
Een restaurant heeft een vaste keuken. Een cateringbedrijf heeft veel meer plekken om op te letten. Er is een centrale keuken, een magazijn, een of meer bussen en elke week andere locaties. Kratten, servies en tafelkleden gaan heen en weer. Ongedierte reist daar makkelijk mee. In dit artikel leest u waar het misgaat en wat u eraan doet.
Waarom catering een apart risico heeft
Bij catering is de keuken niet het enige probleem. Uw spullen staan vaak urenlang op een andere plek. Denk aan een feestzaal, een bedrijfskantine of een tent in een weiland. U weet niet hoe schoon het daar is. Een muis of een kakkerlak kan in een krat kruipen. Die krat gaat daarna gewoon mee terug naar uw eigen magazijn.
Ook het omgekeerde gebeurt. Heeft u zelf een probleem in het magazijn, dan neemt u dat mee naar uw klant. Dat is slecht voor uw naam. Een gast die een muis ziet bij het buffet, vertelt dat verder. Vaak ook online.
Het magazijn: de plek waar alles samenkomt
In het magazijn staan dozen met droge waren, stapels kratten, rekken met servies en vaak ook tafels en stoelen. Het is er vaak rustig en een beetje rommelig. Dat is precies wat muizen zoeken. Ze willen een donkere plek met eten in de buurt.
Een paar vaste regels helpen veel:
- Zet niets direct op de vloer. Gebruik rekken met een lege onderste plank, zodat u eronder kunt kijken en schoonmaken.
- Bewaar droge waren zoals meel, rijst en suiker in dichte bakken van kunststof of metaal.
- Houd een looppad van een halve meter vrij langs de muren. Muizen lopen graag langs de muur. Daar ziet u dan meteen uitwerpselen.
- Gooi kapot karton weg. Karton is voor muizen nestmateriaal.
Meer over karton en kratten die buiten staan leest u in ons artikel over kratten en verpakkingsmateriaal buiten.
Kratten en servies na een klus: eerst controleren
Het belangrijkste moment is de terugkomst na een klus. Dan zijn de mensen moe en wil iedereen naar huis. De kratten worden snel uitgeladen en weggezet. Toch is dit het moment waarop u ongedierte buiten houdt.
Maak er een vaste gewoonte van. Kratten met vuil servies gaan meteen naar de spoelruimte. Lege kratten worden even omgekeerd en bekeken. Tafelkleden en doeken gaan direct in een dichte wasbak. Zo staat er niets vies een nacht lang in uw magazijn.
De bus is ook een opslagplek
Veel cateraars vergeten de bus. Toch rijdt die vol met eten en vuil servies. Een paar kruimels onder een stoel of in een hoek zijn genoeg voor muizen of mieren. Een bus die buiten staat te wachten, trekt in de zomer ook wespen en vliegen aan.
Maak de laadruimte na elke rit leeg en veeg hem schoon. Doe dat ook als de bus de volgende ochtend weer moet. Laat geen zakken afval in de bus staan. Kijk eens per week onder de rekken en bij de deurrubbers.
Op locatie: kijk eerst, zet dan neer
Op een locatie bent u te gast. U kunt niet alles regelen. Wel kunt u eerst kijken voordat u iets neerzet. Ziet u uitwerpselen, dode insecten of open afvalbakken? Zet uw spullen dan op tafels en niet op de grond. Houd eten afgedekt tot het moment van serveren. Neem na afloop al uw afval mee in dichte zakken.
Ziet u echt een probleem op de locatie? Meld het dan bij de beheerder. Schrijf ook kort op wat u zag. Zo kunt u later laten zien dat het probleem niet bij u vandaan kwam.
HACCP voor cateraars: ongedierte hoort erbij
HACCP zijn de regels voor voedselveiligheid. Elk bedrijf dat eten maakt, moet die volgen. De NVWA controleert dat. Bij een cateraar kijkt de inspecteur niet alleen naar de keuken. Ook het magazijn en het vervoer horen erbij.
U moet kunnen laten zien hoe u ongedierte voorkomt en wat u doet als het toch gebeurt. Een logboek met controles is daarbij het belangrijkste bewijs. Hoe u dat aanpakt, leest u in ons artikel over de NVWA-inspectie in de horeca.
Wat een professionele aanpak inhoudt
Wij werken met IPM. Dat betekent dat we eerst kijken waarom ongedierte bij u binnen kan komen. Daarna sluiten we die routes af en houden we de boel in de gaten. Gif is pas het laatste middel. Wat IPM precies is, leest u in wat is IPM.
Voor een cateraar maken we een plan dat past bij uw manier van werken. We kijken naar de keuken, het magazijn en de laadplek van de bus. We plaatsen controlepunten op vaste plekken. Bij elk bezoek noteren we wat we vinden. Zo heeft u altijd een compleet dossier klaar voor de NVWA of voor een grote opdrachtgever die daarom vraagt.
Kort samengevat
- Uw magazijn, uw bus en de locaties horen allemaal bij uw risico.
- Controleer kratten en servies op het moment dat ze terugkomen.
- Maak de bus na elke rit leeg en schoon.
- Houd een logboek bij voor uw HACCP-plan.
Lees ook
- NVWA vond muizensporen bij bijna zes op de tien voedselbedrijven: waarom voorlichting alleen niet genoeg was
- Een horecazaak overnemen: zo controleert u op ongedierte voordat u tekent
- Brouwerij en proeflokaal: waarom mout en graan motten en muizen aantrekken
- Kakkerlakken in de horecakelder: waarom vochtige opslagruimtes een risico vormen
- De sluitingsronde in uw horecazaak: wat u ’s avonds doet, bepaalt wat er ’s nachts binnenkomt