
Het RIVM meldde op 17 september 2026 dat inmiddels 28 mensen in Nederland het westnijlvirus hebben opgelopen. Een week eerder stond de teller op 18. Ook bij paarden en vogels stijgen de aantallen snel. U leest hier wat deze cijfers wel en niet zeggen, waarom juist de gewone huissteekmug hierbij hoort en wat u op uw eigen terrein nog kunt doen zolang het muggenseizoen loopt.
Wat het RIVM op 17 september meldde
Het RIVM publiceert elke donderdagochtend een overzicht van het westnijlvirus in Nederland. In het overzicht van 17 september 2026 staan de volgende aantallen over 2026, gemeten tot en met 16 september.
- Mensen: 28 meldingen. Een week eerder waren dat er 18.
- Paarden: 88 meldingen bij de NVWA. Een week eerder 58.
- Vogels: 100 meldingen. Een week eerder 39.
- Muggen: 3 positieve vangsten. Dat aantal is al twee weken gelijk.
In 2026 zijn tot nu toe vier patienten met een westnijlvirusinfectie overleden. Bij een van hen ging het om een patient die het virus kreeg via een bloedtransfusie. Het RIVM meldt dat onduidelijk is wat bij die patient de oorzaak van het overlijden was.
De andere patienten liepen het virus op na de beet van een besmette mug. Het RIVM noemt de provincies Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland. Bij de vogels valt de relatief hoge sterfte onder kraaiachtigen op, zoals kraaien, kauwen en eksters.
Wat de cijfers wel zeggen en wat niet
De stijging is fors. Toch is het belangrijk om te weten wat er precies geteld wordt. De cijfers over mensen gaan bijna allemaal om patienten die in het ziekenhuis terechtkwamen met klachten en daar getest zijn. Dat is een kleine, geselecteerde groep.
Het RIVM geeft aan dat een infectie met het westnijlvirus bij verreweg de meeste mensen mild verloopt of zonder klachten. Die mensen worden niet getest en staan dus niet in de cijfers. Meer meldingen betekenen daarom vooral dat het virus op meer plekken rondgaat, en dat er beter en breder naar gezocht wordt.
Wat de cijfers niet zeggen: ze zeggen niets over uw straat, uw wijk of uw bedrijfsterrein. Het RIVM noemt provincies, geen adressen. Noord-Holland staat in de lijst. Flevoland niet. Dat betekent niet dat het virus daar zeker niet voorkomt, en ook niet dat elke mug in Noord-Holland besmet is. Van alle onderzochte muggenvangsten waren er dit jaar drie positief.
Waarom juist de gewone huissteekmug hierbij hoort
Het westnijlvirus wordt in Nederland overgedragen door de gewone huissteekmug, met de wetenschappelijke naam Culex pipiens. Dat is de mug die u in huis hoort zoemen en die u in de tuin steekt. Het is geen exoot en geen nieuwkomer.
Vogels zijn de dieren waarin het virus vooral rondgaat. Een mug die bloed drinkt bij een besmette vogel kan het virus oppikken. Daarna kan diezelfde mug het overbrengen op een andere vogel, en soms op een paard of een mens. Paarden en mensen geven het virus niet aan elkaar door.
Voor uw terrein is dat relevant, omdat de huissteekmug zich voortplant in kleine hoeveelheden stilstaand water. Een regenton, een verstopte dakgoot, een emmer achter de schuur, een onderzetter van een plantenbak of een put die niet afwatert zijn genoeg. De mug legt eieren op het wateroppervlak en de larven ontwikkelen zich daar. Die broedplaats ligt in de praktijk meestal binnen enkele tientallen meters van waar u gestoken wordt.
Wat dit betekent voor bedrijven met een buitenterrein
Voor bedrijven is dit vooral een vraag over terreinbeheer, niet over bestrijdingsmiddelen. Muggen bestrijden met een middel in de lucht heeft weinig zin zolang de broedplaats blijft liggen. Nieuwe muggen komen dan gewoon terug.
Denk bij een controleronde aan de volgende plekken.
- Dakgoten en platte daken waar water blijft staan.
- Regentonnen, gieters, emmers, kruiwagens en opslagbakken.
- Putten, kolken en afvoeren die niet goed doorlopen.
- Oude banden, zeilen, kratten en pallets met holtes.
- Waterberging, wadi of sloot met stilstaand, voedselrijk water.
- Drinkbakken voor dieren en waterreservoirs bij spoelplaatsen.
Voor recreatiebedrijven en horecaterrassen speelt daarnaast het tijdstip mee. De huissteekmug is vooral actief rond zonsondergang en in de eerste uren van de nacht. Buitenverlichting trekt insecten aan en daarmee ook dieren die op insecten jagen.
Wat dit betekent voor paardenhouderijen en maneges
De sterkste stijging zit dit jaar bij paarden. Het aantal meldingen ging van 5 begin september naar 88 medio september. Voor agrarische bedrijven, maneges en pensionstallen is dat het meest concrete signaal uit dit nieuws.
