Kaaswinkel in de avondschemering
Foto: Trougnouf, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons

Rijpe kaas, ham en worst zijn precies wat mijten, kleine vliegen en muizen zoeken. Een kaaswinkel of delicatessenzaak heeft daarom meer risico dan een gewone winkel. Met goede gewoonten houdt u dat onder controle.

Wat trekt ongedierte aan in een kaaswinkel?

Het gaat om geur, vet en vocht. Een koele ruimte met een hoge luchtvochtigheid is goed voor kaas. Het is ook goed voor mijten en schimmel. Houten planken, kaasdoeken en kartonnen dozen houden vocht vast en bieden schuilplaatsen.

Daarnaast zijn er restanten. Een korstje onder een snijplank, vet in een afvoer of een afgesneden stuk in de prullenbak is genoeg voor vliegjes en muizen.

Welke signalen ziet u het eerst?

Fijn bruin of wit stof op de korst of op de plank kan mijtenstof zijn. Bij sommige kazen hoort mijt bij het rijpingsproces. In een winkel wilt u dat niet op andere kazen. Kleine vliegjes boven de afvalbak of afvoer wijzen op een broedplaats in de buurt.

Keutels, aangevreten verpakking of een zoetige, muffe geur in de opslag wijzen op knaagdieren of op bederf. Let ook op een koelcel die niet goed sluit. Een kier trekt dieren aan.

Wat kunt u zelf doen?

Werk met een vaste rotatie. Oudere kaas gaat eerst de deur uit. Controleer planken en korsten wekelijks. Reinig snijplanken en vitrines elke dag en maak ook de randen en de afvoer schoon. Bewaar kaasresten in een afgesloten bak. Zet het afval aan het einde van de dag buiten, in een gesloten container.

Gebruik waar mogelijk plastic kratten in plaats van karton. Zet ze op een plank of rek, ver van de muur. Meet de temperatuur en luchtvochtigheid in de koelcel en leg dit vast. Dat helpt bij uw voedselveiligheidssysteem, de HACCP.

Let op. Gebruik geen spuitbus of middel in de buurt van onverpakte kaas of vleeswaren. Residuen kunnen op het voedsel terechtkomen. Neem bij een melding eerst contact op voor advies. Het productetiket en de toelating zijn altijd leidend.

Zo pakken wij het aan

Wij beginnen met een inspectie van winkel, koelcel, rijpingsruimte, magazijn en achterdeur. Daarna stellen wij vast om welk dier of welke mijt het gaat. Wij zoeken ook naar de bron, zoals een vochtige plek, een kier of een afvoer.

Op risicoplekken plaatsen wij monitoring. Zo ziet u op tijd of er nieuwe activiteit is. Wij leggen de bevindingen vast in een rapportage voor uw HACCP of voor een controle van de NVWA.

Wij werken volgens IPM. Dat staat voor Integrated Pest Management. Wij kijken eerst naar oorzaak en preventie. Bestrijdingsmiddelen gebruiken wij alleen als dat nodig en toegestaan is. Rond onverpakt voedsel kiezen wij voor een aanpak zonder middel in de winkel.

Zo voorkomt u dat het terugkomt

Zorg dat deuren goed sluiten en dicht kieren onder de achterdeur. In de winter zoeken muizen warmte op. Een kaaswinkel met geurende voorraad is dan extra aantrekkelijk. Controleer ook leveringen voordat u ze in de voorraad zet. Lees ook ons artikel over een reformwinkel met granen en noten en over de overgang naar het winterassortiment. Meer over onze aanpak voor knaagdieren leest u op de pagina knaagdierenbestrijding.

Hulp nodig bij ongedierte in uw winkel in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877

Foto: Trougnouf, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons.