Huismuis loopt langs een oppervlak op zoek naar voedselresten
Foto: 4028mdk09, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

De NVWA controleerde dit jaar 51 bedrijven in Leiden en 34 in Gouda en vond bij bijna zes op de tien sporen van muizen. Opvallend is de conclusie van de toezichthouder zelf. Brieven en voorlichtingsbijeenkomsten hebben niet geleid tot minder overtredingen. In dit artikel leest u wat er precies is gemeten, waarom kennis alleen het probleem niet oplost en wat wel werkt in uw pand.

Wat de NVWA in Leiden en Gouda deed

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) startte in 2026 een project in Leiden en Gouda. In beide steden is de muizenoverlast bij levensmiddelenbedrijven groot.

De aanpak begon niet met inspecteren maar met informeren. De NVWA stuurde brieven en organiseerde informatiebijeenkomsten, samen met NVPB, de branchevereniging voor plaagdierbeheersers. Doel was om de kennis van ondernemers te vergroten en samenwerking op gang te brengen.

Daarna volgden extra inspecties bij bedrijven in horeca, ambacht en retail. Dat gebeurde via een aselecte steekproef. De bedrijven werden dus willekeurig gekozen en niet op basis van eerdere klachten. In Leiden ging het om 51 bedrijven, in Gouda om 34.

De resultaten publiceerde de NVWA op 10 augustus 2026.

De cijfers: muizensporen bij ruim de helft

In Leiden trof de NVWA bij 57 procent van de gecontroleerde bedrijven sporen van muizen aan. Bij 49 procent waren er overtredingen op het gebied van hygiëne. Bij 37 procent deed het bedrijf onvoldoende om muizen te weren en te bestrijden.

In Gouda lag het percentage muizensporen op 58 procent. Daar waren de andere cijfers gunstiger. Bij 24 procent waren er hygiëneovertredingen en bij 12 procent schoot de wering en bestrijding tekort. De meeste Goudse ondernemers nemen dus wel maatregelen.

De NVWA vergeleek deze cijfers met de metingen van februari tot april in 2024 en 2025. In Leiden bleef het aandeel bedrijven met muizen vrijwel gelijk, van 58 naar 57 procent. De hygiëneovertredingen namen toe van 43 naar 49 procent. De overtredingen op wering en bestrijding stegen van 28 naar 37 procent.

In Gouda ging het aandeel bedrijven met muizen omhoog van 33 naar 58 procent. De hygiëne bewoog van 21 naar 24 procent en de wering van 11 naar 12 procent.

Waarom voorlichting alleen niet genoeg was

De NVWA trekt zelf een nuchtere conclusie. De brieven en bijeenkomsten in Leiden en Gouda hebben niet geleid tot minder overtredingen.

Dat is een eerlijke uitkomst en het past bij wat wij in de praktijk zien. Kennis is meestal niet het knelpunt. Bijna elke ondernemer weet dat muizen in een keuken niet horen.

Het knelpunt zit in drie andere dingen. Ten eerste in het gebouw. Een muis komt door een opening van ongeveer zes millimeter. In oude binnensteden zitten die openingen overal, rond leidingen, onder deuren, achter plinten en in de spouw.

Ten tweede in de routine. Wering en hygiëne vragen dagelijkse aandacht op de drukste momenten van de dag. Precies dan is er de minste tijd.

Ten derde in eigenaarschap. Veel horecapanden zijn gehuurd. Bouwkundig herstel van een leidingdoorvoer of een gevel ligt vaak bij de verhuurder. Een ondernemer die het probleem wel ziet, kan het dus niet altijd zelf oplossen.

Let op. Voorlichting is niet nutteloos. Het is alleen zelden voldoende. Een bijeenkomst verandert wat iemand weet. Een dichtgemaakte leidingdoorvoer verandert wat een muis kan.

Wat deze cijfers wel en niet zeggen

De cijfers gaan over twee steden waar de muizendruk al bekend hoog was. Ze zijn dus geen landelijk gemiddelde. U kunt er niet uit afleiden dat bijna zes op de tien horecazaken in Nederland muizen hebben.

De aantallen zijn ook klein. In Gouda ging het om 34 bedrijven. Bij zo’n aantal kan één jaar sterk afwijken zonder dat er iets fundamenteels is veranderd. De sprong van 33 naar 58 procent in Gouda verdient daarom voorzichtigheid.

Er staat nog iets belangrijks in de cijfers. Sporen van muizen aantreffen is niet hetzelfde als een plaag hebben. Een paar keutels achter een koeling betekent dat er activiteit is. Het zegt op zichzelf niets over de omvang.

Wat de cijfers wel duidelijk maken. In deze twee steden is het percentage bedrijven met muizensporen in twee jaar niet gedaald, ondanks gerichte inzet van de toezichthouder.

