
In Fryslân zien rattenbestrijders rond deze tijd van het jaar bijna twee keer zoveel ratten als vorig jaar. Zij werken niet met gif, maar met camera’s, observatie en mechanische bestrijding. Dat meldde RTV Spannenburg op 16 september 2026. Eerder beschreef RTV Noord hoe bestrijders in Groningen fretten en honden inzetten. Hieronder leest u waarom gif steeds minder de standaard is, wat er dan wel werkt en wat u op uw eigen terrein kunt doen.
Wat er is gemeld
RTV Spannenburg sprak op 16 september 2026 met vader en dochter Wijnia uit Sloten en Elahuizen. Zij bestrijden ratten op boerenerven in de gemeente De Fryske Marren, vooral in de avonduren.
Volgens hen lopen er in hun provincie rond deze tijd bijna twee keer zoveel ratten als vorig jaar. Zij noemen daarvoor twee oorzaken. Door de droogte en de warmte is er buiten minder te vinden. Daarnaast is de grond hard, waardoor ratten er minder gemakkelijk voedsel uit halen.
Daardoor trekken de dieren eerder naar plekken waar wel voedsel ligt. Bij agrarische bedrijven zijn dat bijvoorbeeld maïskuilen en voerresten in de schuur.
Zij werken zonder gif. Eerst plaatsen zij vier wildcamera’s op het erf. Die geven een melding zodra er activiteit is. Zo weten zij op welk tijdstip het zin heeft om langs te komen. Daarna volgt mechanische bestrijding met een luchtdrukgeweer, waarvoor zij een provinciale vergunning en een politievergunning hebben. Zij melden zich vooraf bij de meldkamer.
Ook elders zoeken bestrijders alternatieven. RTV Noord beschreef op 3 september 2026 hoe een bestrijder in Groningen fretten en honden inzet om rattenpopulaties onder de grond aan te pakken.
Wat dit nieuws wel en niet zegt
Dit zijn waarnemingen van bestrijders in één provincie. Het is geen landelijke meting. Een verdubbeling in hun eigen werkgebied betekent niet dat er in Groot Amsterdam of Flevoland ook twee keer zoveel ratten zijn.
Wat wel breder geldt, is het patroon. Droogte en harde grond maken het buiten moeilijker voor ratten. Daarna volgt de kou. In het najaar zoeken ratten en muizen daarom dekking en voedsel dichter bij gebouwen.
Of dat bij u tot overlast leidt, hangt af van uw eigen terrein. Beschikbaar voedsel, water, dekking en open kieren bepalen samen of ratten zich ergens kunnen vestigen.
Waarom gif niet meer de standaard is
De regels voor rattengif en muizengif zijn de afgelopen jaren flink aangescherpt. Particulieren mogen deze middelen niet meer kopen en gebruiken. Voor professionele plaagdierbeheersing gelden strikte voorwaarden, waaronder aantoonbare vakbekwaamheid en een aanpak volgens IPM.
IPM staat voor Integrated Pest Management. Daarbij staan preventie, inspectie en niet chemische maatregelen voorop. Bestrijdingsmiddelen komen pas in beeld als andere maatregelen niet voldoende zijn. Wat dat in de praktijk betekent, leest u in ons artikel wat is IPM.
Er is ook een inhoudelijke reden. Gif werkt niet alleen op de rat. Een vergiftigde rat kan worden opgegeten door een uil, een kat, een hond of een egel. Die dieren kunnen daar ziek van worden. Over dat risico voor niet-doelsoorten schreven wij eerder in dit artikel.
Daar komt bij dat een rat die gif heeft gegeten wegloopt. U weet dan niet waar het dier blijft. Bij mechanische bestrijding is de uitkomst wel controleerbaar. Dat is precies het punt dat de Friese bestrijders maken.
Wat werkt er dan wel? Eerst kijken, dan ingrijpen
De kern van een aanpak zonder gif is dat u eerst weet wat er speelt. Pas daarna kiest u een middel.
