Kalveren in een moderne kalverstal
Foto: Klankbeeld, CC0, via Wikimedia Commons

Op een kalverbedrijf komt alles samen waar ongedierte op afkomt. Er is zoete kunstmelk, er is ruwvoer, er is warmte en er zijn jonge dieren met een kwetsbare weerstand. Muizen, ratten en vliegen hebben het er goed. En omdat u met vaste koppels werkt, telt elke week mee. In dit artikel leest u waar u op let in de kalverhouderij.

Kunstmelk is de grootste trekker

Melkpoeder is zoet, vet en rijk aan eiwit. Voor een muis is het bijna ideaal voer. Een open zak in de melkkeuken is binnen een paar dagen gevonden.

Bewaar poeder daarom nooit in de geopende zak. Gebruik een afsluitbare ton of een silo. Plaats voorraad op een pallet en niet tegen de muur, zodat u erachter en eronder kunt kijken. Veeg gemorst poeder direct op. Een handvol poeder in een hoek is al genoeg om een muizenfamilie de winter door te helpen.

De melkkeuken is uw risicoruimte

In de melkkeuken staat de taxi of de menginstallatie. Er is warm water, er zijn restjes in leidingen en er blijft altijd iets op de vloer liggen. Warmte plus voer plus vocht is de combinatie die u wilt vermijden.

Spoel de installatie na elke voerbeurt en laat geen restmelk in emmers staan. Zorg dat de afvoer in de vloer een sifon heeft en niet verstopt zit. Een verstopte afvoer geeft binnen een week vliegjes.

Let op. Zet geen lokstations met gif in of vlak bij de melkkeuken of de voergang. Het risico dat er iets in het voer terechtkomt is te groot. Werk daar met klemmen in afgesloten kasten en houd gif buiten, langs de gevel.

Ruwvoer en stro vragen om discipline

Kalveren krijgen naast melk ook muesli, brok en stro. Stro is voer en nestmateriaal tegelijk. Een baal die tegen de wand staat, is een uitnodiging.

Stapel balen op een vaste plek, op pallets en met ruimte rondom. Houd minstens een halve meter vrij tussen de stapel en de muur. Verwerk de oudste balen eerst. Een baal die twee jaar onderin ligt, is bijna altijd bewoond.

Datzelfde geldt voor uw brok en uw muesli. Silo’s dicht, luiken sluiten, gemorst voer opruimen. Hoe u de opslag op uw erf inricht, staat uitgebreider in ons artikel over voeropslag en mestkelders.

Vliegen en jonge kalveren

Vliegen zijn op een kalverbedrijf meer dan overlast. Ze lopen over ogen en neuzen van dieren die nog weinig weerstand hebben. Daarmee verspreiden ze oogontstekingen en andere kiemen door de hele afdeling.

De aanpak begint bij de broedplaats, niet bij het volwassen insect. Vliegen leggen eieren in vochtige mest en in natte plekken onder roosters en in hoeken. Houd de mestopslag afgedekt, laat geen natte plekken liggen en ruim gemorst voer op. Alleen spuiten tegen volwassen vliegen werkt maar een paar dagen. Meer over deze aanpak leest u bij vliegenoverlast in de stal.

Bioveiligheid en knaagdieren

Ratten en muizen lopen van erf naar erf en van hok naar hok. Ze nemen ziektekiemen mee op hun poten en in hun keutels. Op een bedrijf met jonge dieren en wisselende koppels weegt dat zwaar.

Maak daarom uw gevel dicht. Kieren onder deuren, kapotte roosters, open kabeldoorvoeren en gaten rond leidingen zijn de klassieke ingangen. Een muis komt door een opening van zes millimeter, een rat door twee centimeter. Controleer die punten een keer per kwartaal met een zaklamp. Dezelfde logica geldt in de pluimveehouderij, zoals u leest bij ongedierte in de pluimveehouderij.

Gebruik de leegstand tussen twee koppels

Als een koppel weg is en de afdeling leeg staat, heeft u ruimte om te werken. Dat moment komt op uw bedrijf een paar keer per jaar terug. Benut het.

Reinig en ontsmet niet alleen de hokken, maar kijk ook achter de voergoot, onder de roosters en in de techniekruimte. Zet kieren dicht terwijl u er toch bij kunt. Dat kost een uur en scheelt u een half jaar overlast.

Vogels in de stal

Spreeuwen en mussen komen op brok en muesli af. Ze eten mee, ze poepen in het voer en ze brengen mijten en andere kiemen mee. In een open stal met een hoge nok zijn ze lastig weg te houden.

Werk met gaas voor de openingen en met netten onder de nok. Zorg dat voer nooit open blijft staan als er niemand in de stal is. Verjagen alleen helpt kort. Wering helpt jarenlang.

Wat u vastlegt voor uw kwaliteitssysteem

Werkt u onder een kwaliteitsregeling, dan hoort plaagdierbeheersing bij uw administratie. Een auditor wil een plattegrond zien met de stations, de rapporten van uw bestrijder en de lijst met acties die u zelf heeft uitgevoerd. Houd dat bij in een map of digitaal. Dat scheelt zoeken op het moment dat de auditor voor de deur staat.

Zonder gif waar het kan

De regels voor rattengif zijn de afgelopen jaren strenger geworden. Buiten mag gif alleen nog door een gecertificeerde bestrijder en pas nadat wering en klemmen onvoldoende hebben geholpen. Dat is geen pesterij. Gif komt via dode muizen terecht bij uilen, katten en roofvogels.

Voor uw bedrijf betekent het dat de winst zit in het gebouw en in de opslag. Een dichte gevel en gesloten voer doen meer dan welk middel dan ook.

Hulp op uw bedrijf

Wij werken voor agrarische bedrijven in Groot-Amsterdam en Flevoland. Wij lopen uw erf en uw stallen door, wijzen de ingangen aan en stellen een plan op dat past bij uw koppelritme en uw kwaliteitssysteem. Vraag vrijblijvend een offerte aan.

Hulp nodig bij ongedierte in uw kalverhouderij in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877