
Een inwoner van Almere Haven vroeg de gemeente om op te treden tegen een imkervereniging in de buurt. Bijen zouden voor overlast zorgen en poepjes achterlaten op auto’s en tuinmeubilair. De bestuursrechter wees de klacht af. De reden is leerzaam voor iedereen die ooit overlast wil aankaarten: er lag te weinig bewijs. In dit artikel leest u wat er speelde, waar het misging en hoe u zelf een dossier opbouwt dat wel standhoudt.
Wat er in Almere is gebeurd
Imkervereniging Zuid Flevoland zit al meer dan veertig jaar in Het Beginbos, langs de A6 bij Almere Haven. Vanaf 1999 werd aan de rand van dat bos de wijk De Velden gebouwd.
Een bewoner van die wijk zegt aanzienlijke overlast te ervaren. Het gaat om bijen in en rond zijn woning en tuin, zwermen in de buurt, de kans om gestoken te worden en bijenpoep op ramen, tuinmeubilair en auto’s.
In juli 2025 vroeg hij de gemeente Almere om handhavend op te treden. De Algemene plaatselijke verordening bepaalt dat wie dieren houdt, moet voorkomen dat die dieren hinder veroorzaken voor omwonenden. De gemeente wees het verzoek af. Daarna belandde de zaak bij de bestuursrechter.
Waarom de rechter de klacht afwees
De bestuursrechter stelde de gemeente in het gelijk. De kern van de uitspraak: er was te weinig bewijs dat de bijen voor veel overlast zorgen.
De bewoner bracht twee foto’s in. Op de ene staat een tuinkussen met zwarte stipjes, volgens hem bijenpoepjes. Op de andere staat een zwerm bijen op straat.
Tijdens de zitting zei hij dat hij eerder meer foto’s en informatie naar de gemeente had gestuurd. Die stukken bracht hij vervolgens niet in de procedure in. Daarmee telden ze niet mee.
Wat de gemeente wel heeft laten onderzoeken
Opvallend genoeg deed de gemeente Almere meer dan strikt nodig was. Volgens de rechter hoefde de gemeente de klacht niet nader te onderzoeken. Toch gebeurde dat uitgebreid.
Toezichthouders vonden inderdaad bijenpoep op auto’s in de wijk. Daarna schakelde de gemeente een ecologisch adviesbureau in. Dat telde het aantal poepjes per auto en vergeleek dat met andere wijken.
- In De Velden werden vijf tot zes bijenpoepjes per auto geteld.
- In andere wijken lag dat gemiddelde op twee tot vier per auto.
- Op de auto’s lagen daarnaast ook stuifmeel, vuil en uitwerpselen van andere insecten en vogels.
- De afstand tussen de imkervereniging en de eerste woningen is 130 meter. Sommige gemeenten hanteren een minimale afstand van 50 tot 100 meter.
- Hoge bomen rond het terrein vormen een barrière die bijen tegenhoudt.
Er was dus wel een verschil, maar het was te klein om er conclusies aan te verbinden.
Wat deze uitspraak wel en niet zegt
Deze uitspraak zegt niet dat overlast van dieren nooit een zaak is. Hij zegt ook niet dat gemeenten nooit hoeven op te treden.
Wat de uitspraak wel laat zien is dit. Wie stelt dat er sprake is van hinder, moet dat aannemelijk maken. Twee foto’s zijn daarvoor te weinig. En stukken die u wel stuurt maar niet formeel indient, tellen niet.
De zaak leidde ook tot een bredere discussie. Rechter Koen de Meulder van de Rechtbank Midden-Nederland, die niet bij deze zaak betrokken was, riep op tot een maatschappelijk gesprek over de vraag of je voor alles naar de rechter moet stappen. Hij benadrukt daarbij wel dat de drempels in het bestuursrecht met opzet laag zijn. Wat voor de een een kleinigheid lijkt, kan voor een ander veel betekenen.
Ter achtergrond: volgens de Raad voor de rechtspraak kwamen er vorig jaar ruim 41.000 zaken binnen bij de bestuursrechter. Dat is 4 procent meer dan het jaar daarvoor. In 2021 waren dat er nog 32.560.
Het verschil tussen hinder en een plaag
In de praktijk lopen twee dingen vaak door elkaar. Hinder is iets wat u als storend ervaart. Een plaag is een populatie die zich vestigt en die schade of een gezondheidsrisico oplevert.
Dat onderscheid is belangrijk, want de aanpak verschilt.
- Bij hinder helpt vaak een aanpassing in de omgeving of een afspraak met de veroorzaker.
