang en soms textiel. Bij een archief of een collectie kan dat echte schade opleveren.

Papiervisjes verspreiden zich vaak via kartonnen dozen, verhuisdozen, boeken en oude papierstromen. Bij een besmetting in een kantoor kijken wij daarom ook naar de aanvoer van materiaal en naar opslagruimtes en leidingschachten.

Wat u zelf kunt controleren
  • Ventileert u de badkamer en het toilet voldoende, ook na het douchen?
  • Zit er een lek onder een wastafel, achter een wc of bij een wasmachine?
  • Staan er kartonnen dozen direct op een koude of vochtige vloer?
  • Zijn er kieren rond leidingdoorvoeren, plinten of een badkamerplafond?
  • Blijft er in een archief of magazijn ruimte tussen kast en buitenmuur?

Bij zilvervisjes zetten wij vaak lijmvallen in als monitoring. Daarmee stellen wij vast waar de dieren vandaan komen en of het aantal daalt. Dat is nuttig, want zilvervisjes leven lang en planten zich langzaam voort. Een verbetering ziet u dus niet in een paar dagen.

Bedwantsen in een hotel, zorginstelling of woning

Bedwantsen zijn platte, roodbruine insecten van ongeveer vijf millimeter. Overdag verstoppen ze zich in naden en kieren dicht bij een slaapplaats. Denk aan de naad van een matras, de rand van een boxspring, de achterkant van een hoofdbord, een stopcontact of een losse plint.

Herkenbare signalen zijn kleine donkere stipjes op het beddengoed, vervelde huidjes en beten die vaak in een rijtje of een groepje staan. Niet iedereen reageert op een beet. Een kamer kan dus besmet zijn terwijl een gast niets merkt. Reisverkeer is de belangrijkste verspreidingsroute. Een besmetting zegt daarom niets over de hygiene in een pand.

Let op. Ga niet zelf spuiten. Bedwantsen vluchten weg van een middel. Daarmee verspreidt u het probleem over de kamer of naar de kamer ernaast. Gooi ook geen matras of bank weg voordat de situatie is beoordeeld. Bij het naar buiten dragen verliest u vaak dieren onderweg.

Wij beginnen met een inspectie van de slaapplaats en de directe omgeving. Daarbij halen wij het beddengoed weg, kantelen wij het matras en controleren wij de bedbodem, de randen, het hoofdbord en meubels binnen enkele meters. In een hotel of zorginstelling controleren wij ook de kamers ernaast, erboven en eronder. Bedwantsen verplaatsen zich via leidingschachten en holle wanden.

De voorbereiding bepaalt een groot deel van het resultaat. Textiel gaat op zestig graden in de was, of minimaal dertig minuten in een warme droger. Schone spullen gaan in een gesloten zak en blijven daar tot de behandeling klaar is. Vloeren en randen worden gestofzuigd, waarna de zuigerzak direct het pand uit gaat. Wij geven deze punten vooraf op papier mee.

Reken op meer dan een bezoek. Eieren van bedwantsen zijn goed beschermd en komen pas na ongeveer een tot twee weken uit. Wij plannen daarom een controle na twee tot drie weken. Voor een hotel betekent dit meestal dat de kamer in die periode uit de verhuur blijft. Dat is vervelend, maar het is goedkoper dan een besmetting die zich over een etage verspreidt.

Voor zorginstellingen en woningcorporaties leggen wij vast welke kamers zijn gecontroleerd, wat is aangetroffen en wat de vervolgstap is. Die rapportage helpt bij interne controle en bij het informeren van bewoners of gasten.

Warmte en stoom: bestrijden zonder middelen

Bedwantsen, vlooien en veel andere kruipende insecten kunnen niet tegen hitte. Bij een temperatuur boven ongeveer 50 graden sterven de dieren en hun eieren binnen korte tijd. Daar maken wij gebruik van. Op steeds meer locaties werken wij daarom met warmte en stoom in plaats van met een middel.

Met een stoomapparaat behandelen wij naden van matrassen, boxsprings, plinten en meubels. De stoom komt in kieren waar een middel niet komt. Er blijft geen restant achter. De kamer kan daarna direct weer worden gebruikt. Dat is een groot voordeel in een hotel, een zorginstelling of een woning met kleine kinderen.

Stoom

Voor naden, kieren en textiel. Werkt direct op contact. Geschikt voor een enkele kamer of een enkel meubel.

Wassen en drogen

Textiel op 60 graden wassen of 30 minuten in een warme droger. Dat doodt alle stadia, ook de eieren. Dit kunt u zelf doen.

Vriezen

Spullen die niet gewassen kunnen worden, zoals schoenen of boeken, gaan vier dagen in een vriezer op min 18 graden.

Wij zijn eerlijk over de grenzen. Stoom werkt alleen op de plek waar wij ermee komen. Bij een zwaar besmette kamer met veel schuilplaatsen combineren wij daarom stoom met een gerichte behandeling in de naden. Wij leggen vooraf uit wat wij gaan doen en waarom.

Let op. Gebruik zelf geen haardroger, verfbrander of open vuur tegen insecten. De temperatuur is dan niet hoog genoeg in de kieren, en het brandgevaar is groot. Een stoomreiniger uit de winkel helpt wel bij een enkel meubel, maar bereikt geen eieren diep in een matrasnaad.

Pissebedden, duizendpoten en andere binnenlopers: niet alles hoeft bestreden

Niet elk kruipend insect is een plaagdier. Pissebedden, duizendpoten, miljoenpoten en huisspinnen komen vanuit de tuin of de kruipruimte naar binnen. Ze bijten in de praktijk niet, ze vreten geen voedsel aan en ze planten zich binnen zelden voort. Ze zoeken vocht. Vindt u ze regelmatig in een kelder, berging of bijkeuken, dan is dat vooral een teken dat het daar te vochtig is.

Bestrijden met een middel heeft dan weinig zin. De volgende dag komen er nieuwe binnen via dezelfde kier. Wat wel werkt is de oorzaak wegnemen. Controleer de kruipruimte op stilstaand water en lekkende leidingen. Sluit de kier onder de buitendeur af met een dorpelstrip. Haal bladafval en planten weg tegen de gevel. Zet een kelderrooster open zodat de ruimte droogt.

Voor een magazijn of een kelder van een bedrijf geldt hetzelfde. Wij noteren dit soort dieren wel in het logboek, omdat ze een auditor iets vertellen over vocht en openingen. Maar wij adviseren geen behandeling als die niets oplost. Dat scheelt u kosten en het houdt het pand vrij van middelen die niet nodig zijn.

Zo houdt u binnenlopers buiten
  • Sluit kieren onder deuren met een dorpelstrip of een borstelstrip.
  • Dicht kabeldoorvoeren en gaten rond leidingen met steenwol of kit.
  • Houd een strook van 30 centimeter langs de gevel vrij van planten en bladeren.
  • Laat een vochtige kelder of kruipruimte beter ventileren.
  • Zet geen kartonnen dozen direct op een vochtige vloer.

Twijfelt u welk dier u ziet? Stuur ons een duidelijke foto. Wij zeggen u eerlijk of een bezoek nodig is. Bij pissebedden en duizendpoten is dat meestal niet zo. Bij zilvervisjes, kakkerlakken of bedwantsen wel.

Kevers en larven in meel, granen en noten: voorraadinsecten

Ziet u kleine kevertjes in een pak meel, rijst, muesli of noten? Of kruipen er larfjes langs de rand van een schap? Dan gaat het meestal om voorraadinsecten. Die komen zelden van buiten. Ze komen bijna altijd mee met een product.

Voorraadinsecten leven in droge levensmiddelen. Denk aan de broodkever, de tabakskever, de rijstklander en de meeltor. Ook motjes in voorraad horen bij deze groep. Ze ontwikkelen zich in het product zelf. Daardoor ziet u de volwassen dieren vaak pas als er al een generatie in zit.

Herkennen doet u ze aan een paar dingen:

  • Kleine kevertjes of larfjes in of rond een verpakking, vaak bij meel, rijst, pasta, noten, specerijen, diervoeding of vogelvoer.
  • Kleine ronde gaatjes in karton of folie. Sommige soorten knagen zich zo naar buiten.
  • Klontering, spinseldraden of een muffe geur in een product.
  • Kevertjes op de vensterbank of tegen het raam. Zij lopen naar het licht, weg van de bron.

Bij een bedrijf is dit meer dan hinder. Een vondst in een schap of in een grondstof kan leiden tot een blokkade van een partij, een klacht van een klant of een afwijking tijdens een audit. Snel vaststellen om welke soort het gaat, helpt om de bron terug te vinden. Verschillende soorten horen bij verschillende producten.

