
Termieten komen van nature niet voor in Nederland. Toch vestigen ze zich hier steeds vaker. Dat blijkt uit een nieuwe risicoscan van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Er zijn inmiddels kolonies van zes verschillende soorten vastgesteld. Wat betekent dit voor uw bedrijf of woning?
Zes soorten al vastgesteld in Nederland
Nog geen zeven jaar geleden werd in Nederland voor het eerst een kolonie van een termietensoort gevonden. In 2024 kwamen daar twee soorten bij. Inmiddels gaat het om zes soorten. Dit blijkt uit een risicoscan van bureau Risicobeoordeling en Onderzoek, kortweg BuRO. Dit bureau valt onder de NVWA en adviseert de minister over voedsel en dierplagen. De scan is gemaakt door twee kennisinstellingen: EIS Kenniscentrum Insecten en het Kennis en Adviescentrum Dierplagen, ook wel KAD genoemd.
Het gaat vooralsnog om één tot drie kolonies per soort. De onderzoekers denken dat er meer kolonies zijn die nog niet zijn ontdekt. Termieten leven namelijk verborgen. Ze zitten meestal onder de grond of diep in hout. Daardoor vallen ze lang niet op.
Hoe komen termieten in Nederland terecht?
De belangrijkste route is de handel in houtige planten. Vooral olijfbomen uit Zuid-Europa spelen hierbij een rol. In de kluit of de stam van deze bomen kunnen termieten ongemerkt meereizen. Ook containervracht en houttransport zijn mogelijke routes. Daarnaast is er een kleine handel in termieten als huisdier, die per post besteld kunnen worden.
Eenmaal in Nederland kunnen termieten via tuincentra en de plantenhandel op nieuwe plekken terechtkomen. Zo kan een enkele geïmporteerde boom het begin zijn van een nieuwe kolonie.
Welke schade richten termieten aan?
Termieten worden vaak witte mieren genoemd, maar dat zijn ze niet. Het zijn kleine insecten van vier tot vijftien millimeter lang. Afhankelijk van de soort kunnen ze schade veroorzaken aan houten constructies in gebouwen, aan levende bomen en planten, en aan opgeslagen hout of houtproducten. Sommige soorten hebben ook invloed op de bodem en de omgeving.
Waarom dit relevant is voor bedrijven in Groot-Amsterdam en Flevoland
Voor de meeste bedrijven is dit onderwerp nu nog geen dagelijkse zorg. Toch is het slim om er nu al bij stil te staan, zeker voor een aantal branches. Tuincentra en kwekerijen die olijfbomen of andere mediterrane planten importeren, doen er goed aan om nieuwe partijen te controleren. Beheerders van vastgoed en oudere panden of monumenten met veel hout in de constructie hebben belang bij vroege controle. Ook houthandelaren en bedrijven die hout importeren, lopen een verhoogd risico op ongemerkt meegekomen termieten.
Onze aanpak is altijd gebaseerd op integrated pest management, kortweg IPM. Dat betekent dat we eerst goed kijken en de oorzaak vaststellen, voor we overgaan tot bestrijding. Bij een nieuwe en nog zeldzame plaagsoort als de termiet is dat extra belangrijk. Een verkeerde diagnose kost tijd, en tijd is bij termieten precies wat u niet wilt verliezen.
Hoe herkent u signalen van termieten?
Termieten laten soms sporen achter die u zelf kunt opmerken. Denk aan dunne aardachtige buisjes langs een muur of balk. Of aan een zwerm gevleugelde insecten na een paringsvlucht, vaak gevolgd door losse vleugels op de vloer. Hout dat hol klinkt als u erop klopt, kan ook een signaal zijn. Twijfelt u? Laat het dan bepalen door een deskundige. Zelf bestrijden werkt bij termieten niet en een foute inschatting kan de schade juist groter maken.
Wat kunt u nu al doen?
Controleer nieuw gekochte olijfbomen of andere mediterrane potplanten op gangetjes in de kluit of de stam, voor u ze plaatst. Laat verdacht hout of onbekende insecten op tijd checken. Vraag bij import van hout of plantmateriaal na waar het precies vandaan komt. En bij twijfel: neem gewoon contact op. Wij denken kosteloos met u mee en verwijzen indien nodig door naar het Kennis en Adviescentrum Dierplagen voor een officiële determinatie.
Bronnen: NVWA / bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (BuRO), risicoscan Termieten in Nederland (8 juni 2026); Vroege Vogels, BNNVARA (9 juni 2026). Foto: Judy Gallagher, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons.