
Veel horeca in Amsterdam zit in een pand van honderd jaar of ouder. Uw gasten vinden dat prachtig. Ongedierte trouwens ook. Een oud grachtenpand heeft houten vloeren, een kruipruimte, een oud riool en heel veel kieren. En u mag niet zomaar overal boren of dichtzetten. In dit artikel leest u waar u op moet letten.
Waarom een oud pand extra kwetsbaar is
Een nieuw pand is dicht gebouwd. Een oud pand niet. In de loop van de jaren is er verzakt, verbouwd en bijgeleid. Elke keer ontstonden er nieuwe openingen. Die openingen zijn nooit allemaal netjes hersteld.
Dit komen wij het vaakst tegen in oude horecapanden:
Een oud rioolstelsel. Veel binnenstadspanden hebben nog gresbuizen. Die zijn hard maar bros. Bij verzakking scheuren ze. Ratten leven in het riool en gebruiken zo’n scheur als uitgang. Ze komen dan onder uw vloer terecht.
Een open kruipruimte. Onder de begane grond zit vaak een lage, vochtige ruimte. Daar loopt uw leidingwerk doorheen. Elke doorvoer die niet is afgekit is een gat naar uw keuken.
Houten vloeren en plinten. Tussen vloerdelen en achter plinten zitten holtes. Muizen gebruiken die als snelweg. U hoort ze wel, maar u ziet ze niet.
Vocht in de kelder. Oude kelders zijn zelden droog. Vocht trekt zilvervisjes, pissebedden en kakkerlakken aan. Hoe dat precies werkt leest u in ons artikel over kakkerlakken in de horecakelder.
De monumentenstatus bepaalt wat u mag doen
Dit is het grote verschil met een gewoon pand. Bij een rijksmonument of een gemeentelijk monument mag u niet alles zomaar aanpassen. Ook in een beschermd stadsgezicht gelden regels voor de gevel.
Wij zien regelmatig dat een ondernemer een kier laat dichtschuimen met purschuim. Dat is snel en goedkoop. Maar het is lelijk, het is niet knaagbestendig en bij een monument mag het vaak niet eens.
Wat wel mag en wat echt werkt
Gelukkig zijn de beste oplossingen juist de kleine, omkeerbare oplossingen. Die tasten het pand niet aan.
Roosters van roestvast staalgaas. Een muis knaagt door kunststof en door schuim. Door rvs-gaas komt hij niet. U plaatst het achter een bestaand ventilatierooster. Aan de buitenkant ziet u er niets van.
Borstelprofielen onder deuren. Een muis kan door een spleet van zes millimeter. Een oude deur sluit zelden strak. Een borstel eronder lost dat op zonder dat u de deur hoeft te vervangen.
Doorvoeren dichtzetten. Elke leiding die door een muur of vloer gaat krijgt een afdichting van staalwol en kit. Dit is klein werk met veel effect.
Het riool laten filmen. Een camera-inspectie kost een paar honderd euro. U weet daarna precies waar de breuk zit. Een terugslagklep of een reparatie op die ene plek is dan genoeg. Zonder inspectie blijft u dweilen.
Sifons vullen. Een afvoer die u nooit gebruikt droogt uit. Dan staat het riool letterlijk open in uw kelder. Spoel ongebruikte putjes eens per week door.
Houtaantasters horen bij een oud pand
In oude balken en vloerdelen zit vaak houtworm of de bonte knaagkever. U herkent het aan kleine ronde gaatjes en fijn boormeel. Dit is geen hygiëneprobleem, maar het kan wel de constructie verzwakken.
Bij monumenten vraagt dit om een voorzichtige aanpak. Hoe gevoelig dat ligt, zag u eerder bij de houtworm in de koningsbank in Baarn. Dezelfde principes gelden voor uw pand: eerst vaststellen of de aantasting nog actief is, dan pas ingrijpen. Herkent u dit ook thuis? Lees dan ons artikel over ongedierte in een oude woning.
De NVWA maakt geen uitzondering voor oude panden
Dit is belangrijk om te weten. De inspecteur kijkt naar het resultaat, niet naar de leeftijd van uw pand. “Het is hier nu eenmaal oud” is geen argument. U moet kunnen laten zien dat u het risico kent en beheerst.
Dat betekent: een plattegrond met de plaats van uw monitoringpunten, een logboek van de bezoeken en een lijst met gebreken die u aan het oplossen bent. Juist bij een oud pand is dat laatste punt uw redding. Een gebrek dat u zelf heeft gemeld en waar een plan bij zit, telt heel anders dan een gebrek dat de inspecteur ontdekt. Wat de NVWA precies wil zien, leest u in ons artikel over de NVWA-inspectie in de horeca. HACCP is de wettelijke regeling voor voedselveiligheid.
Zo pakken wij het aan
Wij beginnen altijd met een inspectie van de hele schil. Dus ook de kelder, de kruipruimte en het dak. We maken een lijst van elk gat dat we vinden, met een foto erbij. Die lijst kunt u meteen gebruiken in gesprek met uw verhuurder.
Daarna werken we volgens IPM. Dat betekent: eerst weren en wegnemen, dan monitoren, en pas bestrijden als het nodig is. Wij werken bewust zonder gif. Gif lost het gat in uw riool niet op en het brengt risico’s mee voor huisdieren en roofvogels. In een pand met een keuken willen we dat sowieso niet.
We stemmen ons bezoek af op uw openingstijden. In de binnenstad werken we vaak in de ochtend, voordat de zaak opengaat. Discreet en zonder gasten in de zaak.
Lees ook
- Een gast meldt ongedierte in uw zaak: dit doet u op dat moment
- Een horecazaak overnemen: zo controleert u op ongedierte voordat u tekent
- Ongediertebestrijding voor horeca: waarom preventie belangrijker is dan blussen achteraf
- NVWA vond muizensporen bij bijna zes op de tien voedselbedrijven: waarom voorlichting alleen niet genoeg was
- Duiven op uw horecaterras: waarom voeren door gasten uw probleem wordt