Bron zoeken

Wij zoeken de besmette partij, niet de losse kevertjes. Dat betekent schappen leeghalen, kieren en naden nalopen en oude restanten opsporen.

Opruimen en scheiden

Besmet product gaat eruit. Twijfelgevallen worden apart gezet en gecontroleerd. Kasten en stellingen worden grondig gereinigd, ook de naden.

Vinger aan de pols

Met feromoonvallen volgen wij of er nog nieuwe dieren bij komen. Zo blijkt of de bron echt weg is of dat er nog een partij tussen staat.

Een feromoonval trekt een bepaalde soort aan met een geurstof. Zo'n val is bedoeld om te meten, niet om te bestrijden. De aantallen in de val laten zien of het rustiger wordt en in welk deel van de ruimte het probleem zit.

Let op. Spuiten in een voorraadkast lost dit niet op. Het middel komt niet in het product, en de volgende generatie komt gewoon uit. Het opsporen en verwijderen van de besmette partij is de oplossing.

Voor bakkerijen, groothandels, magazijnen en voedselbedrijven leggen wij bevindingen vast in een rapportage. Daarin staat waar is gekeken, wat is gevonden en welke maatregelen zijn afgesproken. Dat is bruikbaar bij een interne controle en bij een audit. Loopt er een contract voor plaagdierbeheersing, dan nemen wij de voorraadcontrole mee in de vaste ronde.

Vlooien: waarom behandelen alleen werkt als u de ruimte meeneemt

Krijgt u jeukende beetjes rond enkels en onderbenen? En springen er kleine donkere insecten weg als u de vloer nadert? Dan gaat het vaak om vlooien.

De volwassen vlo die u ziet, is maar een klein deel van het probleem. Het grootste deel zit als eitje, larve en pop in de omgeving. Dus in het tapijt, in naden van de vloer, onder plinten, in de mand van het dier en in de bank. Alleen het dier behandelen is daarom niet genoeg.

Poppen zijn lastig. Ze zijn goed beschermd en kunnen lang wachten. Trillingen, warmte en uitgeademde lucht zetten ze aan om uit te komen. Daarom komen in een leegstaande woning of een lang gesloten vakantiehuis soms opeens veel vlooien tevoorschijn zodra er iemand binnenkomt.

Dier eerst

Laat hond of kat behandelen door de dierenarts. Doet u dat niet, dan blijft de bron bestaan en begint het na een paar weken opnieuw.

Ruimte grondig

Stofzuigen, ook langs plinten en onder meubels. Textiel op minimaal 60 graden wassen. De zak of bak van de stofzuiger daarna direct buiten weggooien.

Behandeling en herhaling

Wij behandelen de plekken waar larven en poppen zitten. Vaak is een tweede bezoek nodig, omdat poppen niet allemaal tegelijk uitkomen.

Regelmatig stofzuigen is meer dan schoonmaken. De trilling laat poppen uitkomen, waardoor de dieren juist bereikbaar worden. Blijf daarom ook na de behandeling stofzuigen.

Let op. Ziet u na de behandeling nog vlooien, dan is dat niet meteen een teken dat het mislukt is. Poppen kunnen nog enkele weken uitkomen. Houd het bij en meld het als de aantallen niet duidelijk afnemen.

In een zorginstelling, hotel of vakantiewoning kijken wij ook naar de aangrenzende ruimtes. Vlooien reizen mee met mensen, dieren en textiel. Wij bepalen dan eerst hoe ver het gaat en welke ruimtes moeten worden meegenomen.

Wat kunt u verwachten in de weken na een behandeling?

Direct rust is niet altijd realistisch. Bij veel kruipende insecten ziet u de eerste dagen juist meer dieren dan daarvoor.

Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is meestal een goed teken. Insecten die verstoord raken of een middel opnemen, komen uit hun schuilplaats. U ziet ze dan lopen waar u ze eerder niet zag.

Dit is wat er in de praktijk gebeurt:

  • De eerste dagen loopt er meer zichtbaar rond. Daarna nemen de aantallen af.
  • U vindt dode insecten op plekken waar u ze niet verwachtte. Ruim die gerust op.
  • Er kunnen nieuwe dieren uitkomen uit eitjes of poppen. Die zijn bij de eerste behandeling niet altijd te raken.
  • Daarom is bij bedwantsen, vlooien en kakkerlakken vrijwel altijd een nacontrole nodig.

