Werkster van het mediterraan draaigatje van opzij gefotografeerd
Foto: Estella Ortega / AntWeb, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Almere heeft tot 2030 ruim 450.000 euro gereserveerd voor de bestrijding van het mediterraan draaigatje. Rheden trok er in juli 110.000 euro voor uit. Deze kleine zwarte mier is nog vrij onbekend, maar hij laat bestrating verzakken en trekt woningen en bedrijfspanden binnen. In dit artikel leest u hoe u hem herkent, waarom zelf bestrijden het probleem vaak groter maakt, en wat u kunt doen als u hem op uw terrein aantreft.

Wat is er aan de hand?

Het mediterraan draaigatje is een mierensoort uit Zuid-Europa. De soort werd in 2013 voor het eerst in Nederland vastgesteld. Sindsdien duiken er steeds meer kolonies op.

Gemeenten maken er inmiddels serieus geld voor vrij. 1Almere meldde op 2 juni 2026 dat de gemeente Almere tot 2030 ruim 450.000 euro heeft uitgetrokken voor de aanpak. Almere had in 2022 al eerder geld beschikbaar gesteld. Dat budget was in 2025 op, terwijl er nieuwe kolonies in de stad werden gevonden. De stadsecoloog adviseerde daarop een grootschalige aanpak.

Op 5 juli 2026 berichtte Studio Rheden dat het college van de gemeente Rheden 110.000 euro wil uittrekken voor bestrijding. In Haarlemmermeer speelt het probleem al jaren, met het kassengebied Rijsenhout als hardnekkigste plek. Binnenlands Bestuur beschreef in juni 2025 dat de gemeente Teylingen dat jaar naar schatting 105.000 euro kwijt was aan bestrijding.

Almere en Haarlemmermeer liggen in ons werkgebied. Voor bedrijven en bewoners in Groot-Amsterdam en Flevoland speelt dit dus dichtbij.

Waarom deze mier anders is dan een gewone mier

Bij de meeste inheemse mieren vliegen jonge koninginnen weg om ergens anders een nieuw nest te beginnen. Bij het mediterraan draaigatje gebeurt dat niet. De koninginnen blijven na de paring in de eigen kolonie.

Het gevolg is dat een kolonie niet uit een enkel nest bestaat, maar uit een netwerk van nesten met heel veel koninginnen. Zo’n kolonie groeit in de breedte. De gemeente Alphen aan den Rijn spreekt op haar website over superkolonies van wel 120 meter lang.

Dat verklaart ook waarom de schade bouwkundig van aard is. De mieren verplaatsen bij het graven grote hoeveelheden zand. Straatstenen zakken weg, tuinmuurtjes komen scheef te staan en borders verzakken.

Hoe herkent u het mediterraan draaigatje?

Op het oog lijkt het een gewoon klein zwart miertje. De soort is klein, ongeveer twee tot vijf millimeter, en heeft geen opvallende tekening. Determineren op uiterlijk alleen is voor een leek vrijwel onmogelijk.

Gelukkig zijn er wel duidelijke aanwijzingen in het gedrag en in het beeld ter plekke. De gemeente Almere noemt deze drie:

  • Kratertjes van uitgegraven zand rond de nestopeningen. Bij inheemse mieren ligt het zand veel losser verspreid.
  • Lange rijen werksters die allemaal precies dezelfde route volgen.
  • Veel bladluizen in de buurt. Het draaigatje beschermt bladluizen tegen andere insecten en melkt ze voor hun zoete honingdauw.

Verder valt op dat de aantallen niet kloppen met wat u van mieren gewend bent. Een gewoon mierennest in de tuin is hinderlijk. Bij een draaigatjeskolonie ziet u de mieren over een groot oppervlak, jaar na jaar, en ook binnen.

Let op. Twijfelt u of het om deze soort gaat? Laat de mier determineren voordat u iets onderneemt. Een verkeerde aanname kost hier direct tijd, en tijd is bij deze soort precies wat u niet heeft. Een kolonie kan snel groeien.

Waar komt de mier vandaan?

