Wasbeer klimt in een afvalbak op zoek naar voedselresten
Foto: Rhododendrites, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

De Provincie Limburg wil tussen 2027 en 2030 ruim een miljoen euro uitgeven aan het vangen en doden van wasberen. Dat bleek op 13 augustus 2026 uit antwoorden van het provinciebestuur op vragen van Provinciale Staten. In dit artikel leest u wat er precies is besloten, waarom de wasbeer in Nederland als ongewenst dier geldt, en welke maatregelen op uw eigen pand of terrein wel en niet zinvol zijn.

Wat de Provincie Limburg heeft besloten

In Limburg leven naar schatting ongeveer honderd wasberen. De dieren zitten vooral in Zuid-Limburg. Sinds 2017 is daar ook voortplanting vastgesteld. De provincie wil de populatie helemaal uit de Nederlandse natuur verwijderen.

Daarvoor kiest Limburg voor een combinatie van vangst door een professioneel vangteam en aanvullend afschot. Wegvangen, steriliseren en daarna opvangen wordt niet langer haalbaar geacht. De provincie noemt daarvoor drie redenen. Er is te weinig opvangcapaciteit. Herplaatsing is beperkt mogelijk. En eerdere ontsnappingen uit opvanglocaties leidden tot kostbare terugvangacties.

De aanpak past in een bredere lijn. Op 18 juni 2026 presenteerde de provincie een evaluatie van haar wasberenbeleid over 2019 tot en met 2025. Daaruit bleek volgens de provincie dat alleen intensieve en langdurige bestrijding verspreiding over de rest van Nederland kan voorkomen. In het landelijke aanvalsplan invasieve exoten staat het doel om de Nederlandse wasberenpopulatie in 2027 volledig te verwijderen.

Waarom de wasbeer geen gewoon wild dier is

De wasbeer komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Door ontsnappingen en het loslaten van dieren heeft de soort zich in verschillende Europese landen gevestigd. De wasbeer staat op de Unielijst van invasieve exoten van de Europese Unie. Daardoor geldt voor overheden de verplichting om de soort actief te bestrijden en verdere verspreiding te voorkomen.

Dat is een belangrijk verschil met dieren als de steenmarter, de vleermuis of de meeuw. Die zijn juist beschermd. Bij die soorten mag u vaak weinig meer dan weren. Bij een invasieve exoot is het beleid omgekeerd. Daar is het uitgangspunt dat het dier hier niet hoort.

Hoe groot is het probleem in de buurlanden?

Hier is een eerlijke nuance op zijn plaats. De provincie spreekt over ruim anderhalf miljoen wasberen in Duitsland en tienduizenden in Wallonië. Het RIVM noemt op basis van eerder onderzoek een schatting van meer dan honderdduizend wilde wasberen in Duitsland.

De schattingen lopen dus flink uiteen. Wat beide bronnen wel duidelijk maken, is dat het om een grote populatie gaat die zich blijft uitbreiden. Driekwart van de Limburgse provinciegrens ligt tegen Duitsland en België aan. Dieren trekken zich van die grens niets aan.

Speelt dit ook in Groot-Amsterdam en Flevoland?

Op dit moment niet. Er is in ons werkgebied geen gevestigde wasberenpopulatie. Het RIVM schrijft dat wasberen buiten Limburg slechts sporadisch worden waargenomen. Het gaat daarbij waarschijnlijk om ontsnapte of losgelaten dieren.

Een enkele waarneming betekent dus niet dat er een populatie in de buurt zit. Wel is het zinvol om te weten hoe u zo een dier herkent en waar u een waarneming doorgeeft. Juist bij invasieve exoten is vroeg signaleren het verschil tussen een klein probleem en een groot probleem.

Welke schade richt een wasbeer aan gebouwen aan?

Een wasbeer klimt goed en is handig met zijn voorpoten. Hij zoekt donkere, droge en rustige holtes om te slapen en jongen te krijgen. In bewoonde gebieden komt hij daarom terecht op zolders, in schuren, in spouwmuren, achter dakbeschot en in schoorstenen. Ook breekt hij vuilnisbakken en containers open.