Belangrijk is wat u zelf wel en niet doet. Reinig de vloer en werkbladen gewoon. Maar dweil of schrob niet over plekken waar wij gericht hebben behandeld, tenzij wij zeggen dat het mag. Anders haalt u het effect weg en begint het opnieuw. Wij geven na het bezoek altijd aan welke plekken u met rust moet laten en hoe lang.

Bij een ruimte met voedsel gelden aanvullende afspraken. Wij bespreken vooraf wat moet worden afgedekt of weggehaald en wanneer u de ruimte weer normaal kunt gebruiken. In horeca en voedselbedrijven leggen wij dat vast, zodat het ook voor uw personeel duidelijk is.

Let op. Merkt u na de afgesproken periode nog steeds duidelijke activiteit? Meld dat dan meteen, ook als het bezoek nog niet gepland staat. Vaak is er dan een bron of schuilplaats die wij nog niet in beeld hadden. Dat is informatie, geen verwijt.

Hoeveel bezoeken nodig zijn, hangt af van de soort en van de situatie. Een enkele mierenroute is soms met één bezoek opgelost. Bedwantsen en kakkerlakken vragen bijna altijd meerdere bezoeken, verspreid over enkele weken. Wij noemen die termijn vooraf, zodat u niet hoeft te gissen. Onze volledige werkwijze en rapportage leggen wij op een aparte pagina uit.

Wanneer ziet u welk insect?

Niet ieder insect is het hele jaar even actief. Het seizoen waarin u iets ziet, zegt vaak al iets over de oorzaak. Wij gebruiken dat bij de inspectie. Een melding van mieren in april vraagt om ander onderzoek dan een melding van pissebedden in oktober.

Voorjaar en vroege zomer

Mieren worden actief zodra de bodem opwarmt. U ziet dan looproutes langs plinten, kozijnen en terrassen. In deze periode zit het nest bijna altijd buiten. Ook vlooien komen sneller tot ontwikkeling zodra het warmer wordt.

Zomer en nazomer

Warmte versnelt de ontwikkeling van veel insecten. Kakkerlakken en voorraadinsecten groeien bij hoge temperaturen sneller door. Een kleine haard kan in deze maanden in enkele weken uitgroeien. Vroeg melden scheelt daarom veel werk.

Najaar en winter

Bij dalende temperaturen zoeken pissebedden, duizendpoten en kevers een beschutte plek. Zij lopen via kieren en drempels naar binnen. Kakkerlakken en zilvervisjes merkt u juist in verwarmde ruimtes, want daar blijven zij het hele jaar actief.

Ziet u een insect buiten het seizoen waarin u het verwacht, dan is dat een signaal. Mieren die midden in de winter binnen lopen, wijzen bijvoorbeeld op een nest in de constructie of bij een warme leiding. Dat onderzoeken wij gericht, want alleen de looproute behandelen helpt dan niet.

Voor bedrijven betekent dit jaarritme ook iets voor de planning. Wij leggen controles bij voorkeur vlak voor de periode waarin het risico stijgt. Bij een keuken kijken wij dus voor de zomer extra naar warme en vochtige plekken achter apparatuur.

Wat leggen wij vast bij bedrijven?

Bij bedrijven is bestrijden maar een deel van het werk. Een auditor, een opdrachtgever of uw eigen kwaliteitsmedewerker wil kunnen zien wat er is gevonden, wat eraan is gedaan en wat het resultaat was. Daarom leggen wij iedere stap vast.

Na ieder bezoek ontvangt u een rapportage. Daarin staat wat wij hebben gecontroleerd, wat wij hebben aangetroffen, welke maatregelen wij hebben genomen en welke punten bij u openstaan. Denk aan een deur die niet goed aansluit of een voorraad die anders moet worden opgeslagen.

Logboek en plattegrond

Wij leggen vast waar de monitoringspunten hangen en nummeren ze op een plattegrond. Bij iedere controle is daardoor duidelijk welk punt activiteit laat zien. Ook iemand die er niet bij was, kan dat volgen.