De soort komt vrijwel zeker mee met planten uit het Middellandse Zeegebied. Jinze Noordijk van EIS Kenniscentrum Insecten legde in 2023 aan het AD uit dat rond een grote olijfboom bij een tuincentrum soms 800 tot 900 liter grond zit. In die kluit kunnen allerlei mediterrane insecten meeliften.

Planten en grond die binnen de Europese Unie worden vervoerd, worden niet streng gecontroleerd op zulke meeliftende dieren. Zo kan een kolonie ongemerkt meekomen. Raakt een tuincentrum eenmaal besmet, dan verspreidt de soort zich vanaf dat terrein verder.

Dit is hetzelfde patroon dat wij bij veel andere plaagdieren zien. Kakkerlakken komen mee in dozen en apparatuur. Bedwantsen komen mee in bagage en tweedehands meubilair. Muizen komen mee in pallets. Wij schreven daar eerder over naar aanleiding van de dode Japanse kever die uit Italie meeliftte.

Een tweede verspreidingsroute is grondverzet. De gemeente Wageningen beschreef in een intern stuk dat draaigatjes bij herinrichtingsprojecten met grond kunnen worden meeverplaatst. Wie grond afvoert van een besmette locatie, verplaatst het probleem dus mogelijk gewoon naar een nieuwe wijk of een nieuw bedrijventerrein.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Voor een aantal branches is deze mier meer dan een ergernis in de tuin.

Tuincentra, kwekerijen en groenvoorziening. U bent hier zowel mogelijke ingangspoort als mogelijk slachtoffer. Een kolonie op uw terrein betekent dat u de soort kunt doorgeven aan iedere klant die een pot meeneemt. Tuinbranche Nederland wijst leden er daarom op dat zij mieren op het bedrijf kunnen laten determineren bij twijfel.

Vastgoedbeheer en VvE’s. Verzakkende bestrating, scheve tuinmuurtjes en verzakte terrassen zijn beheerkosten. Bovendien komen de mieren woningen binnen. Dat leidt tot meldingen, en meldingen leiden tot dossiers.

Horeca en recreatie. Een terras met verzakte tegels en rijen mieren over de bestrating is een probleem voor uw gasten. Mieren op tafels en in suikerpotten helpen ook niet.

Voedselbedrijven, winkels en zorg. Mieren die het pand binnentrekken op zoek naar voedsel en warmte, zijn een plaagdier in de zin van uw hygienebeheer. Werkt u met HACCP, dan is dat het systeem waarmee u risico’s voor voedselveiligheid beheerst, dan hoort deze waarneming in uw logboek. Wat u vastlegt, kunt u later ook aantonen. Wij schreven eerder over wat toezichthouders bij plaagdieren in voedselbedrijven aantreffen.

Bedrijventerreinen en logistiek. Warme, betegelde en zuidgerichte oppervlakken zijn precies wat deze soort zoekt. Denk aan een parkeerterrein, een verharde opslagplaats of een strook tussen gebouw en hek.

Wat betekent dit voor bewoners?

Een draaigatjeskolonie in de straat is niet iets wat vanzelf overwaait. Bewoners in Almere, Velsen-Zuid en Haarlemmermeer hebben er meerdere jaren achtereen last van gehad.

De overlast is vooral praktisch. Verzakte tegels in de tuin en op het pad. Kleverige honingdauw op tuinmeubels en op de auto onder een boom. Mieren die op warme dagen de keuken binnenlopen. In een aantal gevallen komen ze zelfs op hogere verdiepingen.

Belangrijk om te weten: deze mier is niet gevaarlijk. Hij brengt geen ziektes over. Hij kan bijten, maar dat voelt als een speldenprik. De ernst zit in de aantallen en in de bouwkundige schade, niet in gezondheidsrisico.

Waarom zelf bestrijden het probleem vaak groter maakt

Dit is de belangrijkste boodschap van dit artikel. Bij gewone tuinmieren kunt u prima zelf iets doen. Bij het mediterraan draaigatje ligt dat anders.

De kern van de kolonie zit diep in de grond, waar de koninginnen zitten. Als u alleen aan de oppervlakte behandelt, of alleen op de plek waar u de meeste last heeft, dan raakt u de kern niet. Erger nog: mieren die verstoord raken, verplaatsen zich. Zo kan een kolonie zich juist uitbreiden naar een tuin verderop.

EIS Kenniscentrum Insecten benoemt dit expliciet. Elke vorm van tijdelijke of plaatselijke bestrijding brengt het risico mee dat het probleem groter wordt. Als de mier niet volledig verdwijnt, verovert hij het terrein snel weer terug.

De gemeente Almere schrijft het in gewone woorden op haar eigen website: inwoners die zelf aan de slag gaan, kunnen het probleem juist groter maken.

Let op. Verplaats geen grond, potgrond of bestratingszand van een plek waar u draaigatjes vermoedt naar een andere locatie. U verplaatst dan mogelijk de kolonie mee. Dit geldt ook bij tuinaanleg, herbestrating en bij het opruimen van een bouwplaats.

Wat kunt u zelf wel doen?

Er is genoeg dat wel zinvol is, en dat vooral in de preventieve hoek zit.

  • Meld een vermoeden vroeg bij uw gemeente. Vroege signalering is bij deze soort het verschil tussen een beheersbare kolonie en een onbeheersbare.
  • Wees terughoudend met planten in grote potten uit Zuid-Europa, zeker als de herkomst onduidelijk is.
  • Betegel een tuin of terrein niet volledig. Draaigatjes zitten juist graag in volledig betegelde, zuidgerichte oppervlakken, omdat die extra warm worden.
  • Beperk bladluizen. Kies planten waar bladluizen minder op afkomen, bijvoorbeeld sterk geurende soorten als lavendel, tijm, munt, citroenmelisse en bieslook. Minder bladluizen betekent minder voedsel.
  • Laat geen etensresten slingeren, binnen noch buiten. Dit geldt zeker voor terrassen en afvalruimtes.
  • Dicht naden en kieren in de gevel, rond kozijnen en rond leidingdoorvoeren. Dat helpt ook tegen andere plaagdieren. Zie ons artikel over wering aan de gevel.
  • Leg vast wat u ziet. Datum, plek, foto. Bij een gedeeld pand of een gedeeld terrein is dat later goud waard.

Hoe ziet een professionele aanpak eruit?

Bij deze soort werkt alleen een aanpak die de hele kolonie meeneemt, tot in de kern en tot aan de buitenste randen. EIS noemt drie randvoorwaarden waar het in de praktijk op vastloopt of juist op slaagt.

Ten eerste snelheid van besluitvorming. Iedere vertraging maakt de aanpak later zwaarder, omdat de kolonie ondertussen groeit.

Ten tweede begeleiding door iemand die de kolonie in kaart brengt. Waar zit hij precies, waar liggen de randen, en wanneer is behandelen het meest effectief.

Ten derde volhouden. Een kolonie kan opleven en uitstulpen. Een traject van een enkele ronde is meestal weggegooid geld.

Er wordt ook aan alternatieven gewerkt. In Zuid-Holland is straatbrede toepassing van heet water onder de bestrating onderzocht, en zijn proeven gedaan met winterbestrijding. In Gelderland is geexperimenteerd met bodembevriezing. De gemeente Teylingen zette kokend water en nematoden in, oftewel rondwormen.

Wij werken volgens IPM. Dat staat voor Integrated Pest Management. Daarbij staan inspectie, oorzaak wegnemen, wering en niet-chemische maatregelen voorop, en is een middel het sluitstuk en niet het startpunt. Bij knaagdieren werken wij bewust gifloos, onder meer vanwege doorvergiftiging bij roofvogels en huisdieren. Voor een invasieve exoot als deze mier geldt hetzelfde uitgangspunt: eerst vaststellen wat er speelt, dan pas bepalen wat nodig is. Hoe wij dat aanpakken, leest u op onze pagina over kosten en werkwijze.