Dat begint met monitoring. Wildcamera’s of sensoren laten zien of er activiteit is, waar die zit en op welk moment van de avond of nacht. Niet giftige lokblokken en sporenpoeder maken zichtbaar welke looproutes worden gebruikt. Vangregistratie en een logboek laten zien of de situatie verbetert of niet.
In de praktijk zien we dat dit veel tijd bespaart. Een klem op de verkeerde plek levert niets op. Een klem op een vaste looproute langs een muur werkt vaak direct.
Daarnaast horen bij een aanpak zonder gif: mechanische vallen en slagvallen, het wegnemen van voedsel en water, het weghalen van dekking, en het dichtmaken van toegangen. Afschot is alleen aan de orde bij bevoegde personen met de juiste vergunningen, en vooral op buitenterreinen zoals erven.
Wering is de belangrijkste maatregel
Zonder gif wordt buitensluiten nog belangrijker. Dat noemen we wering.
Een muis heeft een opening van ongeveer zes millimeter nodig. Een rat komt door een opening van ongeveer twee centimeter. Bij een pand betekent dat dat u niet alleen naar deuren kijkt, maar ook naar de kleine plekken.
Let op doorvoeren van leidingen en kabels, roosters en ventilatieopeningen, kierhoogte onder deuren, roldeuren en overheaddeuren, aansluitingen van gevel op fundering, kruipruimteluiken en putdeksels, en beschadigd metsel- of stucwerk.
Vul openingen met materiaal dat een rat niet wegknaagt. Schuim alleen is niet genoeg. Fijn staalgaas, metalen strips en borstelprofielen houden wel stand.
Wat betekent dit voor bedrijven?
Voor bedrijven raakt dit meer dan alleen overlast. Bij voedselbedrijven en horeca is plaagdierbeheersing onderdeel van voedselveiligheid. HACCP is het systeem waarmee bedrijven risico’s voor voedselveiligheid beheersen. Sporen van knaagdieren zijn daarin een direct aandachtspunt.
Omdat gif geen snelle noodoplossing meer is, verschuift het zwaartepunt naar aantoonbare preventie. Bij een audit of een controle wordt gekeken of u de situatie in beeld heeft. Dat vraagt om een actueel logboek, monitoring op vaste plekken, en vastgelegde acties na een melding.
Per sector zijn de aandachtspunten verschillend. In de horeca gaat het vooral om afval, vetafscheiders, kelders en achteringangen. In magazijnen om palletopslag, retouremballage en laaddocks. Bij agrarische bedrijven om voeropslag, ruwvoer en gemorst voer. Bij vastgoed en VvE’s om kruipruimtes, meterkasten, schachten en gemeenschappelijke afvalruimtes. In de zorg om keukens, afvalruimtes en technische ruimtes.
Meer over onze werkwijze voor bedrijven leest u op onze pagina over plaagdierbeheersing en rattenbestrijding.
Wat kunt u zelf controleren?
U kunt vandaag al een ronde maken over uw terrein. Let daarbij op deze punten.
Keutels van ongeveer één tot twee centimeter, vaak op één plek bij elkaar. Veegsporen en vette looppaden langs muren en leidingen. Verse graafgaten in de grond, bij de fundering of onder tegels. Knaagschade aan kabels, isolatie, verpakkingen of hout. Geluid van geritsel of gepiep in wanden, plafonds of kruipruimte. Sporen in stof of meel op vloeren en schappen. Aangevreten zakken voer, graan of hondenvoer.
Verder kijkt u naar de omstandigheden. Ligt er gemorst voer of afval? Staat er ergens permanent water? Staan containers op een gesloten ondergrond en met de deksel dicht? Ligt er een stapel pallets of hout tegen de muur? Is de begroeiing langs het gebouw dicht en hoog?
