Kattenvlo (Ctenocephalides felis) sterk vergroot onder de microscoop, zijaanzicht
Foto: Andrei Savitsky, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Een school voor speciaal onderwijs in Katwijk begint het schooljaar in een ander gebouw. De oorzaak is een vlooienplaag die begin juli werd ontdekt. Het gebouw is inmiddels schoon, maar het buitenterrein niet. In dit artikel leest u waarom vlooien zonder huisdieren toch een gebouw kunnen overnemen, waarom de bron buiten vaak bepalend is en wat scholen, kinderopvang en bedrijven hiervan kunnen leren.

Wat er in Katwijk is gebeurd

Op 2 juli 2026 werd bij de Leidse Buitenschool aan de Duinoordweg in Katwijk een vlooienplaag vastgesteld. Het schoolbestuur en de gemeente Katwijk schakelden de GGD en een bestrijdingsbedrijf in. Het gebouw werd meerdere keren grondig gereinigd en behandeld. De laatste twee weken voor de zomervakantie kregen de leerlingen al ergens anders les.

Bij een nieuwe inspectie op 6 augustus waren in het gebouw geen vlooien meer te vinden. Op het buitenterrein zaten ze nog in grote aantallen. Daarom is besloten het nieuwe schooljaar op 31 augustus te starten in het lege gebouw van de voormalige Sjaloomschool. De school blijft daar in elk geval tot en met de herfstvakantie.

De gemeente zoekt de oorzaak bij dieren uit de duinen rond de school. Genoemd worden steenmarters, muizen, ratten en vossen. Een ecoloog deed een eerste inspectie en adviseerde verder onderzoek. Er komt een wildcamera om te zien welke dieren bij de school en bij de aanwezige holen leven. Mogelijk gaat het om een vossenhol. Volgens deskundigen is er geen gevaar voor de gezondheid van kinderen, medewerkers en omwonenden.

Waarom dit meer is dan een lokaal nieuwtje

Het verhaal uit Katwijk laat drie dingen zien die wij in de praktijk vaak tegenkomen. Ten eerste: vlooien hebben geen huisdier in het gebouw nodig. Ten tweede: een gebouw schoonmaken en behandelen is niet genoeg als de bron buiten ligt. Ten derde: de gevolgen voor een organisatie zijn groot. Een school die twee maanden niet in het eigen gebouw terecht kan, is een flinke verstoring. Voor een kinderdagverblijf, een zorginstelling of een bedrijf met veel personeel geldt hetzelfde.

Dit speelt niet alleen aan de kust. Ook in Groot Amsterdam en Flevoland liggen scholen, sportparken, kantoren en zorglocaties naast parken, dijken, bosjes en braakliggende terreinen. Overal waar vossen, steenmarters, egels, katten of knaagdieren een vaste plek hebben, kan hetzelfde gebeuren.

Hoe komen vlooien in een gebouw zonder huisdieren?

De vlo die we in Nederland het meest tegenkomen is de kattenvlo. Ondanks de naam leeft hij op veel soorten dieren: katten, honden, vossen, egels, steenmarters, konijnen en ratten. Een volwassen vlo leeft op het dier. De eitjes vallen van het dier af, op de plek waar het dier ligt, slaapt of loopt.

Uit die eitjes komen larven. Die leven niet op het dier, maar in de omgeving: in zand, in strooisel, in naden van een vloer, onder tegels, in een kruipruimte of in een hol. De larven verpoppen. In de pop kan de vlo maanden wachten tot er trillingen, warmte of kooldioxide van een gastheer in de buurt zijn. Dan komt hij tevoorschijn en springt.

Zo werkt het in Katwijk waarschijnlijk ook. Een dier met een hol vlak bij de school laat overal om de school eitjes achter. De poppen wachten. Kinderen en medewerkers lopen langs, de vlooien springen op en liften mee naar binnen. Binnen leggen nieuwe vlooien weer eitjes in vloerkieren en tapijt. Het gebouw is daarmee niet de bron. Het gebouw is de plek waar het zichtbaar wordt.

Waarom behandelen binnen niet genoeg is

Het bestrijdingsbedrijf in Katwijk heeft het gebouw meerdere keren gereinigd en behandeld. Dat werkte, want binnen zijn geen vlooien meer gevonden. Toch kan de school niet terug. Zolang het buitenterrein vol zit, komt er bij elke schooldag een nieuwe lading mee naar binnen.

