De meest voorkomende vliegensoorten in gebouwen
In Nederlandse gebouwen zijn de huisvlieg (Musca domestica), de fruitvlieg (Drosophila melanogaster), de vleeshommel (Calliphora vomitoria) en de drainvlieg (Psychoda) de meest voorkomende soorten. Elke soort heeft andere broedplaatsen en vereist een andere aanpak.
De huisvlieg
De bekendste soort: 6–9 mm, grijs met vier donkere strepen op het borststuk. Broedplaatsen zijn afval, compost, uitwerpselen en rottend organisch materiaal. Een vrouwtje legt 400–600 eieren per leven; van ei tot volwassen vlo duurt 6–10 dagen bij warme temperaturen. De huisvlieg kan meer dan 100 ziektekiemen overbrengen op voedsel.
De fruitvlieg
Klein (2–3 mm), bruinrood met rode ogen. Broedplaatsen zijn rijp en rottend fruit, wijnazijn, bier en gistende vloeistoffen. Veelvoorkomend in horeca-keukens en bij slecht opgeslagen fruit. Bijzonder snel reproductie: van ei tot volwassen vlieg in 8–10 dagen.
De drainvlieg
Klein (1,5–3 mm), beharig, grijsbruin. Broedplaatsen zijn biofouling in afvoerleidingen, vuilwatertanks en waterbehandelingsinstallaties. Aanwezigheid duidt op onvoldoende reiniging van drains. In horeca-omgevingen zijn ze een HACCP-risico.
Vleeshommel
Groot (12–14 mm), metallisch blauw-groen. Broedplaatsen zijn kadavers, afval met vlees en rottend organisch materiaal. Aanwezigheid binnenshuis duidt op een dode knaagdier of kadaver in de woning of kruipruimte.