Hygiëne bij werk rond water en slootkanten
Ratten kunnen leptospiren bij zich dragen. Die bacteriën kunnen bij mensen de ziekte van Weil veroorzaken. In Nederland is die ziekte zeldzaam. Volgens het RIVM worden er gemiddeld ongeveer dertig ernstige gevallen per jaar vastgesteld, met een piek in de periode augustus tot november. Ongeveer een derde van de besmettingen wordt in het buitenland opgelopen.
De bacterie komt via de urine van ratten in de omgeving terecht. Door rattenurine besmet oppervlaktewater is volgens het RIVM de grootste risicobron voor mensen. Vooral lauw en weinig stromend water is gunstig voor de bacterie.
Het RIVM adviseert mensen die ratten vangen of langs slootranden werken om hygiënemaatregelen goed in acht te nemen en beschermende kleding en schoeisel te dragen.
Praktisch betekent dat: werk met handschoenen bij het opruimen van keutels of dode dieren, dek wondjes af, was uw handen voordat u eet of drinkt, en zwem niet in lauw stilstaand water waar ratten leven. Voor bedrijven met een buitenterrein aan het water hoort dit in de werkinstructie te staan.
Wanneer is professionele inspectie verstandig?
Eén rat op een groot buitenterrein hoeft niet op een grote populatie te wijzen. Dieren trekken door.
Een inspectie is wel verstandig als u meerdere keren ratten ziet op dezelfde plek, als u ratten overdag ziet, als u keutels of graafgaten vindt bij het gebouw, als er knaagschade is aan kabels of leidingen, als u voedsel produceert of verwerkt, of als u meldingen krijgt van huurders, gasten of medewerkers.
Bij een inspectie kijken wij niet alleen naar vangst. Wij zoeken de reden waarom de dieren juist bij u zitten. Dat kan een open doorvoer zijn, een lekkende kraan, een afvalplek of een dichte strook groen langs de muur. Zolang die oorzaak blijft bestaan, komt het probleem terug. Hoe wij dat aanpakken, leest u op onze pagina werkwijze.
Veelgestelde vragen
Mag ik zelf rattengif gebruiken?
Nee. Particulieren mogen rattengif en muizengif niet kopen of gebruiken. Voor professionals gelden strikte voorwaarden en een aanpak volgens IPM.
Werkt bestrijding zonder gif echt?
Ja, mits u de oorzaak aanpakt. Vallen en afschot verlagen het aantal dieren. Wering en het wegnemen van voedsel, water en dekking bepalen of het probleem terugkomt.
Waarom zie ik nu meer ratten dan in de zomer?
Buiten wordt het kouder en er is minder te vinden. Ratten en muizen zoeken daarom dekking en voedsel dichter bij gebouwen.
Wat moet ik doen als ik overdag een rat zie?
Dat is een signaal dat het druk is op de plek waar de dieren zitten, of dat zij niet genoeg rust of voedsel hebben. Laat de situatie dan bekijken.
Helpt een kat of een hond tegen ratten?
Soms houdt een kat muizen weg. Op een groot erf lost dat een rattenpopulatie niet op. Voedsel voor huisdieren dat buiten blijft staan, trekt juist ratten aan.
Bronnen
RTV Spannenburg, Rattenoverlast neemt toe: Ronnie en Demelsa uit Sloten bestrijden ratten zonder gif, 16 september 2026. RTV Noord, Geen rattengif meer: dit is rattenbestrijding anno 2026, 3 september 2026. RIVM, informatiepagina Leptospirose, laatst gewijzigd 2 september 2024.
Foto: Reg Mckenna, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons.
Lees ook
- Muizen en marters in de machineberging: zo voorkomt u kabelschade aan uw trekker
- Dode Japanse kever meegelift uit Italië: waarom bedrijven met transport en planten nu alert moeten zijn
- Ongedierte in de champignonkwekerij: waarom vliegen en mijten het grootste risico zijn
- Ongedierte in de kalverhouderij: zo beschermt u kunstmelk, ruwvoer en jonge dieren
- Kerkuil en torenvalk op het erf: helpen roofvogels echt tegen muizen?