Gewone steekmug (Culex pipiens) van opzij gezien
Foto: Alvesgaspar, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

De NVWA heeft op 6 augustus 2026 gemeld dat bij een paard in Zuid-Holland het westnijlvirus is vastgesteld. In een andere regio testte ook een vogel positief. Dat betekent dat er muggen rondvliegen die het virus bij zich dragen. De NVWA noemt dit geen directe reden tot zorg. Het laat wel zien dat het virus in Nederland aanwezig is. In dit artikel leest u wat de vondst wel en niet zegt, en hoe u het aantal broedplaatsen op uw terrein beperkt.

Wat de NVWA heeft vastgesteld

Volgens de NVWA gaat het om het tweede paard in Nederland waarbij een besmetting met het westnijlvirus officieel is bevestigd. Het eerste paard was in 2025. Dit is de eerste bevestigde besmetting van 2026. Daarnaast is in een andere regio een vogel positief getest.

De NVWA volgt de situatie samen met onder andere het RIVM, Erasmus MC en Royal GD. Er loopt een monitoringsprogramma waarbij muggen worden gevangen en getest, onder meer op het westnijlvirus.

Hoe het virus zich verspreidt

Het westnijlvirus komt voor bij vogels. Steekmuggen brengen het virus over. Een mug die bloed heeft opgenomen bij een besmette vogel kan het virus doorgeven aan andere vogels, aan paarden en aan mensen.

Een besmet paard of een besmet mens geeft het virus niet door. Voor verspreiding is altijd een besmette mug nodig. In Nederland is de gewone steekmug, Culex pipiens, de soort die hierbij het meest wordt genoemd.

Wat dit nieuws wel en niet zegt

Het nieuws zegt dat het virus in Nederland circuleert. Twee bevestigde paarden in twee jaar is weinig, maar het is geen toeval meer. De vondst bij een vogel past bij het beeld dat vogels de bron zijn.

Het nieuws zegt niet dat er een uitbraak is. Het zegt ook niet dat iedere mug het virus bij zich draagt. De NVWA spreekt van geen directe reden tot zorg.

Volgens het RIVM krijgt ongeveer tachtig procent van de besmette mensen geen klachten. Ongeveer een op de vijf krijgt milde griepachtige klachten. Een klein deel wordt ernstig ziek. Mensen boven de vijftig jaar en mensen met een verminderde afweer lopen daarbij meer risico.

Bij paarden geldt iets vergelijkbaars. De meeste paarden worden niet ziek. Ongeveer twintig procent wordt wel ziek en daarvan wordt een klein deel ernstig ziek. Paarden kunnen tegen het westnijlvirus gevaccineerd worden. Dat is een vraag voor uw dierenarts.

Wat dit betekent voor paardenhouders en maneges

Voor maneges, pensionstallen en paardenhouderijen is dit het meest concrete nieuws. De NVWA vraagt houders om verschijnselen te herkennen en een verdenking te melden. Genoemde symptomen zijn koorts en griepachtige verschijnselen, verlies van eetlust, sloomheid, lusteloosheid en zenuwverschijnselen die kunnen variëren van stijfheid tot verlamming.

Westnijlkoorts is geen bestrijdingsplichtige dierziekte. Bij een besmetting bespreekt de NVWA met de houder welke maatregelen mogelijk zijn. Die maatregelen richten zich vooral op het aanpakken van broedplaatsen van steekmuggen.

Dat laatste is precies het onderdeel waar u zelf invloed op heeft. Rond stallen liggen vaak veel plekken waar water blijft staan. Denk aan drinkbakken, gierputten, dakgoten, opgeslagen banden, kruiwagens en regentonnen.

Let op. Vermoedt u westnijlkoorts bij een paard? Neem contact op met uw dierenarts en meld de verdenking bij de NVWA. Laboratoria die op het westnijlvirus testen zijn verplicht een positieve uitslag bij de NVWA te melden. Vindt u plotseling veel dode wilde vogels, dan kan dat een signaal zijn. Voor gehouden vogels geldt een meldplicht bij verdenking.

Wat dit betekent voor bedrijven met buitenterrein

Muggenoverlast is voor veel bedrijven vooral een comfortprobleem. Gasten op een terras, bewoners van een zorginstelling of gasten op een camping klagen als er veel muggen zijn. Dit nieuws voegt daar een reden aan toe om broedplaatsen serieuzer te nemen.

Relevant is dit onder meer voor:

  • Horeca met een terras of een binnentuin, zeker bij water in de buurt.
  • Campings, jachthavens en recreatiebedrijven met veel buitenruimte.
  • Zorginstellingen met een tuin, vijver of waterpartij.
  • Agrarische bedrijven en paardenbedrijven met stallen, opslag en drinkwatervoorzieningen.
  • Vastgoedbeheerders met binnentuinen, daktuinen, platte daken en ondergrondse garages.

De aanpak is bij al deze bedrijven hetzelfde. U vermindert het aantal plekken waar muggen zich kunnen voortplanten. Alleen volwassen muggen bestrijden werkt niet, omdat er steeds nieuwe bijkomen.