De schade lijkt in de praktijk sterk op wat wij kennen van de steenmarter. Weggetrokken dakisolatie. Aangevreten of losgetrokken leidingen en kabels. Vervuiling door urine en uitwerpselen. Geluidsoverlast in de nacht. Het verschil is dat een wasbeer groter en zwaarder is, waardoor de schade sneller oploopt.

De Provincie Limburg noemt daarnaast schade aan landbouwgewassen en een risico voor zeldzame inheemse dieren zoals vogels, amfibieën en vleermuizen.

Wat de bronnen zeggen over gezondheid, en wat niet

Bij wasberen wordt vaak de wasberenspoelworm genoemd. De wetenschappelijke naam is Baylisascaris procyonis. Het is nuttig om te weten wat het RIVM daar precies over schrijft, want de nuance is belangrijk.

In Limburg is ongeveer 60 procent van de wasberen besmet met deze worm. De worm kan ook mensen infecteren. De meeste infecties bij mensen verlopen waarschijnlijk zonder klachten. Ziekte bij mensen komt niet vaak voor. Maar als het voorkomt, kan het ernstig zijn.

Besmetting gaat via de eitjes in de uitwerpselen. Wasberen gebruiken vaste mestplaatsen, ook wel latrines genoemd. Daar is de kans op besmetting het grootst. De eitjes blijven jarenlang besmettelijk in de omgeving. Jonge kinderen van 1 tot 4 jaar lopen extra risico, omdat zij vaker grond of voorwerpen in hun mond stoppen.

Let op. Ruim uitwerpselen van een wasbeer nooit zelf op met bezem, hogedrukreiniger of stofzuiger. Daarmee kunt u eitjes juist verspreiden. Het RIVM heeft een aparte instructie voor het opruimen van wasberenlatrines. Neem bij twijfel contact op met de GGD in uw regio.

Wat dit betekent voor bedrijven

Voor de meeste bedrijven in Groot-Amsterdam en Flevoland is de wasbeer vandaag geen actueel risico. Toch is dit nieuws om twee redenen bruikbaar.

Ten eerste laat het zien hoe snel een dier van zeldzame waarneming naar structureel probleem kan gaan. Limburg is in ongeveer tien jaar van losse waarnemingen naar voortplanting en een miljoenenbegroting gegaan.

Ten tweede zijn de maatregelen die tegen wasberen helpen dezelfde maatregelen die tegen ratten, muizen en marters helpen. Afval afsluiten. Voedsel niet buiten laten staan. Openingen in het gebouw dichten. Wie dat op orde heeft, is voorbereid op meerdere soorten tegelijk.

Dat geldt vooral voor:

Werkt u met HACCP, dan is dit ook een documentatievraag. HACCP is een systeem waarmee bedrijven risico’s voor voedselveiligheid beheersen. Bij een audit wil een auditor zien dat u weet welke dieren rond uw pand voorkomen, dat u dat vastlegt, en dat u maatregelen neemt als er iets verandert.

Wat u zelf kunt controleren

  • Staan afvalcontainers op slot of hebben ze een deksel dat niet zomaar openklapt?
  • Liggen er etensresten, diervoer of vogelvoer buiten?
  • Zijn er open dakranden, ontbrekende dakpannen of gaten in het dakbeschot?
  • Zit er een rooster op de schoorsteen en op ventilatieopeningen?
  • Staan er stapels pallets, hout of oude materialen tegen de gevel aan?
  • Hangen takken van bomen tot vlak boven het dak?
  • Hoort u ’s nachts geluid boven het plafond of achter de wand?
  • Ziet u een vaste plek waar uitwerpselen zich ophopen?

Zo verkleint u de kans op overlast door grotere dieren

Bij wasberen, marters en ratten werkt dezelfde volgorde. Eerst wegnemen wat het dier zoekt. Daarna dichtmaken hoe het dier binnenkomt. Pas als laatste ingrijpen op het dier zelf.

  • Sluit afval af. Gebruik containers met een deksel dat vastzit en zet ze op een harde ondergrond.
  • Ruim voedselresten rond terrassen, rookplekken en laad en losplaatsen dagelijks op.
  • Voer geen dieren buiten. Ook vogelvoer trekt knaagdieren en grotere dieren aan.
  • Dicht openingen in dak, gevel en dakrand. Gebruik materiaal dat een dier niet kan doorknagen of openbreken.
  • Snoei takken terug die als brug naar het dak dienen.
  • Houd begroeiing langs de gevel kort, zodat u schade en sporen ziet.
  • Sla voorraad en voer op in gesloten bakken, niet in open zakken.
  • Leg vast wat u ziet. Datum, plaats en soort. Zo herkent u een patroon voordat het een probleem wordt.