Hoe de NVWA heeft gehandhaafd

In Leiden schreef de NVWA vier rapporten van bevindingen, waarvan twee met een spoedsluiting. Dat raakte 8 procent van de gecontroleerde bedrijven. Daarnaast gaf de dienst 21 officiële waarschuwingen, oftewel bij 41 procent van de bedrijven. Er werd één proces-verbaal opgemaakt.

In Gouda bleef het bij één rapport van bevindingen en zeven officiële waarschuwingen. Dat is 3 en 21 procent. Er kwam geen proces-verbaal.

Een spoedsluiting betekent dat een zaak per direct dicht moet omdat de situatie een risico vormt voor de voedselveiligheid. Dat is voor een ondernemer ingrijpend, ook financieel en voor de reputatie. Meer hierover leest u in ons artikel over spoedsluitingen door plaagdieren.

In het najaar volgen Alkmaar en Leeuwarden

De NVWA blijft in Leiden en Gouda toezicht houden. Daarnaast organiseert de dienst dit najaar bijeenkomsten in twee nieuwe steden, samen met die gemeenten en andere betrokken partijen.

De bijeenkomst in Leeuwarden staat gepland op 14 september 2026. Die in Alkmaar op 22 september 2026.

Alkmaar ligt in Noord-Holland. Voor ondernemers in Groot-Amsterdam is dat een signaal dat het onderwerp ook in deze provincie hoog op de agenda staat. Eerder bleek al dat Amsterdam landelijk bovenaan staat in het aantal spoedsluitingen door plaagdieren.

Wat dit betekent voor bedrijven in Groot Amsterdam en Flevoland

Het patroon uit Leiden en Gouda is herkenbaar in elke oude binnenstad. Panden staan tegen elkaar aan. Kruipruimtes lopen door. Leidingen gaan van pand naar pand. Afvalruimtes zijn krap of ontbreken.

In Amsterdam komen daar de smalle achterkanten, de gedeelde bergingen en de drukte rond ondergrondse containers bij. Een muis hoeft uw pand niet als bron te hebben om er wel te komen eten.

In Flevoland is de bouw jonger, maar daar spelen andere routes. Denk aan losdocks, snelroldeuren die te lang open staan, buitenopslag tegen de gevel en pallets die rechtstreeks van buiten naar de opslag gaan.

De vraag is dus niet alleen of uw eigen hygiëne op orde is. De vraag is ook of uw gebouw een muis buiten houdt en of u het merkt zodra er toch één binnenkomt.

Welke sporen wijzen op muizen?

  • Keutels van ongeveer 3 tot 6 millimeter, spits aan de uiteinden, vaak in kleine groepjes.
  • Knaagsporen aan verpakkingen, kunststof, hout of kabels.
  • Veegsporen. Vettige donkere aanslag langs een vaste looproute tegen een muur of leiding.
  • Nestmateriaal. Fijn geknaagd papier, karton of isolatie in een hoek of achter apparatuur.
  • Een muffe, zoetige urinegeur in een gesloten kast of ruimte.
  • Geluid in de nacht in plafond, spouw of verlaagd plafond.
  • Onverklaarbare storingen aan apparatuur door aangeknaagde bedrading.

Muizen zijn nieuwsgierig in plaats van schuw. Zij onderzoeken nieuwe voorwerpen juist wel. Dat verklaart waarom u ze soms opeens en op meerdere plekken tegelijk opmerkt.

Wat u dagelijks zelf kunt controleren

  1. Loop na sluiting met een zaklamp langs de plinten, onder koelingen en achter de vaatwasser.
  2. Controleer de vloer onder en achter apparatuur. Daar verzamelt zich kruimel en daar begint het meestal.
  3. Kijk in droge voorraad naar aangeknaagde verpakkingen en naar keutels tussen de dozen.
  4. Controleer of de achterdeur en de laaddeur echt sluiten. Een kier van een halve centimeter is genoeg.
  5. Kijk of afvalzakken binnen blijven staan tot het ophaalmoment. Zo ja, sluit ze af en zet ze niet tegen de muur.
  6. Noteer wat u ziet met datum en plek. Zonder registratie is een patroon niet te herkennen.

Wering: waar het meestal misgaat

In de praktijk vinden wij muizenroutes bijna altijd op dezelfde plekken.

  • Leidingdoorvoeren van water, gas, elektra en afzuiging die niet volledig zijn dichtgezet.
  • Naden onder buiten- en tussendeuren zonder deugdelijke borstel of dorpel.
  • Ventilatieroosters zonder fijn gaas erachter.
  • Openingen in verlaagde plafonds en boven kastenwanden, waardoor een muis van ruimte naar ruimte loopt.
  • Stootvoegen en gaten in de gevel op maaiveldniveau.
  • Doorvoeren in de vloer richting kruipruimte, vooral bij een oude keuken.

