
Een melkrobot is warm, staat stil en zit vol kabels. Vlakbij ligt krachtvoer. Voor een muis is dat de beste plek van het hele bedrijf. Wij zien op steeds meer melkveebedrijven storingen die geen technisch probleem blijken, maar knaagschade.
Waarom techniek in de stal muizen aantrekt
Muizen zoeken drie dingen. Warmte, dekking en eten. Een melkrobot of een krachtvoerbox biedt alle drie tegelijk. De kast wordt warm door de motoren. Achter de panelen is het donker en beschut. En er valt altijd wat brok op de grond.
Krachtvoer is bovendien energierijk. Een handvol brok houdt een hele familie muizen op de been. Zij hoeven de stal dus nooit te verlaten.
Kabelschade kost meer dan u denkt
Muizen knagen aan isolatie van kabels. Dat doen ze niet om te eten, maar om hun tanden kort te houden. Het gevolg is een sensor die uitvalt, een storingsmelding midden in de nacht of een robot die stopt.
De rekening loopt snel op. U betaalt de monteur, maar ook de verstoorde melkgift en uw eigen tijd. Vaak wordt de kabel vervangen en gaat het een paar maanden later weer mis, omdat de muizen er nog zitten. Hetzelfde patroon kennen wij van muizen en marters in de machineberging.
De bron ligt meestal in de voeropslag
De robot is zelden de echte bron. Het is de eetplek. De nesten liggen vaak in de voeropslag, in stro, in een oude palletstapel of langs de muur van de voergang. Daar is het rustig en droog.
Pak dus altijd allebei aan. Alleen de robot beschermen helpt niet als de populatie ernaast doorgroeit. Wat er in de opslag misgaat, leest u in voeropslag en mestkelders.
Wat u zelf kunt doen
- Veeg dagelijks gemorst krachtvoer weg bij de robot en de voerbox.
- Houd een strook van een halve meter rond de kast vrij en schoon.
- Zet kabels in gesloten goten of buizen, niet los langs de wand.
- Dicht doorvoeren in de kast af met staalwol of een metalen plaat.
- Sla stro en pallets los van de muur op, met ruimte eronder.
- Controleer bij elk servicebezoek de binnenkant van de kast op keutels.
- Houd de omgeving van de stal kort gemaaid en opgeruimd.
Onze aanpak op het melkveebedrijf
Wij werken volgens IPM. Dat is geintegreerde plaagdierbeheersing. Eerst zoeken wij de nesten en de looproutes. Daarna maken wij de techniek ontoegankelijk en pakken wij de voedselbron aan. Wij gebruiken bewust geen gif als vaste oplossing.
Wij combineren dit graag met de andere risicoplekken op uw bedrijf, zoals de mestkelder en de vliegendruk in de zomer. Zie ook vliegenoverlast in de melkveestal.
U krijgt van elk bezoek een rapport met bevindingen en acties. Dat past in uw kwaliteitssysteem en in de eisen van uw afnemer. Vraag een vrijblijvende offerte aan.
Lees ook
- Kaasmakerij op de boerderij: zo houdt u mijten en motten uit uw kaasopslag
- Muizen in het graanveld: waarom de oogst dit jaar om extra aandacht vraagt
- Geiten- en schapenhouderij: zo houdt u ratten en muizen uit de potstal en de hooiopslag
- Duurzame ongediertebestrijding op het erf: subsidies en regels voor IPM
- Spreeuwen en duiven in de stal: zo beschermt u voer en dierenwelzijn