Dit is een patroon dat we vaker zien, ook bij bedrijven. Een hardnekkige vlooienplaag in een magazijn, een kantine of een kleedruimte wordt keer op keer behandeld. Het lijkt even over. Na een paar weken is het terug. In zulke gevallen ligt de bron bijna altijd buiten het behandelde gebied: een dierennest onder een vloer, een kattenkolonie op het terrein, een steenmarter op zolder of een vossenhol onder een container.

Daarom begint een goede aanpak niet met een behandeling. Hij begint met de vraag: welk dier brengt de vlooien, en waar leeft dat dier?

Hoe vindt u de bron?

De gemeente Katwijk zet een wildcamera in. Dat is een goede keuze. Een wildcamera laat zien welke dieren waar en wanneer lopen, zonder dat u er zelf ’s nachts hoeft te zitten. Wij gebruiken dezelfde methode bij twijfel over de bron.

Andere hulpmiddelen zijn eenvoudig. Een lichtval met een bakje water laat zien of er vlooien springen en hoeveel. Witte sokken bij een wandeling over het terrein tonen direct waar de vlooien op springen. Sporenonderzoek helpt bij het vinden van holen, looppaden, uitwerpselen en slaapplekken van dieren. Een egel onder een schuur, een kat die elke dag onder dezelfde container ligt of een vossenhol in een talud zijn typische bronnen.

Pas als bekend is welk dier de bron is, kan er een passende maatregel worden gekozen. Bij een beschermde soort zoals de vos of de steenmarter zijn de mogelijkheden beperkt en gelden regels. Dan gaat het om het weren van het dier van het terrein en het ontoegankelijk maken van holen en schuilplaatsen, in overleg met een ecoloog of de gemeente.

Wat betekent dit voor scholen, kinderopvang en zorg?

Voor een school of kinderopvang is het risico vooral praktisch. Vlooien bijten, kinderen krabben en ouders maken zich zorgen. De gezondheidsrisico’s zijn in Nederland beperkt, maar de onrust en het verzuim niet. Katwijk laat zien hoe snel een locatie onbruikbaar kan worden.

Ligt uw locatie naast groen, duin, dijk of water? Dan loont het om het buitenterrein een vaste plek in de controle te geven. Kijk naar holen onder speeltoestellen en bergingen, naar zandbakken die niet worden afgedekt, naar katten die op het plein slapen en naar egels die onder een hek doorlopen. Meld klachten van jeukende beten bij kinderen of medewerkers direct, ook als er nog geen vlo is gezien.

Voor zorginstellingen geldt extra aandacht voor tuinen en terrassen waar bewoners zitten, en voor huisdieren van bezoekers of therapiedieren.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Bedrijven met een buitenterrein, een laadperron of opslag in de open lucht lopen hetzelfde risico. Zwerfkatten die onder pallets slapen zijn een klassieke bron van vlooien in een magazijn. Een steenmarter in een dakconstructie zorgt voor vlooien in de kantoorruimte eronder. Bij voedselbedrijven komt daar bij dat het aanwezige dier zelf ook een risico is voor de voedselveiligheid.

Werkt u met een vast contract voor plaagdierbeheersing? Vraag dan of het buitenterrein en de aanwezige wilde dieren in de inspectie zijn meegenomen. In een goed logboek staat niet alleen wat er binnen is gevonden, maar ook welke dierensporen buiten zijn gezien en welke maatregelen daarop volgen.

Wat kunt u zelf controleren?

Loop het terrein rond en let op holen in taluds, onder schuurtjes, onder terrassen en onder containers. Kijk naar plekken waar katten of egels regelmatig liggen. Controleer of zandbakken en speelzand zijn afgedekt. Loop met witte sokken door gras en over het plein en kijk of er kleine donkere puntjes op springen.

Binnen let u op beten rond enkels en onderbenen, op kleine springende insecten op lichte vloeren en op donkere korrels in tapijt of langs plinten. Een enkele beet is geen plaag. Klachten bij meerdere mensen op dezelfde plek wel.

Let op. Behandel niet zelf het buitenterrein met een spuitmiddel. Buiten is dat vaak niet toegestaan, het bereikt de poppen in de grond niet en het lost de bron niet op. Zolang het dier dat de vlooien brengt op het terrein blijft, komen de vlooien terug. Bij beschermde dieren zoals vossen en steenmarters gelden bovendien regels voor wat u wel en niet mag doen.

