Geitenboerderij in Bemmel met geiten in een open stal
Foto: Cultureel Gelderland, CC0, via Wikimedia Commons

Geiten en schapen worden in Nederland steeds vaker bedrijfsmatig gehouden. Voor melk, voor kaas, voor vlees en voor natuurbeheer. Ze staan meestal in een potstal met een dikke laag stro. Er ligt hooi, krachtvoer en vaak ook brok voor de lammeren. Dat is een ideale omgeving voor ratten en muizen. In dit artikel leest u waar het risico zit en hoe u het aanpakt zonder gevaar voor uw dieren.

Waarom de potstal een rattenmagneet is

Een potstal wordt niet dagelijks uitgemest. Het stro blijft weken liggen en wordt steeds aangevuld. Onderin dat pakket is het warm en droog. Voor een rat is dat een kant-en-klaar nest. Er valt elke dag voer op de grond, er is water en er zijn honderden schuilplekken. Ratten graven gangen onder de stalvloer en langs de muren. U ziet ze overdag bijna nooit.

Muizen zitten liever hoger. In de hooiopslag, in de krachtvoerbak en in de spouw van de stalwand. Een baal hooi die maanden ligt is voor een muizenfamilie een compleet huis met eten.

Wat ratten en muizen uw bedrijf kosten

Ratten en muizen eten voer, maar het echte probleem is wat ze achterlaten. Hun urine en keutels komen in hooi en krachtvoer terecht. Geiten zijn gevoelig voor besmet voer. Ze laten het liggen of worden er ziek van. Ratten dragen leptospirose over, ook bekend als de ziekte van Weil. Dat is een risico voor uw dieren en voor uzelf. Bij melkgeiten kan een besmetting via voer of water de melk raken. Uw zuivelafnemer stelt daar eisen aan. Maakt u zelf kaas, lees dan ook ons artikel over de kaasmakerij op de boerderij.

Daarnaast knagen ratten aan kabels van de melkinstallatie, de drinkbakverwarming en de ventilatie. Eén doorgeknaagde kabel in de winter kost u een dag zonder water of een stal zonder ventilatie.

Waarom gif hier geen optie is

Rattengif in een potstal is gevaarlijk. Een geit of schaap eet stro en alles wat erin ligt. Een dode rat in het stro wordt door de hond of kat van het erf opgegeten. Bovendien is buiten gebruik van gif door de wet sterk beperkt. Dat mag alleen door een gecertificeerd bedrijf en alleen als andere maatregelen zijn geprobeerd. Wij werken daarom zonder gif. Met vallen, met afsluiten en met een goed beheer van voer en stro. Dat is niet alleen veiliger, het werkt op een erf ook beter. Meer over die regels leest u in ons artikel over voeropslag en mestkelders.

Wat u zelf kunt doen

Sla krachtvoer op in afgesloten silo’s of stalen kisten. Een geopende zak brok in de hoek van de stal is het eerste wat een rat vindt.

Zet de hooiopslag op pallets en houd een strook van een halve meter vrij langs de muren. Zo ziet u looppaden, keutels en gangen. Draai de oudste balen als eerste weg.

Ruim gemorst voer bij de voerhekken dagelijks op. Een handvol brok per dag is genoeg om een rattenfamilie in leven te houden.

Sluit gaten in de stalwand af met gaas van maximaal 6 millimeter of met staalwol. Let op de doorvoer van waterleidingen en kabels. Daar zit bijna altijd een opening.

Houd het erf rond de stal schoon. Hoog gras, een oude balenwand en een stapel pallets tegen de muur zijn de route van buiten naar binnen.

Let bij het uitmesten op. Dat is het moment waarop u gangen, nesten en jongen ziet. Meld dat meteen en laat dan een inspectie doen.

Let op. Vogels zijn in een geiten- en schapenstal net zo’n probleem als knaagdieren. Spreeuwen en duiven eten uit de voerbak en bevuilen het hooi. Lees daarover ons artikel over spreeuwen en duiven in de stal.

Nu is het moment

In september en oktober trekken ratten en muizen van het land naar het erf. De oogst is binnen, het gras wordt kort en de nachten worden koud. Een warme potstal met voer is dan het eerste waar ze naartoe gaan. Wie nu de toegangen dichtmaakt en vallen zet, heeft in de winter veel minder werk. Hoe u dat aanpakt voor al uw dieren leest u in winterstalling voorbereiden.

Hoe wij een geiten- of schapenbedrijf helpen

Wij komen eerst kijken. We lopen de stal, de hooiopslag, de voerkeuken en het erf na en zoeken naar looppaden, gangen en toegangen. Daarna maken we een plan. Meestal bestaat dat uit afdichten, vallen op de looproutes en een vast bezoekschema. We plaatsen niets waar uw dieren bij kunnen. U krijgt na elk bezoek een rapport met wat we hebben gevangen en wat er nog moet gebeuren. Dat rapport kunt u laten zien aan uw zuivelafnemer, uw dierenarts of bij een controle.

Hulp nodig bij ongedierte op uw agrarisch bedrijf in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877