Museumkever (Anthrenus verbasci), gefotografeerd in Arnhem
Foto: Bj.schoenmakers, CC0 1.0, via Wikimedia Commons

In een kledingwinkel valt ongedierte laat op. Er is geen etensgeur en geen afvalberg. Toch zijn juist textielwinkels kwetsbaar. Motten en kevers eten geen kruimels, maar wol, zijde en bont. De schade ziet u pas als een klant een gaatje vindt.

Welke dieren gaan op kleding af

Twee groepen zijn het belangrijkst. De eerste is de kleermot. De rups van de kleermot eet keratine. Dat zit in wol, kasjmier, zijde, vilt en bont. De tweede groep zijn de tapijtkevers en de museumkever. Ook hun larven eten dierlijke vezels.

De volwassen mot of kever richt zelf geen schade aan. De larven doen het werk. Daarom ziet u het dier vaak niet en de schade wel. Meer over het seizoen leest u in kleermotten actief deze zomer.

Waarom een winkel een ideale plek is

Larven houden van rust en donker. In een winkel is dat er genoeg. Denk aan de onderkant van rekken, de hoek achter de paskamerspiegel, de plint onder een vaste kast en de bodem van een voorraaddoos.

Ook de vloer speelt mee. Onder een tapijt of achter een vaste stoffering blijft stof en haar liggen. Dat is precies wat de larve nodig heeft. Hetzelfde probleem beschrijven wij bij tapijt en stoffen stoelen.

Voorraad die lang blijft liggen

Wintercollectie die maanden in het magazijn hangt is het grootste risico. Een mot heeft tijd nodig. Als een doos van maart tot september ongestoord staat, kan een hele generatie zich ontwikkelen. U opent de doos en de schade is al gedaan.

Zorg dus voor rotatie. Wat het langst ligt, controleert u het eerst. Hang nieuwe voorraad niet direct tegen oude voorraad aan.

Retouren en tweedehands zijn een aparte route

Een geretourneerd kledingstuk komt uit een woning die u niet kent. Daar kunnen eitjes of larven in zitten. Bij tweedehands artikelen speelt daarnaast het risico van bedwantsen. Wij gingen daar dieper op in bij retourzendingen en tweedehands artikelen.

Let op. Geef retouren een eigen plek, ver van de vaste voorraad. Controleer het artikel eerst en hang het pas daarna terug in het rek. Zo voorkomt u dat een probleem uit een woning uw hele collectie raakt.

Zo herkent u de eerste signalen

  • Kleine, onregelmatige gaatjes in wol of kasjmier, vaak in de vouw.
  • Kokertjes of spinselresten aan de binnenkant van een kledingstuk.
  • Vervellingshuidjes, die lijken op stukjes doorzichtig vel.
  • Kleine kevertjes op de vensterbank of tegen het raam.
  • Motjes die niet vliegen maar wegkruipen als u het licht aandoet.

Wat u zelf kunt doen

  • Zuig wekelijks onder rekken, langs plinten en in de paskamers.
  • Haal het stofzuigerzakje meteen uit de winkel.
  • Verplaats vaste kasten een paar keer per jaar om eronder te reinigen.
  • Controleer wollen artikelen die lang hangen, ook aan de binnenkant.
  • Hang plakvallen op als vroege waarschuwing, niet als bestrijding.

Onze aanpak in de detailhandel

Wij werken volgens IPM, oftewel geintegreerde plaagdierbeheersing. Wij zoeken eerst de haard. Zonder de haard te vinden komt het probleem terug, hoe vaak u ook spuit. Vaak ligt de bron in een hoek die niemand schoonmaakt.

Daarna maken wij een plan met monitoring, schoonmaakadvies en zo nodig een gerichte behandeling. Wij gebruiken bewust geen gif als eerste stap. In een winkel met klanten en kleding is dat ook niet wenselijk.

Heeft u meerdere filialen? Dan werken wij graag met een vast contract, zodat elke vestiging dezelfde controle krijgt. Vraag een vrijblijvende offerte aan.

Hulp nodig bij ongedierte in uw kledingwinkel in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877