Champignons in een teeltbed in een champignonkwekerij
Foto: ProjectManhattan, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Champignons groeien in het donker, op vochtige compost, bij een constante temperatuur van rond de achttien graden. Dat is perfect voor de teelt. Het is helaas ook perfect voor vliegen en mijten. In de champignonteelt is ongedierte daarom geen bijzaak, maar een directe kostenpost. Een besmetting kost opbrengst en kan een hele cel onbruikbaar maken.

Waarom een champignoncel zo kwetsbaar is

In de meeste teelten kunt u met droogte, kou of licht werken tegen ongedierte. In een champignoncel kan dat niet. De omstandigheden die u nodig heeft voor de teelt zijn precies de omstandigheden waar plaagdieren op afkomen.

Daar komt de teeltcyclus bij. Een teelt duurt maar een paar weken. Er zijn dus veel wisselmomenten. Bij elk vullen en elk leegruimen gaat de deur open. Verse compost trekt geur, en die geur trekt vliegen.

En dan is er de vermeerderingssnelheid. Een champignonvlieg kan bij achttien graden binnen twee tot drie weken een hele generatie afronden. Eén teelt is dus lang genoeg om van een paar vliegen een probleem te maken.

De belangrijkste plaagdieren in de champignonteelt

Champignonvliegen. Dit zijn kleine muggen en vliegen, waaronder de champignonvlieg en de treurmug. De volwassen dieren zijn zelf niet het probleem. Hun larven zijn dat wel. Die eten van het zwamvlok en van de steel. U ziet dan gangetjes in de steel en champignons die omvallen of bruin worden.

Mijten. Mijten zijn met het blote oog nauwelijks te zien. U ziet ze pas als er duizenden zijn. Dan lijkt het oppervlak van de compost te bewegen. Mijten voeden zich met het zwamvlok en met schimmels. Ze liften ook mee op vliegen. Zo verspreiden ze zich van cel naar cel.

Springstaarten. Deze kleine, springende diertjes zitten in vochtige dekaarde. Kleine aantallen zijn normaal en niet schadelijk. Grote aantallen betekenen bijna altijd dat de dekaarde te nat is of dat er dood zwamvlok in zit.

Knaagdieren. Muizen en ratten komen niet op de champignons af, maar op het bedrijf. Ze zitten bij de compostopslag, in de technische ruimtes en bij de afvalcontainers. Ze knagen aan kabels en aan isolatie van de koelinstallatie. Daar zit de echte schade.

Waarom u niet zomaar kunt spuiten

Dit is het lastige aan de champignonteelt. Een champignon is zelf een schimmel. Een middel tegen schimmels raakt dus ook uw gewas. En het product wordt vaak binnen enkele dagen na de laatste behandeling geoogst en gegeten.

Er zijn daarom maar weinig middelen toegelaten in deze teelt. De wachttijd is kort en de marge voor fouten is klein. Uw afnemer stelt daarbovenop vaak eigen eisen. Supermarkten werken met een lijst van middelen die zij niet accepteren, ook al zijn ze wettelijk toegelaten.

Het gevolg is duidelijk. In de champignonteelt moet u het hebben van hygiëne, weren en monitoren. Bestrijden achteraf is bijna geen optie.

Let op. Gebruik nooit een middel dat niet voor deze teelt is toegelaten, ook niet “even” bij een uitbraak. Een residu op champignons kan leiden tot afkeuring van uw hele partij en tot problemen met uw certificering. Overleg altijd eerst met uw teeltadviseur en met uw bestrijdingsbedrijf.

Wat wel werkt: een gesloten bedrijf

De aanpak in de champignonteelt lijkt op bioveiligheid in de dierhouderij. U probeert het bedrijf zo gesloten mogelijk te maken.

Filters op de luchtinlaat. Dit is de belangrijkste maatregel. Insectengaas of een fijnere filterklasse op de inlaat houdt vliegen buiten. Controleer of het gaas nog heel is en of het overal goed aansluit.

Overdruk in de cel. Als de druk in de cel iets hoger is dan buiten, waait lucht naar buiten in plaats van naar binnen. Vliegen komen dan niet mee door kieren.

Sluizen en deurbeheer. Werk met een voorruimte. Laat twee deuren niet tegelijk openstaan. Dit klinkt klein, maar in de praktijk gaat het hier het vaakst mis.

Snel afvoeren van gebruikte compost. Doorgroeide compost die op het erf blijft liggen, is een broedplaats. Afvoeren binnen een dag maakt een groot verschil.

Doodstomen tussen teelten. Uitstomen aan het einde van de teelt doodt larven, mijten en eieren in de cel. Zonder die stap begint elke nieuwe teelt met een achterstand.

Schoonmaken tussen teelten. Vloeren, goten en stellingen echt reinigen. Resten zwamvlok zijn voedsel voor mijten.

Gele vangplaten. Hang ze op vaste plekken en tel ze wekelijks. Zo ziet u een stijging voordat u schade ziet.

Monitoren is hier belangrijker dan bestrijden

Omdat u weinig kunt ingrijpen tijdens de teelt, is vroeg signaleren uw belangrijkste middel. Tel uw vangplaten en schrijf de aantallen op. Een grafiek per cel laat meteen zien welke cel afwijkt.

Zo weet u ook of een maatregel werkt. Als u een filter vervangt en de aantallen dalen de week erna, heeft u uw antwoord. Zonder cijfers blijft het gissen.

Dezelfde logica gebruiken wij in de glastuinbouw. Daar leest u meer over in Kwekerijen en glastuinbouw. En hoe u vliegendruk op een agrarisch bedrijf structureel omlaag brengt, beschreven wij in Vliegenoverlast in de melkveestal.

Regels en certificering

Werkt u met GlobalG.A.P. of met een supermarktprotocol? Dan hoort ongediertebeheersing bij uw dossier. De auditor wil een plattegrond zien met de plaats van uw monitoringpunten, een logboek van de tellingen en een lijst met genomen maatregelen.

Daarbij geldt de IPM-verplichting. IPM staat voor Integrated Pest Management. Het komt erop neer dat u eerst voorkomt en monitort, en pas als laatste bestrijdt. Wat dat op een agrarisch bedrijf betekent, leest u in Duurzame ongediertebestrijding op het erf.

Onze aanpak op kwekerijen

Wij richten ons op wat u om de cellen heen kunt regelen. Dus op de gevel, de luchtinlaten, de compostopslag, de technische ruimtes en het erf. Daar valt de meeste winst te halen zonder risico voor uw teelt.

Wij plaatsen monitoringpunten voor knaagdieren rondom de gebouwen en leggen alles vast in een logboek dat u bij een audit kunt laten zien. Wij werken bewust zonder gif. Doorvergiftiging naar uilen, roofvogels en katten willen wij niet, en op een voedselproducerend bedrijf hoort gif helemaal niet thuis.

Voor de teelt zelf werken wij samen met uw eigen teeltadviseur. Wij nemen die rol niet over.

Hulp nodig bij ongedierte in uw kwekerij of agrarisch bedrijf in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877