Een besmet paard kan mensen of andere paarden niet besmetten. Er is altijd een mug voor nodig. Wat u wel kunt doen, is het aantal muggen rond de stal beperken en overleggen met uw dierenarts over wat in uw situatie verstandig is. Vermoedt u een besmetting bij een paard, dan is de dierenarts het eerste aanspreekpunt. Die kan een melding doen bij de NVWA.
Praktisch scheelt het vaak al veel om stilstaand water rond de stal aan te pakken. Drinkbakken die dagelijks worden geleegd en schoongemaakt, een mestplaats zonder plassen en een goed afwaterende paddock zijn geen luxe maatregelen, maar gewoon goed beheer.
Wat dit betekent voor bewoners
Voor bewoners verandert er weinig aan het advies dat al gold. Het RIVM noemt de kans om in Nederland door een besmette mug gestoken te worden klein. Dat blijft ook zo bij hogere aantallen, omdat het om een klein deel van alle muggen gaat.
Wilt u minder muggenbeten, dan helpt vooral het volgende. Verwijder stilstaand water in en om huis. Zorg voor horren die sluiten. Houd de dakgoot vrij. Ververs water in vogelbadjes en regentonnen regelmatig of dek ze af. Bij binnenoverlast gaat het vaak om muggen die via een kruipruimte, kelder of parkeergarage binnenkomen. Daarover leest u meer in ons artikel over de huissteekmug die overwintert.
Loopt het muggenseizoen niet bijna af?
Het seizoen loopt op zijn eind, maar het is nog niet voorbij. De huissteekmug blijft actief zolang het mild blijft. Meestal neemt de activiteit af als de nachten koud worden en verdwijnt die grotendeels na de eerste echte kou. Vrouwtjes zoeken dan een beschutte plek op om te overwinteren, zoals een kruipruimte, kelder of parkeergarage.
Dat maakt de komende weken juist een goed moment voor twee dingen tegelijk. U beperkt nu nog de overlast van dit seizoen, en u haalt tegelijk broedplaatsen weg die volgend voorjaar direct weer gebruikt zouden worden.
Wanneer een professionele inspectie verstandig is
Een enkele mug binnen is normaal en zegt niets. Een inspectie is vooral zinvol als u structureel overlast houdt en niet kunt vinden waar het vandaan komt. Denk aan een bedrijfspand waar medewerkers of gasten blijven klagen, een zorginstelling met bewoners die slecht slapen, of een terrein met veel water waar niet duidelijk is welke plek het probleem veroorzaakt.
Wij werken volgens IPM. IPM staat voor Integrated Pest Management. Dat betekent dat we eerst kijken naar de oorzaak, de broedplaats en de bouwkundige situatie, en pas daarna naar eventuele middelen. Bij muggen is dat bijna altijd de enige aanpak die blijvend werkt, omdat een middel de broedplaats niet weghaalt. Hoe wij te werk gaan leest u op onze pagina over onze werkwijze en bij muggenbestrijding.
Veelgestelde vragen
Kan ik het westnijlvirus van een ander mens of van een paard krijgen?
Nee. Voor overdracht is altijd een besmette mug nodig. Het RIVM meldt dit jaar wel een geval waarbij een patient het virus kreeg via een bloedtransfusie.
Betekenen 28 patienten dat er maar 28 besmettingen zijn?
Nee. Het gaat om vastgestelde meldingen, meestal bij mensen die in het ziekenhuis zijn onderzocht. Het RIVM geeft aan dat een infectie bij verreweg de meeste mensen mild verloopt of zonder klachten. Die mensen worden niet getest.
Moet ik dode vogels op mijn terrein melden?
Ruim dode vogels niet met blote handen op. Voor meldingen en onderzoek aan dode wilde vogels kunt u terecht bij uw gemeente of bij het Dutch Wildlife Health Centre. Voor zieke of dode paarden belt u uw dierenarts.
Helpt een muggenlamp of een middel in de lucht?
Dat geeft hooguit tijdelijk minder muggen op een klein oppervlak. Zolang er stilstaand water blijft liggen, komen er nieuwe muggen bij. Het verwijderen van broedplaatsen werkt beter en langer.
Is Groot Amsterdam of Flevoland extra risicogebied?
Het RIVM noemt Noord-Holland in de lijst van provincies waar mensen het virus opliepen. Flevoland staat er niet bij. Dat zegt niets over een specifieke wijk of een specifiek pand. Lokale omstandigheden zoals water, vogels en beschutting bepalen sterk of er veel muggen zitten.
Bronnen
RIVM, Actualiteiten over westnijlkoorts, update 17 september 2026. RIVM, Eerste westnijlvirusinfecties van 2026 vastgesteld bij paard en vogel, 6 augustus 2026. NVWA, meldingen westnijlvirus bij paarden, zoals opgenomen in het RIVM-overzicht van 17 september 2026.
Foto: Gewone huissteekmug (Culex pipiens) door Alvesgaspar, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
Lees ook
- Muggenvalstations: professionele muggenbeheersing buiten
- Biologische muggenbestrijding: Bacillus thuringiensis (Bti)
- Westnijlvirus: RIVM verwacht dat de piek voorbij is. Wat betekent dat voor uw terrein in het najaar?
- Muggen in het kantoor: oorzaken en oplossingen
- Muggenbroedplaatsen elimineren: effectieve preventie