Waar de gewone steekmug zich voortplant

De gewone steekmug legt eitjes op stilstaand water. Zij heeft geen vijver of sloot nodig. Een laagje water in een emmer is al genoeg. Voedselrijk en enigszins vuil water is voor deze soort juist aantrekkelijk.

Veelvoorkomende plekken zijn:

  • Regentonnen zonder deksel of zonder gaas.
  • Emmers, gieters, bloempotschotels en kruiwagens.
  • Verstopte dakgoten en afvoeren die niet doorlopen.
  • Straatkolken en putten waar water blijft staan.
  • Opgeslagen banden, dekzeilen en omgekeerde deksels.
  • Onderzetters van buitenmeubilair en niet gebruikte containers.
  • Waterpartijen zonder stroming en zonder waterleven.

Dit jaar was uitzonderlijk droog. Daardoor waren er op veel plekken minder muggen dan gebruikelijk. Kleine, door mensen gemaakte waterplekken blijven echter wel bestaan, want die worden bijgevuld door regenbuien of door gebruik. Juist die plekken zijn voor de gewone steekmug belangrijk.

Zo verkleint u het aantal broedplaatsen

  • Loop uw terrein eens per één tot twee weken na en keer alles om waar water in kan blijven staan.
  • Zet een deksel of fijn gaas op regentonnen.
  • Maak dakgoten en afvoeren schoon, zeker na een droge periode met veel blad en stof.
  • Ververs drinkbakken en vogelbadjes minstens één keer per week volledig.
  • Zorg voor afschot, zodat water op platte daken en verharding kan weglopen.
  • Sla banden, zeilen en materiaal droog en onder een afdak op.
  • Breng horren aan bij stallen, keukens en verblijfsruimtes.
  • Beperk buitenverlichting die insecten aantrekt, of kies verlichting die minder aantrekkingskracht heeft.

Bespreek water op openbaar terrein met uw gemeente of het waterschap. Straatkolken en bermsloten liggen buiten uw eigen perceel, maar de muggen die daar ontstaan komen wel bij u terecht.

Wanneer is professionele hulp verstandig?

Bij muggen is bestrijding zelden het eerste antwoord. In de meeste gevallen levert het opsporen en wegnemen van broedplaatsen meer op. Een professionele inspectie is vooral zinvol als:

  • De overlast op uw terrein elk jaar terugkomt, ondanks opruimen.
  • U niet kunt achterhalen waar de muggen vandaan komen.
  • U een groot of complex terrein beheert met veel afwatering en opslag.
  • U gasten, patiënten of bewoners heeft die last of klachten melden.
  • U wilt vastleggen welke maatregelen zijn genomen, bijvoorbeeld voor een audit of voor uw logboek.

Wij werken volgens IPM. IPM staat voor Integrated Pest Management. Daarbij komen inspectie, preventie en niet chemische maatregelen eerst. Bij muggen betekent dat: het terrein in kaart brengen, broedplaatsen aanwijzen, maatregelen afspreken en het resultaat na verloop van tijd controleren. Meer hierover leest u op onze werkwijze en op de pagina plaagdierbeheersing. Algemene informatie over muggen vindt u in onze kennisbank bij muggen.

Veelgestelde vragen

Kan ik het westnijlvirus krijgen van een besmet paard?
Nee. Een besmet paard geeft het virus niet door aan mensen of aan andere paarden. Voor overdracht is altijd een besmette mug nodig.

Moet ik nu bang zijn voor muggenbeten?
Nee. Het aantal bevestigde besmettingen in Nederland is klein en de meeste mensen die besmet raken krijgen geen klachten. Beten voorkomen blijft prettig, maar er is geen reden voor paniek.

Helpt een muggenlamp tegen deze muggen?
Een lamp vangt een deel van de volwassen muggen die er toevallig langs vliegen. Zolang er broedplaatsen zijn, komen er nieuwe muggen bij. Het wegnemen van stilstaand water heeft veel meer effect.

Is dit hetzelfde als de Aziatische tijgermug?
Nee. De Aziatische tijgermug is een exotische soort die de NVWA actief opspoort en bestrijdt bij vondsten. De gewone steekmug is een inheemse soort die overal in Nederland voorkomt. Beide soorten leggen eitjes op stilstaand water.

Wat doe ik als ik plotseling veel dode vogels vind?
Raak dode vogels niet met blote handen aan. Meld de vondst bij uw gemeente. Bij gehouden vogels meldt u een verdenking bij de NVWA.

Bronnen

NVWA, nieuwsbericht “Besmetting met westnijlvirus vastgesteld bij paard en vogel”, 6 augustus 2026.

RIVM, informatie over westnijlkoorts bij mensen, geraadpleegd op 16 augustus 2026.

Foto: Gewone steekmug (Culex pipiens) door Alvesgaspar, licentie CC BY-SA 3.0 Unported, via Wikimedia Commons.

Terugkerende muggenoverlast op uw terrein in Groot Amsterdam of Flevoland? Wij brengen de broedplaatsen in kaart en adviseren over maatregelen die het aantal muggen structureel verlagen.

Offerte aanvragen
Bel 085 212 8877