
Het aantal gemelde tekenbeten is deze zomer sneller gedaald dan in voorgaande jaren. Het RIVM en Wageningen University & Research wijzen naar de aanhoudende hitte en droogte in juli en augustus als verklaring. Dat betekent niet dat het tekenseizoen voorbij is. In dit artikel leest u wat er precies is gemeten, wat dit voor Groot Amsterdam en Flevoland betekent en waar u nu nog op moet letten.
Minder tekenbeten na een hoge piek in juni
Het RIVM en Wageningen University & Research melden dat de tekenactiviteit dit jaar in juni een hogere piek bereikte dan in 2025 en flink hoger dan in 2024 en de jaren daarvoor. Na die piek daalde het aantal gemelde tekenbeten echter sneller terug dan gebruikelijk.
De cijfers komen van de wekelijkse meldingen via Tekenradar, het monitoringsysteem waarmee onderzoekers al jaren bijhouden hoeveel mensen een tekenbeet oplopen. In juli viel landelijk gemiddeld nog maar 15 millimeter regen, tegen een normale hoeveelheid van 78 millimeter. In delen van het zuidwesten van het land kwam er in juli zelfs maar 3 millimeter neerslag.
Onderzoekers vermoeden dat deze combinatie van hitte en droogte de teken heeft afgeremd. Een teek gaat op zoek naar een gastheer door op een grasspriet of een blad te wachten met de voorpoten omhoog. Bij droogte loopt een teek daarbij een groter risico om uit te drogen. Veel teken bleven daarom waarschijnlijk vaker verscholen in de vochtige onderlaag van de vegetatie in plaats van actief op een gastheer te wachten.
Wat het nieuws wel en niet zegt
Een daling in gemelde beten is geen bewijs dat er nu weinig teken meer zijn. De cijfers gaan over hoeveel mensen zich lieten bijten, niet over de totale tekenpopulatie. Een deel van de teken heeft de droge periode gewoon overleefd door dieper in de strooisellaag te schuilen.
Belangrijker nog: ondanks de daling wordt nog steeds wekelijks ongeveer 1 op de 20 mensen die zich als melder bij Tekenradar hebben aangemeld, gebeten. Dat is een lager aandeel dan tijdens de piek in juni, maar het is geen nul. Zolang de temperatuur overdag boven ongeveer 7 graden blijft, kunnen teken actief zijn. Dat betekent dat de herfst, met over het algemeen mildere temperaturen dan de winter, nog altijd een periode is waarin u tekenbeten kunt oplopen.
Wat betekent dit voor Groot Amsterdam en Flevoland?
Teken komen in heel Nederland voor, overal waar voldoende groen en vocht aanwezig zijn. Voor het werkgebied van De Afdeling Dierplagen betekent dit vooral aandacht voor bosgebieden zoals het Amsterdamse Bos en Het Twiske, duingebieden, natuurgebieden in Flevoland zoals de Oostvaardersplassen en de bossen rond Almere en Lelystad, en gewoon de eigen tuin of het bedrijfsterrein met struiken, hoog gras of een border.
Voor bedrijven met groen op of rond het terrein is dit relevant. Denk aan recreatiebedrijven met een camping of bosperceel, sportverenigingen met een clubterrein tegen een bosrand, zorginstellingen met een tuin waar bewoners buiten komen, kinderdagverblijven met een buitenspeelruimte, agrarische bedrijven met erfbeplanting en akkerranden, en VvE’s met gedeeld groen. Voor particulieren met een tuin, een hond of kinderen die buiten spelen geldt hetzelfde principe.
Wat kunt u zelf controleren?
Teken zitten vooral in hoog gras, dichte struiken, bosranden, duinen en tuinen met veel bodembedekkers. Ze springen niet en vliegen niet. Ze wachten passief tot iemand langs de vegetatie loopt en klimmen dan over.
Controleer uzelf, uw kinderen en huisdieren na een bezoek aan een groene omgeving. Kijk vooral op plekken waar de huid dun en warm is: de liezen, de oksels, achter de knieën, rond de navel en de haarlijn in de nek. Bij kinderen is de hoofdhuid een plek die vaak wordt vergeten.
Draag bij bosbezoek of tuinwerk in hoog gras bij voorkeur lange broeken en stop de broekspijpen in de sokken. Dit is geen garantie, maar het maakt het voor een teek lastiger om bij de huid te komen.
Waarom preventie op het terrein net zo belangrijk is als controle op de huid
Persoonlijke controle is de laatste verdedigingslinie. Voor bedrijven en instellingen met groen op het terrein loont het om ook naar de omgeving zelf te kijken. Teken houden van hoge, vochtige vegetatie en van overgangszones tussen gras, struiken en bos. Kort gemaaid gras en vrijgehouden paden zijn voor teken veel minder aantrekkelijk dan een verwilderde border of een dichtbegroeide bosrand.