Gebruik voor het afdichten materiaal waar een muis niet doorheen knaagt, bijvoorbeeld fijnmazig staalgaas of gaasgevulde afdichting. Alleen purschuim of kit houdt een muis niet tegen. Dat knaagt zij binnen enkele nachten weg.

Let op. Sluit nooit een route af zonder te weten of er nog dieren binnen zitten. Dan houdt u het probleem in plaats van dat u het buitensluit. Werk in de volgorde inspectie, bronaanpak, wering en daarna controle of het werkt.

Wat een verhuurder, VvE of vastgoedbeheerder hierin moet doen

De inspectiecijfers laten zien dat wering vaker tekortschiet dan hygiëne. Wering is nu juist het onderdeel dat vaak niet bij de huurder ligt.

Voor een verhuurder of VvE betekent dat het volgende. Een klacht uit één ruimte is meestal een signaal over het hele gebouw. Bestrijden per unit verplaatst het probleem naar de buren.

Wat wel werkt is een aanpak op gebouwniveau. Breng meldingen op een plattegrond, inspecteer kruipruimte, schacht en gedeelde ruimtes in samenhang, en leg vast wie welke bouwkundige maatregel uitvoert en wanneer. Meer daarover leest u op onze pagina voor VvE en vastgoedbeheer en in ons artikel over muizen in een heel woonblok.

Wanneer is professionele inspectie verstandig?

Eén muizenkeutel op een rustige plek is geen reden tot paniek. Er zijn wel duidelijke momenten waarop u beter niet afwacht.

  • U vindt sporen in een ruimte waar voedsel wordt bereid, verwerkt of opgeslagen.
  • De sporen komen terug nadat u schoongemaakt en afgedicht heeft.
  • U vindt sporen op meerdere plekken in het pand tegelijk.
  • U werkt volgens HACCP en moet kunnen aantonen dat u beheerst. HACCP is een systeem waarmee bedrijven risico’s voor voedselveiligheid beheersen.
  • U deelt uw pand met andere gebruikers en weet niet waar de bron ligt.

Wij beginnen bij zo’n melding niet met bestrijdingsmiddelen. Eerst zoeken wij uit waar de dieren binnenkomen, waarop ze afkomen en waar zij zich ophouden. Die volgorde hoort bij IPM, ofwel Integrated Pest Management. Preventie, inspectie en niet chemische maatregelen gaan daarbij voor. Wij werken bewust gifloos. Lees meer over onze werkwijze en over muizenbestrijding.

Veelgestelde vragen

Betekent 57 procent dat de helft van alle horeca muizen heeft?
Nee. Het gaat om een steekproef in twee steden waar de muizendruk al bekend hoog was. Het is geen landelijk gemiddelde.

Kan mijn zaak dicht door muizen?
Dat kan. De NVWA legde in Leiden bij twee van de 51 gecontroleerde bedrijven een spoedsluiting op. Een spoedsluiting volgt als de situatie een direct risico vormt voor de voedselveiligheid.

Ik huur mijn pand. Wie moet de wering betalen?
Dat hangt af van uw huurovereenkomst. Bouwkundige gebreken liggen vaak bij de verhuurder, dagelijkse hygiëne bij de huurder. Leg meldingen daarom altijd schriftelijk vast, met datum en foto.

Hoe klein is de opening die een muis nodig heeft?
Ongeveer zes millimeter is al genoeg. Bij een jong dier soms nog minder. Daarom is een kier onder een deur of rond een leiding zo belangrijk.

Helpt een ultrasoon apparaat tegen muizen?
Daar is geen betrouwbaar bewijs voor bij een normale bedrijfssituatie. Dieren wennen aan geluid en het effect verdwijnt. Wering en het wegnemen van voedsel werken wel.

Wat leg ik vast in mijn logboek?
Datum en plaats van elke waarneming, wat u heeft gedaan, wat de uitkomst was en welke bouwkundige maatregelen er lopen. Bij een inspectie of audit is dat het verschil tussen zeggen en aantonen.

Bronnen

NVWA, Inspectieresultaten plaagdieren in levensmiddelenbedrijven Gouda en Leiden 2026, gepubliceerd 10 augustus 2026. NVWA, Ongedierte in horecabedrijf of winkel, geraadpleegd 26 augustus 2026. NVWA, Muizen en ratten bestrijden volgens de IPM-aanpak, geraadpleegd 26 augustus 2026. Foto: 4028mdk09, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Wilt u weten of uw pand in Groot-Amsterdam of Flevoland muizen buiten houdt en of u het merkt als er toch één binnenkomt? Wij inspecteren, zoeken de toegangen op en leggen vast wat er moet gebeuren.

Offerte aanvragen
Bel 085 212 8877