- Bij een plaag is er een bron, een populatie en een reden waarom die zich daar kan vestigen.
- Bij hinder is de vraag of het redelijk is wat u van een ander vraagt.
- Bij een plaag is de vraag waar het voedsel, het water, de dekking en de toegang zitten.
Wij worden regelmatig gebeld door mensen die eigenlijk hinder ervaren en niet met een plaag te maken hebben. Dat zeggen wij dan ook gewoon. Iemand een contract verkopen voor een probleem dat er niet is, helpt niemand.
Zijn honingbijen eigenlijk een plaagdier?
Nee. Honingbijen zijn geen plaagdier. Het zijn gehouden dieren die van groot belang zijn voor bestuiving.
Wij bestrijden dan ook geen honingbijen. Hangt er een zwerm in uw tuin of aan uw gevel? Bel dan een imker of een lokale bijenvereniging. Een zwerm hangt vaak maar korte tijd op een plek en een imker kan die meestal ophalen.
Zit er een bijenvolk in een spouwmuur of onder een dak, dan is dat een ander verhaal. Dan is verwijdering bouwkundig werk en vraagt het overleg met een imker. Achtergebleven raten en honing kunnen later wel andere insecten aantrekken, zoals wasmotten en mieren.
Wespen en hoornaars zijn wel dieren waar wij mee werken. Weet u niet zeker wat u ziet? Gebruik dan onze pagina om wespen, hoornaars, bijen en hommels te herkennen. Dat scheelt vaak een onnodige melding.
Waarom een dossier vaak het verschil maakt
De Almeerse zaak ging over bijen, maar het patroon kennen wij uit ons eigen werk. Bij ratten rond een afvalpunt, muizen in een woonblok of meeuwen op een dak speelt precies hetzelfde.
Iemand meldt overlast. De ander zegt dat het meevalt. Zonder gegevens blijft het bij twee meningen. Met gegevens verandert het gesprek.
Dat geldt richting een gemeente, richting een verhuurder, richting een VvE en richting een buurman. Het geldt ook richting een toezichthouder of een auditor.
Zo bouwt u een bruikbaar dossier op
Een dossier hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het moet vooral consequent zijn.
- Noteer elke waarneming met datum, tijdstip en exacte plek. Een losse herinnering is later niet bruikbaar.
- Fotografeer met iets erbij waaraan de schaal te zien is, bijvoorbeeld een muntstuk of een liniaal.
- Meet in plaats van in te schatten. Tel aantallen, tel keutels, tel meldingen per week.
- Houd het vol over een langere periode. Een reeks van tien weken zegt meer dan drie losse dagen.
- Leg ook de nulmeting vast. Hoe was het voordat het probleem begon, of hoe is het op een vergelijkbare plek zonder overlast?
- Bewaar uw meldingen en de antwoorden daarop. Datum, kanaal en inhoud.
- Laat een onafhankelijke partij vaststellen wat er speelt en leg dat vast in een rapport.
- Dien alles daadwerkelijk in bij de partij die erover gaat. Wat u niet indient, telt niet mee.
Die laatste stap is precies waar het in Almere misging. Het bewijs bestond mogelijk wel, maar het lag niet op tafel.
Wat dit betekent voor VvE’s en vastgoedbeheerders
Bij gedeelde gebouwen is registratie geen formaliteit. Het is het enige middel om vast te stellen waar een probleem echt zit.
Een paar dingen werken in de praktijk goed.
- Gebruik een plattegrond en zet elke melding op de juiste plek. Zo wordt een cluster zichtbaar.
- Registreer meldingen in een vast formulier, zodat u appels met appels vergelijkt.
- Leg vast wat er is gedaan en op welke datum. Ook als er niets is gedaan.
- Herhaal een inspectie na een ingreep en meet opnieuw. Anders weet u niet of het werkte.
- Deel de uitkomst met bewoners. Dat haalt spanning uit een discussie.
Wij schreven eerder hoe dit uitpakt bij muizen in gestapelde bouw. Dat leest u in ons artikel over muizen in het hele woonblok.
Wat dit betekent voor horeca en voedselbedrijven
Voor bedrijven met voedsel is registratie geen keuze. Het hoort bij HACCP. HACCP is het systeem waarmee bedrijven risico’s voor voedselveiligheid beheersen.
Bij een controle wordt vaak niet alleen gekeken of er sporen zijn. Er wordt ook gekeken of u kunt laten zien wat u doet.
- Een logboek met inspectiedata en bevindingen.
- Een plattegrond met monitoringspunten.
