Kakkerlakkensoorten in Nederland
De meest voorkomende soorten in Nederlandse gebouwen zijn de Duitse kakkerlak (Blattella germanica), de oosterse kakkerlak (Blatta orientalis) en de Amerikaanse kakkerlak (Periplaneta americana). Elke soort heeft andere voorkeuren voor temperatuur en vochtigheid, en nestelt op andere plekken.
De Duitse kakkerlak
De meest problematische soort: 10–15 mm lang, lichtbruin met twee donkere strepen op het halsschild. Prefereert warme, vochtige omgevingen: keukens, koffiezetapparatuur, vrieskisten en boilers. Reproduceert zeer snel — één vrouwtje kan 400 nakomelingen per jaar produceren.
De oosterse kakkerlak
Donkerbruin tot zwart, 20–25 mm. Prefereert koelere, vochtige omgevingen: kelders, rioolputten, badkamers. Reproduceert trager dan de Duitse kakkerlak.
De Amerikaanse kakkerlak
De grootste soort: 35–40 mm, roodbruin met een geel randje op het halsschild. Treedt op in riolen, kelders en grote verwarmde ruimtes. Kan vliegen. Wordt zelden aangetroffen in gewone woningen maar wel in grotere gebouwen en horeca.
Sporen herkennen
- Uitwerpselen: kleine, donkere cylindrische keutels — kleiner dan een rijstkorrel voor de Duitse kakkerlak.
- Eikapselkokers (oothecae): bruine, harde capsules van 6–9 mm die vrouwtjes achterlaten op warme, donkere plekken.
- Muffe geur: een gevestigde infestatie ruikt onaangenaam muf en zoet.
- Actieve kakkerlakken overdag: duidt op een serieuze infestatie — normaal zijn ze nachtactief.