Eerlijk is eerlijk: bestrijding van een grote, gevestigde draaigatjeskolonie in de openbare ruimte is werk van de gemeente, samen met gespecialiseerde partijen en een mierenspecialist. Wat wij voor u doen, is uw eigen terrein en uw eigen pand: vaststellen of het inderdaad om deze soort gaat, in beeld brengen hoe ver het reikt, uw gebouw dichtzetten en u helpen het gesprek met gemeente, buren of verhuurder feitelijk te voeren.

Veelgestelde vragen

Is het mediterraan draaigatje gevaarlijk?
Nee. De mier brengt geen ziektes over. Hij kan bijten, maar dat voelt als een speldenprik. De problemen zitten in de aantallen en in verzakkende bestrating.

Hoe weet ik zeker dat het om deze soort gaat?
Alleen door determinatie. Op uiterlijk is hij nauwelijks te onderscheiden van een gewone zwarte mier. Kratertjes van zand, lange rijen werksters op dezelfde route en veel bladluizen zijn sterke aanwijzingen, maar geen bewijs.

Mag ik zelf een middel gebruiken tegen deze mieren?
Voor gewone tuinmieren zijn er middelen voor particulier gebruik. Bij het draaigatje is de vraag niet of het mag, maar of het verstandig is. Halve behandelingen kunnen de kolonie juist verspreiden. Laat eerst vaststellen om welke soort het gaat.

Wie betaalt de bestrijding?
Dat hangt af van de grond. Staat de kolonie op gemeentegrond, dan ligt het bij de gemeente. Op eigen terrein ligt het bij de eigenaar. Bij gedeeld bezit, zoals bij een VvE, is dat een besluit van de vereniging. In de praktijk werkt alleen een aanpak waarbij alle grondeigenaren meedoen.

Komt deze mier ook in Amsterdam voor?
Er zijn waarnemingen gedaan in het centrum van Amsterdam. Onderzoekers van EIS wijzen erop dat steden met veel handelsverkeer, zoals Amsterdam en Rotterdam, relatief veel exotische mierensoorten buiten gebouwen hebben.

Verdwijnt de kolonie in de winter?
Nee. De kolonie overwintert dieper in de grond en komt in het voorjaar weer op. Bewoners in Velsen-Zuid meldden dat de mieren zelfs bij koud weer nog door het huis liepen.

Wanneer is een inspectie verstandig?

Een enkele mier in de keuken is geen kolonie. Maar er zijn situaties waarin het loont om er iemand naar te laten kijken.

  • U ziet meerdere jaren achter elkaar op dezelfde plek grote aantallen kleine zwarte mieren.
  • Bestrating, terras of tuinmuurtje verzakt zonder duidelijke andere oorzaak.
  • U ziet kratertjes zand tussen de tegels en lange, vaste looproutes.
  • De mieren komen structureel het pand binnen, ook op hogere verdiepingen.
  • U bent tuincentrum, kwekerij of hovenier en wilt weten of u de soort op uw terrein heeft.
  • U beheert vastgoed en krijgt uit meerdere woningen of units dezelfde melding.

Vermoedt u het mediterraan draaigatje of een andere hardnekkige mierenoverlast bij uw pand in Groot Amsterdam of Flevoland? Wij komen kijken, stellen vast om welke soort het gaat en vertellen u eerlijk wat wel en niet zinvol is.

Offerte aanvragen
Bel 085 212 8877

Bronnen

1Almere, 2 juni 2026, over het budget van ruim 450.000 euro tot 2030. Studio Rheden, 5 juli 2026, over de 110.000 euro in Rheden. Binnenlands Bestuur, 17 juni 2025, over de landelijke aanpak, Haarlemmermeer, Teylingen, Alphen aan den Rijn en Wageningen. Gemeente Almere, pagina Last van dieren, geraadpleegd op 31 augustus 2026. EIS Kenniscentrum Insecten, Aanpak van het mediterraan draaigatje op alle fronten, 28 oktober 2022. Kennis- en Adviescentrum Dierplagen, informatie over het mediterraan draaigatje.

Foto: Estella Ortega / AntWeb, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.