Nederlandse boerderij met stal en schuur
Foto: Fred Mobach, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Wie op de boerderij zelf kaas maakt, heeft er een levensmiddelenbedrijf bij. Dat vraagt om andere maatregelen dan de stal en de voeropslag. De ruimte waar uw kaas ligt te rijpen, heeft precies het klimaat waar de kaasmijt het beste in gedijt. Een partij die u maanden hebt opgebouwd, kunt u in een paar weken kwijtraken.

De kaasmijt: klein, taai en duur

Een mijt is een heel klein spinachtig diertje. De kaasmijt is ongeveer een halve millimeter groot. U ziet het dier zelf dus nauwelijks. Wat u wel ziet, is het gevolg.

Het eerste signaal is een fijn bruinig poeder op de korst en op de plank eronder. Dat poeder is een mengsel van uitwerpselen, vervellingshuidjes en aangevreten korst. Het lijkt op stof, maar het komt steeds terug op dezelfde plek.

Het tweede signaal is een korst die dof wordt en zacht aanvoelt. Bij ernstige aantasting zit de korst vol putjes en groeven. De kaas eronder kan nog goed zijn, maar de partij is niet meer verkoopbaar zoals u hem bedoeld had.

De mijt verspreidt zich langzaam maar zeker. Hij loopt van kaas naar kaas over de plank. Hij lift ook mee op uw handen, uw doeken en uw borstel. Daarom blijft een probleem zelden bij een enkele kaas.

Waarom een boerderijopslag extra risico loopt

Kaas rijpt het best bij ongeveer 12 tot 14 graden en een luchtvochtigheid rond de 85 procent. Dat is ook het klimaat waarin de kaasmijt zich het snelst voortplant. U kunt dus niet uit dat probleem koelen zonder uw kaas te schaden.

Daar komt bij dat een boerderijopslag vaak in een oud gebouw zit. Houten rijpingsplanken zijn traditie en werken goed voor de kaas, maar ze zijn poreus. In de nerven en de naden van het hout blijven mijten en eitjes achter, ook na een schoonmaakbeurt.

En dan de belangrijkste: de afstand tot de stal. Op een erf ligt de kaasruimte soms tien meter van het voer en van het strooisel. Mijten, motten en voorraadkevers komen daar in grote aantallen voor. Ze reizen mee op kleding, op kruiwagens en in dozen. Hoe die verspreiding werkt, beschreven wij in ons artikel over voeropslag en mestkelders.

Muizen in de kaasopslag

Het beeld van de muis die aan de kaas knabbelt, klopt in de praktijk vaker dan u zou denken. Een kaasopslag is warm, stil en er is voedsel. Een muis knaagt aan de onderste kazen op de laagste plank.

Dat kost u dubbel. De aangevreten kaas kunt u niet verkopen. Maar u moet ook rekening houden met de kazen eromheen, want uitwerpselen en urine besmetten meer dan alleen de kaas waarop u de vraatsporen ziet. In de praktijk gaat er dan een hele plank uit.

Kijk daarom niet alleen naar de kazen, maar ook naar de vloer eronder en naar de hoeken van de ruimte. Zwarte korrels ter grootte van een rijstkorrel zijn muizenkeutels. Een muffe geur die niet weggaat na luchten, is ook een signaal.

Motten en kevers in verpakking en emballage

Naast de mijt zijn er twee groepen die u in de gaten moet houden. Voorraadmotten en voorraadkevers. Die komen zelden op de kaas zelf af, maar wel op alles wat eromheen ligt.

Denk aan papieren en kartonnen verpakking, aan etiketten, aan houten kistjes en aan de restanten in de hoek van uw magazijn. Karton en papier bieden schuilplaats. Lijm in etiketten en dozen is voor sommige soorten voedsel.

Als u ook aan huis verkoopt, komt daar de winkelkant bij. De risico’s daarvan zetten wij op een rij in boerderijwinkel op het erf.

Let op. In een ruimte waar levensmiddelen liggen te rijpen, hoort geen gif. Niet op de vloer en niet op de plank. Dat geldt voor knaagdiergif en het geldt voor middelen tegen mijten. Wij werken sowieso bewust zonder gif, ook op het erf. In de kaasopslag is dat geen keuze maar een vereiste. Wie hier chemisch wil ingrijpen, riskeert zijn hele partij en zijn certificering.

Wat wel werkt: hygiene en constructie

De aanpak bestaat uit vier lagen. Ze werken alleen samen.

Ten eerste de planken. Borstel en keer uw kazen volgens vast schema. Neem de planken bij elke wisseling af. Laat planken die aangetast zijn niet terugkomen in de rijping. Reinig ze grondig, laat ze volledig drogen en berg ze apart op. Sommige kaasmakers werken met kunststof planken in de risicoperiode. Dat is minder mooi, maar veel makkelijker schoon te houden.

Ten tweede de scheiding. Trek een harde grens tussen erf en kaasruimte. Andere schoenen, andere jas, geen kruiwagens en geen dozen die van de stal komen. Dat klinkt streng, maar dit is de maatregel met het grootste effect. Dezelfde logica gebruiken wij bij loonwerk en transport tussen erven.

Ten derde de bouwkundige kant. Muizen komen binnen via leidingdoorvoeren, drempels en roosters. Een deur met een sluitende borstel onderaan, roosters van fijn gaas en dichtgezette doorvoeren houden de meeste dieren buiten. Dat is eenmalig werk dat jaren meegaat.

Ten vierde de controle. Leg een vaste ronde vast. Wekelijks kijken op vier plekken: de onderste planken, de hoeken, de deuropening en de opslag van verpakkingsmateriaal. Noteer wat u ziet, ook als u niets ziet. Zo ziet u een oplopende trend voordat het een probleem is.

Wat wij op een kaasbedrijf doen

Wij beginnen met een rondgang over het hele erf, niet alleen in de kaasruimte. De bron ligt namelijk bijna altijd ergens anders. Vaak is dat de voeropslag, de strooiselopslag of de techniek in de stal. Over dat laatste schreven wij in melkrobot en krachtvoerbox.

Daarna plaatsen wij monitoring rond de kaasruimte. Dat zijn geen lokdozen met gif, maar meetpunten waarmee wij zien of er beweging is en waar die vandaan komt. Zo weten wij binnen enkele weken of het risico van buiten komt of dat er al iets binnen zit.

Tot slot leggen wij het advies vast op papier. Wat er bouwkundig moet gebeuren, welke schoonmaakfrequentie past bij uw ruimte en waar uw eigen controleronde langs moet. Dat document kunt u meteen gebruiken in uw dossier voor voedselveiligheid en bij uw certificering.

Hulp nodig bij ongedierte op uw agrarisch bedrijf in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877