In de praktijk zien we dat looppaden op recreatieterreinen, sportparken en bedrijfsterreinen vaak langs precies dit soort overgangszones lopen. Het smal en kort houden van de begroeiing direct langs een pad, en het weghalen van bladafval en snoeiresten op plekken waar mensen lopen of spelen, vermindert het risico merkbaar. Ook reeën, herten en andere wilde dieren die op of rond een terrein komen, kunnen teken meebrengen en verspreiden. Een terrein dat voor deze dieren minder aantrekkelijk is, bijvoorbeeld door open zones tussen bos en gebruiksruimte, helpt daarom ook tegen teken.
Chemische bestrijding van teken in tuinen en op terreinen heeft in de praktijk een beperkte en vaak kortdurende werking. Daarom ligt de nadruk bij een professionele aanpak op terreininrichting, wering en voorlichting in plaats van op het grootschalig inzetten van bestrijdingsmiddelen. Dit past bij IPM, wat staat voor Integrated Pest Management. Bij IPM staan preventie, inspectie en niet chemische maatregelen voorop, en wordt een middel alleen ingezet als dat aantoonbaar nodig en effectief is.
Wanneer is professioneel advies verstandig?
Voor de meeste tuinen en particuliere situaties is eigen controle en een goede zelfcheck voldoende. Voor bedrijven en instellingen met veel bezoekers of medewerkers op groen terrein, zoals recreatiebedrijven, zorginstellingen, kinderopvang, sportverenigingen en agrarische bedrijven, kan een terreininspectie met concreet advies over paden, beplanting en wildbeheer zinvol zijn. Dit hoort thuis in een breder plaagdierbeheersingsplan met monitoring, rapportage en een logboek, zeker wanneer u als organisatie moet kunnen aantonen dat u zorgvuldig met de veiligheid van bezoekers en medewerkers omgaat.
Dit sluit aan bij een patroon dat vaker terugkomt. Net zoals de droge zomer ook de muggenoverlast beperkte, laat dit tekennieuws zien dat weersomstandigheden plaagdieren sterk beïnvloeden zonder het risico helemaal weg te nemen. Ook bij het westnijlvirus geldt dat cijfers over een virus of een plaagdier vragen om nuance in plaats van directe conclusies voor uw eigen terrein. Voor terreinbeheerders die dit najaar toch al naar het buitenterrein kijken vanwege ander seizoenswerk, is het praktisch om de tekencontrole hierin mee te nemen, bijvoorbeeld naast de controle op winternesten in naaldbomen.
Veelgestelde vragen over teken en tekenbeten
Betekent minder tekenbeten dat het tekenseizoen voorbij is?
Nee. Teken kunnen actief blijven zolang de temperatuur overdag boven ongeveer 7 graden blijft. Dat is doorgaans tot in het najaar het geval. Blijf daarom controleren tot de eerste aanhoudende nachtvorst.
Hoe verwijder ik een teek het beste?
Gebruik een puntig pincet of een tekentang. Pak de teek dicht bij de huid vast en trek in een rechte beweging omhoog, zonder te draaien of te knijpen. Ontsmet de bijtplek daarna.
Wat als de teek al lang vastzat voordat ik hem ontdekte?
Verwijder de teek alsnog zo snel mogelijk. Houd de bijtplek de weken erna in de gaten en ga naar de huisarts bij een uitbreidende rode ring, koorts of gewrichtspijn.
Kan ik mijn tuin of terrein laten behandelen tegen teken?
Chemische behandeling van een tuin of terrein tegen teken werkt in de praktijk beperkt en kort. Een terreininspectie met advies over maaien, snoeien en paden heeft meestal meer effect dan een eenmalige bespuiting.
Zijn alle teken besmettelijk?
Nee. Niet elke tekenbeet leidt tot een infectie. Snel verwijderen verkleint het risico verder, ongeacht of een teek besmet is.
Bronnen
RIVM en Wageningen University & Research, gepubliceerd via Nature Today, 11 september 2026 en 23 september 2026. RIVM, “Bijna de helft van de teken zit 12 uur of langer vast”, 1 april 2026. Foto: James Lindsey at Ecology of Commanster, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
Lees ook
- Uw tuin winterklaar maken: zo geeft u muizen en ratten geen schuilplaats
- Ongedierte in de grootkeuken: waarom zorginstellingen en cateraars extra scherp moeten zijn
- Vlooienplaag dwingt school in Katwijk tot verhuizen: waarom een gebouw pas vlooienvrij is als de bron buiten is gevonden
- Foodhal en foodcourt: waarom één kraam met ongedierte de hele hal raakt
- Er bestaat geen wettelijke vliegennorm: wat elf jaar vliegenoverlast in Heijplaat betekent voor bedrijven en omwonenden