Ziet u een wasbeer? Dit kunt u doen

Raak het dier niet aan en probeer het niet zelf te vangen. Dat geldt ook voor een dood dier. Geef de waarneming door via het landelijke wasberenmeldpunt. Een foto helpt bij het vaststellen van de soort.

Een wasbeer wordt soms verward met een wasbeerhond of met een grote steenmarter. Het verschil is meestal goed te zien aan het zwarte masker rond de ogen en aan de gestreepte staart. Twijfelt u, laat de determinatie dan over aan het meldpunt.

Wanneer professionele hulp verstandig is

Voor de wasbeer zelf ligt de bestrijding bij de overheid. Provincies werken daarvoor met vangteams en met de Faunabeheereenheid. Wij vangen of doden geen wasberen.

Waar wij wel bij helpen, is het deel dat op uw eigen pand en terrein ligt. Dat is in de praktijk het deel dat het meeste effect heeft. Denk aan een inspectie van dak, gevel, kruipruimte en buitenterrein om te bepalen welke dieren toegang hebben. Denk aan een plan voor bouwkundige wering. En denk aan monitoring, zodat u het merkt als er iets verandert.

Wij werken volgens IPM. IPM staat voor Integrated Pest Management. Daarbij staan preventie, inspectie en niet chemische maatregelen voorop. Bij ons betekent dat ook dat wij bewust zonder gif werken. Gif tegen knaagdieren komt via muizen en ratten terecht bij roofvogels, katten, marters en andere dieren. Dat noemen we doorvergiftiging. Wering en het wegnemen van de oorzaak lossen het probleem structureel op. Meer daarover leest u op onze pagina over onze werkwijze.

Veelgestelde vragen

Mag ik zelf een wasbeer vangen als hij op mijn zolder zit?
Nee. De wasbeer valt onder het beleid voor invasieve exoten. Vangst en afschot lopen via de provincie en aangewezen vangteams. U mag wel maatregelen nemen aan uw eigen gebouw, zoals openingen dichten nadat u zeker weet dat er geen dier meer binnen zit.

Komen wasberen voor in Noord-Holland of Flevoland?
Er is geen gevestigde populatie. Losse waarnemingen buiten Limburg gaan volgens het RIVM waarschijnlijk om ontsnapte of losgelaten dieren. Geef een waarneming altijd door.

Hoe gevaarlijk is de wasberenspoelworm nu echt?
Het RIVM schrijft dat de meeste infecties bij mensen waarschijnlijk zonder klachten verlopen en dat ziekte niet vaak voorkomt. Als het wel gebeurt, kan het ernstig zijn. Het praktische advies is helder. Raak uitwerpselen niet aan, laat kinderen er niet bij spelen, en was uw handen na buitenwerk.

Wat is het verschil met een steenmarter op zolder?
De steenmarter is een beschermde inheemse soort. Die mag u niet doden. De aanpak bestaat uit weren en verstoren op het juiste moment. Bij de wasbeer geldt juist actieve bestrijding door de overheid. In beide gevallen is de bouwkundige wering van uw pand het deel waar u zelf over gaat.

Hoe weet ik of ik een marter, rat of iets groters op zolder heb?
Aan de sporen. Kijk naar de grootte van de uitwerpselen, naar looppaden in het stof, naar vetsporen langs balken en naar het soort schade. Een inspectie geeft binnen een bezoek meestal uitsluitsel.

Vermoedt u een dier op zolder, in de spouw of rond uw bedrijfsterrein in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij inspecteren uw pand, stellen vast welke soort het is en adviseren over wering en preventie.

Offerte aanvragen
Bel 085 212 8877

Bronnen: Parkstad Actueel, 13 augustus 2026, over de antwoorden van het provinciebestuur op Statenvragen. Provincie Limburg, nieuwsbericht en beleidsevaluatie wasberenaanpak, 18 juni 2026. RIVM, pagina over Baylisascaris procyonis, laatst gewijzigd 15 december 2025. Foto: Rhododendrites, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.