
Op een varkensbedrijf draait alles om bioveiligheid. U werkt met hygienesluizen, bedrijfskleding en vaste routes. Toch loopt er iets dwars door dat systeem heen. Ratten, muizen en vliegen houden zich niet aan uw erfgrens.
Waarom ongedierte een gat in uw bioveiligheid slaat
Bioveiligheid betekent dat u ziektes buiten uw stal houdt. U regelt dat voor mensen en voor transport. Knaagdieren en vliegen vallen vaak buiten dat plan.
Dat is een risico. Een rat loopt tussen afdelingen door. Hij loopt ook van het buurerf naar uw erf. Vliegen vliegen honderden meters. Beide kunnen ziektekiemen meenemen op hun poten en in hun uitwerpselen.
Denk aan salmonella. Denk ook aan dysenterie en aan de verspreiding van E. coli tussen afdelingen. Een schone sluis helpt niet als de rat via de mestkelder binnenkomt.
Wat knaagdieren nog meer kosten
Naast ziekterisico is er directe schade. Ratten en muizen knagen aan isolatie van de stal. Ze knagen aan kabels van voercomputers en ventilatie. Uitval van ventilatie is in een varkensstal levensgevaarlijk voor uw dieren.
Er is ook voerverlies. Gemorst brok bij de voerinstallatie is een gratis buffet. Wat er in de opslag misgaat, beschrijven wij bij voeropslag en mestkelders.
Vliegen in de varkenshouderij
Vliegen leggen eieren in mest en in nat organisch materiaal. In een warme stal is de cyclus kort. Van ei tot vlieg duurt in de zomer soms nog geen twee weken. Daarom groeit een probleem zo snel.
Vliegen zijn meer dan hinder. Ze irriteren uw dieren. Onrustige dieren eten minder. Ze verspreiden ook kiemen tussen hokken. En ze zorgen voor klachten uit de buurt.
De aanpak begint bij de mest. Houd mestgangen zo droog mogelijk. Voorkom natte randen en plassen. Ruim gemorst voer dezelfde dag op. Bestrijding zonder deze basis werkt maar kort.
Zes plekken die u vaak over het hoofd ziet
De randen van de mestkelder en de put bij de mixer. De ruimte onder roosters bij de wanden. De voersilo en de vulslang. De kadaverplaats en de route ernaartoe. De opslag van strooisel en emballage. De technische ruimte met de voercomputer.
Deze plekken staan zelden op de schoonmaakronde. Ze staan wel op de looproute van knaagdieren.
Ongedierte hoort in uw bioveiligheidsplan
Zet plaagdierbeheersing gewoon in hetzelfde plan als uw andere maatregelen. Leg vast wie controleert, hoe vaak en wat er wordt genoteerd. Bewaar de rapporten. Uw dierenarts en uw afnemer vragen er steeds vaker naar.
Denk daarbij ook aan wat er uw erf op rijdt. Machines, voer en emballage nemen ongedierte mee van bedrijf naar bedrijf. Dat leest u bij loonwerk en transport. In de pluimveehouderij speelt hetzelfde. Zie ons artikel over bioveiligheid in de pluimveehouderij.
Onze aanpak op uw bedrijf
Wij werken volgens IPM. IPM betekent dat wij eerst de oorzaak wegnemen. Wij kijken naar toegang, voedsel en schuilplekken. Pas daarna volgt bestrijding. Wij gebruiken bewust geen gif.
Dat is niet alleen een keuze uit principe. Gif geeft doorvergiftiging bij uilen, roofvogels en katten op het erf. Het maakt knaagdieren ook minder gevoelig op de lange duur. Een gifloze aanpak met wering en monitoring houdt langer stand.
Wilt u weten wat een vast controlecontract voor uw bedrijf kost? Vraag een vrijblijvende offerte aan.
Lees ook
- Muizen in het graanveld: waarom de oogst dit jaar om extra aandacht vraagt
- Winterstalling voorbereiden: voorkom dat knaagdieren met uw vee mee naar binnen komen
- Van erf naar erf: hoe loonwerk en transport ongedierte over uw bedrijf verspreiden
- Kaasmakerij op de boerderij: zo houdt u mijten en motten uit uw kaasopslag
- Ongedierte in de pluimveehouderij: waarom bioveiligheid begint bij preventie