
Een molshoop in een weiland lijkt onschuldig. Toch kan een veld vol molshopen uw ruwvoer bederven en uw koeien ziek maken. Het najaar is het moment om er iets aan te doen.
Wat molshopen met uw kuilvoer doen
Bij het maaien gaat de losse grond van een molshoop mee de kuil in. Die grond zorgt voor een hoger asgehalte in het voer. Een hoog asgehalte betekent dat er minder voedingswaarde per kilo in de kuil zit. U voert dan meer, met minder resultaat.
Er is nog een risico. In grond zitten sporen van bacteriën die in de kuil kunnen gaan groeien. Denk aan boterzuurbacteriën en aan listeria. Boterzuur maakt de kuil slecht ruikend en slecht smakend. Listeria kan bij rundvee en vooral bij schapen en geiten tot ziekte leiden. Grond in de kuil is dus geen detail, maar een echt voerprobleem.
Daarnaast beschadigen molshopen uw machines. Zand slijt messen en maait ongelijk. En op een oneven perceel maait u lager, waardoor u nog meer grond meepakt.
Mol of woelrat: het verschil is belangrijk
Veel boeren noemen alles wat hopen maakt een mol. Toch zijn er verschillen die uitmaken voor de aanpak.
De mol eet wormen en insecten. Hij eet geen gewas. Zijn hopen zijn rond en de aarde is los en fijn. Vaak ziet u midden op de hoop een klein gaatje waar de grond omhoog is geduwd.
De woelrat, ook wel waterrat genoemd, eet juist wel wortels en knollen. Zijn hopen zijn platter en onregelmatiger, met grovere kluiten en soms plantenresten ertussen. Woelratten zitten vaak dicht bij sloten en oevers. Zij kunnen jonge bomen en gewassen echt aanvreten.
Twijfelt u? Lees dan ons artikel watermol of mol: wat is het verschil. Ziet u kaalgevreten plekken en veel gangetjes vlak onder de zode, dan gaat het waarschijnlijk om veldmuizen. Hoe snel dat kan oplopen, laat de veldmuizenuitbraak in Friesland zien.
Wat de wet zegt
De mol is in Nederland een beschermde diersoort. In een aantal provincies geldt een vrijstelling waarmee u mollen mag bestrijden op landbouwgrond. Die vrijstelling verschilt per provincie en er zitten voorwaarden aan. Dat geldt ook voor de woelrat.
Controleer daarom altijd wat in uw provincie is toegestaan voordat u begint. In Noord-Holland en Flevoland gelden niet automatisch dezelfde regels. Het verschil tussen faunabeheer en gewone plaagdierbestrijding leggen wij uit in faunabeheer versus plaagdierbestrijding.
Wat wel werkt op een perceel
- Sleep of rol het land voor het maaien. Zo verdwijnen de hopen en pakt u minder grond mee.
- Maai niet te laag. Een paar centimeter hoger maaien scheelt veel grond in de kuil.
- Zorg voor goede ontwatering. Natte, wormrijke grond trekt mollen aan.
- Houd slootkanten kort en schoon. Dat maakt het minder aantrekkelijk voor woelratten.
- Vang met goedgekeurde klemmen, geplaatst in de actieve gang en niet in de hoop zelf.
- Begin op tijd. In het najaar en het vroege voorjaar zijn de dieren het makkelijkst te lokaliseren.
Klemmen plaatsen klinkt eenvoudig, maar in de praktijk zit het verschil in het vinden van de juiste gang. Wie de verkeerde gang kiest, vangt niets en verstoort het dier alleen. Wanneer u beter een vakman inschakelt, leest u in mollen verwijderen: wanneer een professional inschakelen.
Onze aanpak op uw bedrijf
Wij komen eerst kijken. Wij bepalen welk dier het is, hoe groot het gebied is en waar de actieve gangen lopen. Daarna maken wij een plan met een duidelijke periode en een duidelijk doel. U weet dus vooraf wat er gebeurt en wat het kost.
Wij combineren dit graag met de rest van uw erf. Voer, stal en machineberging horen bij hetzelfde verhaal. Kijk bijvoorbeeld ook naar spreeuwen en duiven in de stal. Alles wat wij doen leggen wij vast in een dossier. Dat is handig bij een kwaliteitscontrole of bij vragen van uw zuivelonderneming.