Professionele horecakeuken met roestvrijstalen apparatuur
Foto: Franklin Heijnen, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons

Een koelcel voelt veilig. Het is er koud, het is er schoon en de deur zit dicht. Toch vinden wij juist rond koelcellen en vriescellen vaak de eerste sporen van ongedierte. De dieren zitten niet in de cel. Ze zitten eromheen. En daar kijkt bijna niemand.

Waarom kou geen bescherming is

Kakkerlakken en muizen kiezen geen plek uit op basis van de temperatuur binnen een kast. Ze kiezen een plek uit waar het warm is, waar het donker is en waar eten in de buurt ligt. Een koelcel levert alle drie. De cel zelf is koud, maar de techniek die de cel koud houdt, wordt juist heet.

Achter of boven elke koelcel zit een condensor. Dat is het onderdeel dat de warmte uit de cel naar buiten blaast. Daar is het het hele jaar rond warm en droog. Voor een Duitse kakkerlak is dat een ideale plek om zich te vermenigvuldigen. Voor een muis is het een prima nestplaats.

De cel staat vaak in een hoek of tegen een muur. Tussen de wand van de cel en de muur van het pand blijft een spleet over van een paar centimeter. Die spleet is smal, donker en warm. Niemand komt er met een dweil bij. Wij vinden daar met regelmaat keutels, vraatresten en oude vervellingen.

De machinekamer is de warmste plek van uw keuken

Bij grotere zaken staat de koelmachine in een aparte ruimte. Die ruimte wordt zelden gebruikt en zelden schoongemaakt. Er staan meestal ook lege dozen, oude apparatuur of reserveonderdelen. Dat maakt het risico dubbel zo groot.

Controleer of er stof en vet op de condensor ligt. Een vieze condensor werkt slechter en verbruikt meer stroom. Maar het is ook een teken dat er al lang niemand geweest is. Waar geen mens komt, komt ongedierte tot rust.

Zet in deze ruimte geen voorraad neer. Niet tijdelijk, niet in dozen, niet in kratten. Karton is voor kakkerlakken zowel schuilplaats als voedsel. Meer daarover leest u in ons artikel over kakkerlakken in de horecakelder.

Deurrubbers en drempels: de zwakke plek van elke cel

De rubberen strip rond de deur van een koelcel is zacht. Muizen knagen daar doorheen. Ze doen dat niet om binnen te komen bij het eten, maar omdat het materiaal makkelijk weggeeft. Zodra het rubber kapot is, ontstaat er een kier.

Die kier heeft twee gevolgen. Er ontsnapt koude lucht, dus uw energierekening loopt op. En er ontstaat condens op de rand van de deur. Vocht trekt weer andere insecten aan.

Loop een keer per maand met een zaklamp langs de hele rand van de deur. Kijk of het rubber overal aansluit. Kijk ook naar de drempel. Bij een vriescel vriest de drempel soms vast en scheurt hij op. Onder die scheur ontstaat een holle ruimte.

Let op. Een beschadigd deurrubber is bij een NVWA-controle geen los technisch punt. Het valt onder de staat van onderhoud van uw ruimte. Een inspecteur kan het meenemen in de beoordeling van uw hele hygiene. Laat het dus repareren en noteer de datum.

Condenswater: de vergeten voedingsbodem

Elke koelcel produceert water. Dat water loopt via een slangetje naar een afvoer of naar een verdampingsbakje. In beide gevallen staat er stilstaand water met een dun laagje organisch vuil.

Dat is precies wat motmuggen nodig hebben. Motmuggen zijn kleine harige vliegjes die u vaak op muren en plafonds ziet zitten. Ze leggen hun eitjes in de slijmlaag in afvoeren. Als u vliegjes ziet in de buurt van uw koeling, zoek dan eerst naar water en niet naar eten.

Spoel de afvoer wekelijks door en maak het verdampingsbakje leeg. Gebruik geen bleek. Bleek doodt de vliegjes wel, maar niet de slijmlaag waar de larven in zitten. Een enzymreiniger werkt hier beter. Dezelfde aanpak gebruikt u bij frituur, vaatwasser en afzuigkap.

Wat u zelf iedere maand kunt controleren

Trek de koelcel niet los van de muur, dat hoeft niet. Gebruik een zaklamp en een spiegel op een steel. Kijk achter de cel, onder de cel en bij de condensor.

Let op vijf dingen. Zwarte korrels ter grootte van een rijstkorrel wijzen op muizen. Kleine bruine sprietjes en een muffe zoete geur wijzen op kakkerlakken. Vraatsporen aan rubber of isolatieschuim wijzen op knaagdieren. Vochtplekken wijzen op een lekkende afvoer. Losse dozen wijzen op een gewoonte die u moet doorbreken.

Leg vast wat u ziet. Datum, plek, wat u aantrof en wat u eraan gedaan heeft. Dat logboek is precies wat een inspecteur wil zien. Hoe u dat opzet, staat in ons artikel over de NVWA-inspectie in de horeca. HACCP zijn de regels voor voedselveiligheid waar elk horecabedrijf zich aan moet houden.

Wat wij doen bij een controle rond uw koeling

Wij werken volgens IPM. Dat staat voor geintegreerde plaagdierbeheersing. Kort gezegd: eerst de oorzaak wegnemen, dan pas ingrijpen. Bij een koelcel betekent dat drie stappen.

Eerst brengen wij in kaart hoe de cel is opgesteld en waar de holle ruimtes zitten. Daarna plaatsen wij monitoring op de plekken die u zelf niet ziet, dus achter de cel en bij de machinekamer. Zo weten wij binnen twee weken of er echt iets zit en wat het is.

Pas daarna volgt de behandeling. Wij werken bewust zonder gif. Bij kakkerlakken werkt een gerichte gelbehandeling op de juiste plek beter dan spuiten in de hele ruimte. Bij muizen ligt de oplossing bijna altijd in het dichten van de route en niet in het bestrijden van het dier.

Wij adviseren daarbij ook over de constructie. Een koelcel die tien centimeter van de muur staat en op poten van vijftien centimeter hoogte, is schoon te maken. Een cel die strak tegen de wand staat, is dat niet. Dat is een investering die zich in onderhoud terugbetaalt.

Hulp nodig bij ongedierte in uw horecazaak in Groot-Amsterdam of Flevoland? Wij helpen u snel en discreet.

Offerte aanvragenBel 085 212 8877