Trend in plaats van momentopname

Eén vangst zegt weinig. De reeks vangsten over meerdere weken zegt veel. Wij vergelijken de tellingen per punt. Zo ziet u of een haard afneemt of juist verschuift naar een andere ruimte.

Controle op afstand

Op risicolocaties kunnen monitoringspunten op afstand worden uitgelezen. Nieuwe activiteit is dan ook tussen twee bezoeken door snel bekend. Dit noemen wij digitale monitoring.

HACCP is een systeem waarmee bedrijven risico's voor de voedselveiligheid beheersen. Plaagdieren horen daarbij. Onze rapportage is zo opgezet dat u die zonder bewerking in uw kwaliteitsdossier kunt opnemen. Werkt u met een eigen auditvorm, dan stemmen wij de indeling daarop af.

Let op. Een rapportage lost een bouwkundig gebrek niet op. Melden wij een openstaande kier, een lekkage of een opslagprobleem, dan blijft de kans op herhaling bestaan zolang dat punt niet is hersteld. Wij benoemen daarom altijd wie welke actie oppakt.

Kruipende insecten in een VvE of appartementencomplex

In een gestapeld gebouw stopt een insect niet bij de voordeur. Kakkerlakken, mieren en bedwantsen verplaatsen zich via leidingschachten, kruipruimtes, gangen en spouwen. Een behandeling in één woning haalt daarom vaak niet het hele probleem weg.

Bij een melding onderzoeken wij ook de ruimtes eromheen. Dat zijn meestal de woningen boven, onder en naast de melding. Daarnaast kijken wij naar de gedeelde ruimtes, zoals de bergingen, de afvalruimte, de meterkast en de kruipruimte.

Voor een VvE of een beheerder betekent dit één aanpak in plaats van losse afspraken per bewoner. Wij maken vooraf duidelijk welke woningen wij willen controleren en waarom. De bewoners krijgen een korte uitleg over wat zij moeten voorbereiden.

Wij stemmen ook af hoe u de bewoners informeert. Een melding in een complex ligt vaak gevoelig. Een feitelijke uitleg zonder schuldvraag voorkomt onrust en zorgt dat bewoners meewerken aan de controle. Dat is belangrijk, want één woning die dichtblijft kan een heel traject vertragen.

Wat een traject kost, hangt af van het aantal woningen, de bereikbaarheid van de schachten en de omvang van de activiteit. Wij brengen dat na de eerste inspectie in beeld, zodat het bestuur weet waar het aan toe is voordat het werk start.

Let op. Laat bewoners geen eigen middelen uit de bouwmarkt gebruiken bij een verdenking van bedwantsen of kakkerlakken. De dieren verspreiden zich dan vaak naar aangrenzende woningen. Het probleem wordt daarmee groter in plaats van kleiner.