Zo verkleint u de kans op een vlooienplaag

Maak het terrein minder aantrekkelijk voor wilde dieren. Sluit holen onder gebouwen en bergingen af met gaas, nadat is vastgesteld dat er geen dier meer in zit. Zet geen voer buiten voor katten of egels. Sluit afvalcontainers goed, want die trekken vossen, steenmarters en ratten aan. Houd de zone rond gebouwen kort gemaaid en vrij van opslag.

Binnen helpt hygiëne. Stofzuig vloeren, naden en meubels vaak en leeg de stofzuiger buiten. Was kleden en kussens op 60 graden. Vlooien en hun eitjes overleven dat niet. Bij een echte plaag is dit niet genoeg, maar het houdt het aantal laag en het zorgt dat een behandeling beter werkt.

Bouw monitoring in. Een paar lichtvallen op de juiste plekken laten zien of de aanpak werkt. Dat is ook de manier om te bepalen wanneer een gebouw weer veilig gebruikt kan worden, zoals in Katwijk bij de inspectie van 6 augustus.

Wanneer is professionele hulp verstandig?

Een enkele vlo op een kat of hond is een zaak voor de dierenarts. Blijven beten terugkomen zonder dat er een huisdier in het gebouw is? Zijn er klachten bij meerdere mensen? Komt de plaag na een behandeling terug? Dan is een inspectie nodig die verder kijkt dan het gebouw alleen.

Bij zo’n inspectie zoeken we eerst de bron. We brengen dierensporen in kaart, plaatsen waar nodig een wildcamera en meten met vallen hoe groot het probleem is. Daarna kiezen we maatregelen die bij de bron passen: wering van het dier, het afsluiten van holen en schuilplaatsen, hygiënische maatregelen en waar nodig een gerichte behandeling binnen. Wij kiezen daarbij liefst voor gifloze methodes zoals warmte, stoom en mechanische middelen. Alleen als het echt niet anders kan gebruiken we een toegelaten biocide. Deze werkwijze past binnen IPM, waarin preventie en inspectie vooropstaan.

Veelgestelde vragen

Kunnen vlooien van een vos of egel op mensen leven?

Nee. Vlooien van dieren bijten mensen wel, maar leven niet op mensen. Ze hebben een dier met een vacht nodig om zich voort te planten. Daarom is het vinden van dat dier de sleutel tot de oplossing.

Hoe lang kan een vlooienplaag buiten aanhouden?

Poppen in de grond kunnen enkele maanden overleven. Zolang er een dier is dat nieuwe eitjes brengt, gaat het door. Zonder dat dier neemt het aantal in de loop van weken tot maanden af. Koud winterweer helpt buiten mee.

Mag een vossenhol of steenmarternest worden verwijderd?

Vossen en steenmarters zijn beschermd. Het verstoren of afsluiten van een hol of nest met dieren erin is niet zomaar toegestaan. Meestal wordt er in overleg met een ecoloog of de gemeente gewerkt met wering, zodat het dier vertrekt en niet terugkomt.

Is een vlooienplaag op een school een gezondheidsrisico?

In Nederland is het risico beperkt. Vlooienbeten geven jeuk en soms een allergische reactie. Ziekteoverdracht via vlooien komt hier zelden voor. De GGD wordt bij scholen vaak betrokken voor advies. Volgens de deskundigen in Katwijk was er geen gevaar voor de gezondheid.

Vlooien in uw school, kinderopvang, zorglocatie of bedrijfspand in Groot Amsterdam of Flevoland, terwijl er geen huisdier in het gebouw is? Wij zoeken de bron, ook buiten, en stellen een aanpak voor die het probleem niet laat terugkomen.

Offerte aanvragen
Bel 085 212 8877

Lees ook: Vlooien zonder huisdieren: hoe is dat mogelijk?, Vossen in stedelijk gebied, De eerste signalen van vlooien en het overzicht Kennisbank Vlooien.

Bronnen: Allesoverkatwijk.nl, 27 augustus 2026 (Leidse Buitenschool verhuist tijdelijk vanwege vlooienplaag). RTV Katwijk, 25 augustus 2026 (Speciaal onderwijs Katwijk vanwege vlooienplaag tijdelijk in gebouw Sjaloomschool). De Telegraaf, 25 augustus 2026. Foto: Andrei Savitsky, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons (File:Котяча блоха.jpg).