- Rapporten van uitgevoerde controles.
- Vastgelegde correctieve maatregelen met een datum.
- Bewijs dat u openingen heeft laten dichtmaken en dat dit is nagelopen.
Datzelfde dossier helpt u ook in een discussie met een verhuurder of met een buurpand. Wie kan laten zien dat de bron buiten de eigen deur ligt, staat sterker.
Wat een inspectierapport toevoegt
Eigen waarnemingen zijn waardevol, maar ze blijven van uzelf. Een rapport van een onafhankelijke partij voegt daar drie dingen aan toe.
Ten eerste determinatie. Welke soort is het werkelijk? Dat bepaalt of er sprake is van een plaagdier, van een beschermde soort of van iets onschuldigs.
Ten tweede oorzaak. Waar komen de dieren vandaan, wat eten ze en waar komen ze binnen? Zonder die vraag blijft bestrijden dweilen.
Ten derde omvang. Gaat het om een incident of om een gevestigde populatie? Dat verschil bepaalt de aanpak en de kosten.
Wanneer professionele inspectie verstandig is
Een enkele waarneming is meestal geen reden voor actie. Deze situaties zijn dat wel.
- U ziet regelmatig dezelfde dieren of vindt herhaaldelijk uitwerpselen.
- Er zijn meldingen uit meerdere woningen of ruimtes in hetzelfde gebouw.
- U heeft een discussie met een verhuurder, een buurpand of een gemeente en komt er niet uit.
- U werkt met voedsel en moet aantoonbaar in control zijn.
- U wilt weten of een ingreep heeft gewerkt en heeft een meting nodig.
Wij werken volgens IPM. IPM staat voor Integrated Pest Management. Daarbij staan preventie, inspectie en niet chemische maatregelen voorop. Wij werken bewust zonder gif, omdat rodenticiden doorvergiftiging veroorzaken bij roofvogels, katten en marterachtigen. Meer over onze aanpak leest u op onze pagina’s over plaagdierbeheersing en onze werkwijze.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn gemeente dwingen op te treden tegen overlast van dieren?
Dat kan alleen als er een regel is die daarop ziet en als u aannemelijk maakt dat er sprake is van hinder. De Algemene plaatselijke verordening van uw gemeente bepaalt wat er precies geldt. Zonder onderbouwing is de kans klein.
Hoeveel bewijs is genoeg?
Daar bestaat geen vast getal voor. De rode draad is: meerdere waarnemingen, over een langere periode, met datum en plek, en het liefst met een onafhankelijke vaststelling erbij.
Mijn buurman houdt bijen. Mag dat zomaar?
Meestal wel. Veel gemeenten stellen geen harde afstandseis. Sommige gemeenten hanteren een richtafstand van 50 tot 100 meter. Kijk in de Algemene plaatselijke verordening van uw eigen gemeente.
Wat doe ik met een bijenzwerm aan mijn gevel?
Laat de zwerm met rust en bel een imker of een lokale bijenvereniging. Een zwerm is meestal rustig en trekt vaak binnen een dag verder.
Bestrijden jullie bijen?
Nee. Wij bestrijden geen honingbijen en geen hommels. Wespen en hoornaars behandelen wij wel, na determinatie.
Helpt een inspectierapport bij een discussie met mijn verhuurder?
Vaak wel. Een rapport benoemt de soort, de oorzaak en de omvang. Daarmee wordt duidelijk wat er moet gebeuren en bij wie dat hoort.
Bronnen
Omroep Flevoland, Almeerder verliest rechtszaak over bijenpoep, te weinig bewijs aangeleverd, 18 augustus 2026. Binnenlands Bestuur, Almere wint rechtszaak over bijenpoep, augustus 2026. Binnenlands Bestuur, Rechter na bijenzaak: maatschappelijk gesprek nodig, 22 augustus 2026, met cijfers van de Raad voor de rechtspraak.
Foto: Honingbijen bij de vliegopening van een bijenkast. Richard Bartz (Makro Freak), CC BY-SA 2.5, via Wikimedia Commons.
Lees ook
- Graanoogst 2026 vroeg en droog binnen: waarom de opslag nu om aandacht vraagt
- Eikenprocessierups blijft in juli actief: let op bij terras, tuin en buitenterrein
- Eikenprocessierups neemt weer toe: gemeenten zetten natuurlijke vijanden in
- Ongedierte in de toko en wereldwinkel: waarom rijst, bonen en gedroogde vis extra aandacht vragen
- Kleermotten actief deze zomer: waarom nu ingrijpen gaten in kleding voorkomt