Veelgestelde vragen

Werken jullie ook voor bedrijven?
Ja. Wij werken voor horeca, winkels, opslag en voedselverwerking, met rapportage en contractbeheer volgens de regels voor voedselveiligheid (HACCP).
Hoe snel kunnen jullie komen?
Vaak al binnen een paar dagen. Bel ons of vraag online een offerte aan.
Hoe komen insecten binnen?
Vaak via kleine kieren, leidingen of meegebrachte spullen. Wij sporen de route op en adviseren over wering.
Werken jullie discreet, bijvoorbeeld in een hotel?
Ja. Wij komen in nette werkkleding en zonder opvallende logo's als u dat wilt. Bij bedwantsen in een hotel werken wij rustig en buiten het zicht van gasten.
Voldoet jullie aanpak aan HACCP?
Ja. Wij werken volgens de regels voor voedselveiligheid en houden een logboek bij met controles en bevindingen.
Komt het ongedierte daarna terug?
Wij pakken de bron aan en dichten de plekken waar de insecten binnenkomen. Bij een contract controleren wij regelmatig, zodat een nieuwe plaag geen kans krijgt.
Wat kost het bestrijden van kruipende insecten?
Dat hangt af van de soort en hoe ver het probleem is gevorderd. Na de inspectie krijgt u een duidelijke offerte. Zo weet u vooraf waar u aan toe bent. Bedrijven kunnen kiezen voor een vast contract met periodieke controle.
Wat als de kruipende insecten na de behandeling terugkomen?
Komt het probleem binnen de garantietermijn terug? Dan komen wij kosteloos terug voor een extra behandeling. Bij een vast contract nemen wij dit risico structureel weg met periodieke controle.
Zijn de gebruikte middelen veilig voor kinderen en huisdieren?
Ja. Wij werken alleen met middelen die een Ctgb toelating hebben. Na de behandeling is er een korte droogtijd. Onze technicus geeft u hierover altijd persoonlijk advies.
Kunnen kruipende insecten via de buren binnenkomen?
Ja, dat gebeurt regelmatig. In flats en bedrijfsverzamelgebouwen lopen kakkerlakken en mieren via leidingschachten en kabeldoorvoeren van de ene ruimte naar de andere. Behandelt u dan alleen uw eigen unit, dan komen de dieren vaak terug. Bij een VvE of pand met meerdere huurders adviseren wij daarom vaak een gezamenlijke aanpak, in overleg met de beheerder.
Moeten wij tijdens de behandeling sluiten of de ruimte ontruimen?
Meestal niet. Veel werk doen wij gericht op de plekken waar de insecten zitten, bijvoorbeeld met gel op verborgen plaatsen. De ruimte kan daarna vrijwel direct weer in gebruik. Bij een ruimtebehandeling of bij werk in een keuken kan een korte wachttijd gelden voordat oppervlakken weer gebruikt mogen worden. Wij zeggen dat vooraf, zodat u het in de planning kunt opnemen. In horeca en zorg plannen wij het werk waar mogelijk buiten de openingstijden of buiten de maaltijdmomenten.
Wat moeten wij voorbereiden voordat jullie komen?
Voor een inspectie hoeft u weinig te doen. Handig is dat wij bij de plekken kunnen waar u de dieren ziet, dus dat kasten en apparatuur bereikbaar zijn. Bij bedwantsen vragen wij om beddengoed op zestig graden te wassen en om spullen niet naar een andere kamer te verplaatsen. Bij kakkerlakken helpt het als achter en onder apparatuur schoongemaakt is, want vetaanslag en kruimels houden een populatie in stand. Wij sturen u vooraf een korte instructie die past bij uw situatie.
Waarom lopen er mieren binnen terwijl ik alles schoonhoud?
Mieren zoeken voedsel, water en warmte. Een paar kruimels of een druppel frisdrank is al genoeg. Ook een lekkende leiding of een vochtige plek kan de reden zijn. Het nest zit meestal buiten of in de spouw. Schoonmaken helpt, maar zolang de looproute en de toegang open blijven, komen ze terug.
Zijn zilvervisjes schadelijk?
Zilvervisjes brengen geen ziekten over en bijten niet. Ze kunnen wel schade geven aan papier, boeken, behang en soms textiel. Het grootste signaal is het vocht. Waar zilvervisjes zich thuis voelen, is de kans op schimmel en houtrot ook groter. Daarom kijken wij altijd eerst naar de oorzaak van dat vocht.
Wij hebben bedwantsen in een hotelkamer. Moeten de andere kamers ook worden gecontroleerd?
Ja. Wij controleren standaard de kamers ernaast, erboven en eronder. Bedwantsen verplaatsen zich via leidingschachten, holle wanden en kabelgoten. Alleen de kamer behandelen waar de melding vandaan komt, geeft vaak een terugkeer op een andere plek. Wij leggen per kamer vast wat is aangetroffen.
Kunnen jullie bedwantsen bestrijden zonder middelen?
Vaak grotendeels wel. Wij werken met stoom in de naden van matrassen, bedden en meubels en met wassen op 60 graden of vriezen voor textiel en losse spullen. Hitte doodt ook de eieren. Bij een zware besmetting met veel schuilplaatsen combineren wij stoom met een gerichte behandeling in de kieren. Wij bespreken vooraf welke aanpak bij uw situatie past en waarom.
Ik zie pissebedden of duizendpoten in de kelder. Is dat erg?
Meestal niet. Deze dieren komen van buiten naar binnen en zoeken vocht. Ze bijten niet en vreten geen voedsel aan. Een behandeling helpt niet, omdat er via dezelfde kier weer nieuwe binnenkomen. Kijk liever waar het vocht vandaan komt en waar de dieren binnenkomen. Een dorpelstrip onder de deur en een drogere kelder lossen het probleem vaak op. Twijfelt u over de soort? Stuur ons een foto.
Hoe voorkom ik dat ik bedwantsen mee naar huis neem na een reis?
Zet uw koffer in een hotelkamer niet op het bed of op de vloer, maar op het bagagerek of in de badkamer. Controleer de matrasnaad en het hoofdbord op donkere stipjes. Thuis pakt u de koffer uit bij de wasmachine en niet in de slaapkamer. Was alle kleding op 60 graden of doe alles 30 minuten in een warme droger. De lege koffer kunt u afzuigen en een paar dagen in een gesloten zak buiten de slaapkamer laten staan.
Er zitten kevertjes in mijn meel of rijst. Moet ik alles weggooien?
Niet alles, wel het besmette product. Voorraadinsecten komen bijna altijd binnen met een product en ontwikkelen zich in dat product. Gooi verpakkingen met kevertjes, larfjes, klontering of spinseldraden weg. Zet twijfelgevallen apart in een afgesloten bak en controleer die na twee weken. Maak de kast helemaal leeg en reinig ook de naden en de randen van de schappen, want daar blijven resten liggen. Spuiten in de kast helpt niet, want het middel komt niet in het product. Bij een bedrijf zoeken wij ook de partij of de leverancier terug, zodat het niet opnieuw binnenkomt.
Wij hebben vlooien, maar geen huisdier. Hoe kan dat?
Dat komt vaker voor dan u denkt. Vlooien kunnen als pop maandenlang wachten in tapijt, naden en onder plinten. In een woning die leeg heeft gestaan, of na een vorige bewoner met een dier, komen ze alsnog uit zodra er beweging en warmte is. Ook kunnen vlooien meekomen met bezoek, met een dier in de tuin of via een kruipruimte of zolder waar een dier heeft gezeten. Wij zoeken daarom eerst waar de dieren vandaan komen. Stofzuigen helpt, want de trilling laat poppen uitkomen en maakt ze bereikbaar.
Ik zie na de behandeling juist meer insecten. Is er iets misgegaan?
Meestal niet. De eerste dagen na een behandeling komen insecten uit hun schuilplaats. U ziet ze dan lopen op plekken waar u ze eerder niet zag. Daarna nemen de aantallen af. Ook kunnen er nieuwe dieren uitkomen uit eitjes of poppen die bij het eerste bezoek niet te raken waren. Daarom plannen wij bij bedwantsen, vlooien en kakkerlakken standaard een nacontrole. Neemt de activiteit na de afgesproken periode niet duidelijk af, meld dat dan. Dan is er waarschijnlijk een schuilplaats of bron die nog niet in beeld is.
Krijgen wij na ieder bezoek een rapportage?
Ja. U ontvangt na ieder bezoek een verslag met wat is gecontroleerd, wat is aangetroffen, welke maatregelen zijn genomen en welke punten bij u openstaan. De monitoringspunten staan genummerd op een plattegrond. Zo kunt u de reeks metingen volgen en het verslag rechtstreeks in uw kwaliteitsdossier opnemen.
Kunnen jullie meerdere vestigingen in één contract onderbrengen?
Dat kan. Wij werken voor bedrijven met meerdere locaties in Groot Amsterdam en Flevoland. Per locatie bepalen wij het risico en de controlefrequentie, want een keuken vraagt om een ander schema dan een kantoor. U kunt de rapportage per locatie krijgen en daarnaast een overzicht over alle locaties samen.
Hoe vaak is een periodieke controle nodig?
Dat hangt af van het risico. Bij een kantoor met weinig voedsel zijn enkele controles per jaar meestal voldoende. Bij een keuken, een voedingsbedrijf of een zorginstelling ligt de frequentie hoger, want voedsel, warmte en de aanvoer van goederen verhogen het risico. Wij bepalen de frequentie na de eerste inspectie en passen die aan wanneer de metingen daar aanleiding toe geven.

Gerelateerde diensten

Heeft u ook last van andere kruipende insecten of ander ongedierte in of om uw pand? Bekijk onze andere diensten.

Benieuwd wat het bij u kost? Bekijk onze tarieven en wat er altijd bij zit.

Ziet u dit ook op uw werk?

Bij bedrijven werken wij met een vast contract, vaste controles en een digitaal logboek dat u bij een inspectie of audit direct kunt laten zien. Bekijk wat wij doen voor horeca, voedingsindustrie, VvE en vastgoedbeheer, agrarisch, recreatie of zorg.

Last van kruipende insecten? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877📷 App een foto